Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:3000

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13-08-2014
Datum publicatie
13-08-2014
Zaaknummer
201307873/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 20 juni 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Ouderkerk aan de Amstel" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201307873/1/R1.

Datum uitspraak: 13 augustus 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de Rooms-Katholieke Parochie van Sint Urbanus (hierna: Sint Urbanus) en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Van Amt Projectontwikkeling B.V. (hierna: Van Amt), gevestigd te Ouderkerk aan de Amstel onderscheidenlijk Groningen,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Ouder-Amstel,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 20 juni 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Ouderkerk aan de Amstel" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben Sint Urbanus en Van Amt beroep ingesteld.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 30 april 2014, waar Sint Urbanus en Van Amt, vertegenwoordigd door respectievelijk A.A.J. Schwegler en R.A.R. Niamut, beiden bijgestaan door M.F.E. Dankbaar, advocaat te Haarlem, en de raad, vertegenwoordigd door drs. S.P. van Donkelaar en M.W. de Lange, beiden werkzaam bij de gemeente, bijgestaan door mr. M.A. Grapperhaus, advocaat te Amsterdam, zijn verschenen. Voorts is de stichting Stichting Ons Tweede Huis, vertegenwoordigd door J.R. van Hilst, als partij gehoord.

Overwegingen

1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

2. Het plangebied omvat de kern Ouderkerk aan de Amstel. Het plan strekt ertoe een actueel planologisch kader te bieden.

3. Het beroep heeft betrekking op het plandeel dat de gronden van Sint Urbanus omvat. Ter zitting is gebleken dat Van Amt geen eigenaar is van de desbetreffende gronden. Evenmin heeft Van Amt de economische eigendom van de desbetreffende gronden. Ter zitting heeft Van Amt betoogd dat zij risicodrager is van de beoogde ontwikkeling van de gronden. Nu dit niet concreet is onderbouwd, ziet de Afdeling hierin geen aanleiding om ervan uit te gaan dat de belangen van Sint Urbanus en Van Amt zodanig met elkaar zijn verweven en parallel lopen dat deze vereenzelvigd moeten worden. Derhalve heeft Van Amt in zoverre niet een rechtstreeks maar een afgeleid belang bij het plan. Nu ook overigens niet is gebleken dat zij een belang heeft dat rechtstreeks is betrokken bij het plan, kan Van Amt bij het besluit van 20 juni 2013 niet als belanghebbende worden aangemerkt als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Het beroep, voor zover ingesteld door Van Amt, is derhalve niet-ontvankelijk.

4. Sint Urbanus betoogt dat de wijze waarop de raad de naar voren gebrachte zienswijzen heeft behandeld in strijd is met artikel 3:46 van de Awb.

4.1. Artikel 3:46 van de Awb verzet zich er niet tegen dat de raad de zienswijzen samengevat weergeeft. Dat niet op ieder argument ter ondersteuning van een zienswijze afzonderlijk is ingegaan, is op zichzelf geen aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit niet voldoende is gemotiveerd. Niet is gebleken dat bepaalde bezwaren of argumenten niet in de overwegingen zijn betrokken.

5. Sint Urbanus kan zich niet verenigen met het plan omdat daarin geen rekening is gehouden met de door haar beoogde herontwikkeling van enkele percelen, gelegen achter de Urbanuskerk en aan de Schoolweg.

Sint Urbanus betoogt dat de raad ten onrechte de herontwikkeling niet heeft betrokken bij de vaststelling van het plan en daarover geen inhoudelijk oordeel heeft gegeven.

Volgens Sint Urbanus valt alleen het kerkplein waar het gemeenschapshuis is voorzien, binnen het als beschermd dorpsgezicht aangewezen gebied, zodat daaruit voor het overige geen beperkingen voortvloeien.

5.1. De raad betoogt dat de door Sint Urbanus voorgestane ontwikkelingen niet zijn meegenomen in dit plan omdat het plan conserverend van aard is en omdat de ontwikkelingen niet passen in de omgeving die gedeeltelijk uit een beschermd dorpsgezicht bestaat. Volgens de raad is daarbij van belang dat grote bouwvolumes, de bouwhoogte en de verdiepte parkeergarage bij de beoogde wooncomplexen het groene karakter van het gebied aantasten.

5.2. De door Sint Urbanus beoogde ontwikkeling omvat een nieuw gemeenschapshuis op het kerkplein (Urbanus I), dat binnen het als beschermd dorpsgezicht aangewezen gebied is gelegen, de uitbreiding van de begraafplaats (Urbanus II), een woongebouw met 14 wooneenheden verdeeld over 4 componenten met transparante tussenbouw in een villa-achtige opzet van 4 bouwlagen (Urbanus III) ten oosten van de begraafplaats, een woongebouw met 10 wooneenheden verdeeld over 5 woonlagen (Urbanus IV) ten zuiden van de begraafplaats en de renovatie van het gezellenhuis waarbij een aanbouw met 4 wooneenheden wordt gerealiseerd (Urbanus V).

Het woongebouw Urbanus III is op een afstand van ongeveer 15 m van de Sint Urbanuskerk geprojecteerd. De woongebouwen Urbanus IV en Urbanus V zijn voorzien op een afstand van ongeveer 100 m respectievelijk ongeveer 70 m van de Sint Urbanuskerk.

5.3. In het stelsel van de Wet ruimtelijke ordening is een bestemmingsplan het ruimtelijke instrument waarin de wenselijke toekomstige ontwikkeling van een gebied wordt neergelegd. De raad dient bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met een particulier initiatief betreffende ruimtelijke ontwikkelingen, voor zover dat initiatief voldoende concreet is, tijdig kenbaar is gemaakt en ten tijde van de vaststelling van het plan op basis van de op dat moment bekende gegevens de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan kan worden beoordeeld.

De Afdeling stelt vast dat de raad, hoewel hij als uitgangspunt heeft genomen een conserverend bestemmingsplan vast te stellen, de door Sint Urbanus beoogde ontwikkeling die voldoende concreet is en tijdig kenbaar is gemaakt, inhoudelijk heeft beoordeeld. Het betoog van Sint Urbanus dat met haar plannen geen rekening is gehouden, faalt.

5.4. Niet in geschil is dat de door Sint Urbanus beoogde ontwikkeling wat betreft het gemeenschapshuis is voorzien in het beschermd dorpsgezicht en voor het overige is voorzien op gronden grenzend aan dan wel op korte afstand van het beschermd dorpsgezicht. De door Sint Urbanus voorgestane ontwikkeling voorziet in aanzienlijk meer en hogere bebouwing op de gronden van Sint Urbanus dan was toegestaan op gronden van de tot dusverre geldende bestemmingsplannen "Ouderkerk 1970" en "Beschermd Dorpsgezicht Ouderkerk aan de Amstel".

De raad heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de beoogde ontwikkeling vanwege de omvang en de hoogte van de bebouwing een nadelige invloed heeft op het beschermd dorpsgezicht en dat de voorziene hoogbouw vanuit stedenbouwkundig oogpunt minder passend is in de omgeving. Voorts heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat, nu de door Sint Urbanus beoogde ontwikkeling deels in plaats komt van bestaande gronden met de bestemming "Groen", het groene karakter van de omgeving hierdoor wordt aangetast.

Gelet op het vorenstaande is de Afdeling van oordeel dat de raad bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid een groter gewicht heeft kunnen toekennen aan het belang van het in stand houden van het beschermd dorpsgezicht en het behoud van het aanwezige groen dan aan het belang van Sint Urbanus bij ontwikkeling van de aan de raad voorgelegde plannen in het gebied. Het betoog faalt.

6. Het beroep, voor zover ontvankelijk ingesteld door Sint Urbanus, is ongegrond.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor zover het beroep is ingesteld door de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Van Amt Projectontwikkeling B.V;

II. verklaart het beroep ongegrond voor zover het beroep is ingesteld door de Rooms-Katholieke Parochie van Sint Urbanus.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, voorzitter, en mr. M.A.A. Mondt-Schouten en mr. B.J. van Ettekoven, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.A. Melse, griffier.

w.g. Van Sloten w.g. Melse

voorzitter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 13 augustus 2014

191.