Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:2931

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
06-08-2014
Datum publicatie
06-08-2014
Zaaknummer
201309632/1/A4
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNHO:2013:8160, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij separate besluiten van 11 maart 2013 heeft het college Holiday Camping, [appellant] en Noche Beheer (hierna: Holiday Camping en anderen) onder oplegging van een dwangsom gelast de permanente bewoning van de recreatiewoonverblijven op achtereenvolgens de percelen Kerkweg 9a-134, 146, 249, 250, 251 en 253 te Hensbroek, het perceel Kerkweg 9a-258 te Hensbroek en het perceel Kerkweg 9a-165 te Hensbroek (hierna tezamen: de percelen) te laten staken en gestaakt te houden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201309632/1/A4.

Datum uitspraak: 6 augustus 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid Holiday Camping B.V. en Noche Beheer B.V., beide gevestigd te Spanbroek, gemeente Opmeer, en [appellant], wonende te Spanbroek, gemeente Opmeer,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland van 4 september 2013 in zaken nrs. 13/1355, 13/1356, 13/1362, 13/1363, 13/1364 en 13/1365 in het geding tussen:

Holiday Camping B.V., Noche Beheer B.V. en [appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Koggenland.

Procesverloop

Bij separate besluiten van 11 maart 2013 heeft het college Holiday Camping, [appellant] en Noche Beheer (hierna: Holiday Camping en anderen) onder oplegging van een dwangsom gelast de permanente bewoning van de recreatiewoonverblijven op achtereenvolgens de percelen Kerkweg 9a-134, 146, 249, 250, 251 en 253 te Hensbroek, het perceel Kerkweg 9a-258 te Hensbroek en het perceel Kerkweg 9a-165 te Hensbroek (hierna tezamen: de percelen) te laten staken en gestaakt te houden.

Bij besluit van 1 juli 2013 heeft het college het door Holiday Camping en anderen daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij mondelinge uitspraak van 4 september 2013 heeft de voorzieningenrechter het door Holiday Camping en anderen daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben Holiday Camping en anderen hoger beroep ingesteld.

Holiday Camping en anderen hebben nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 juni 2014, waar Holiday Camping, vertegenwoordigd door [appellant], directeur van Holiday Camping, en bijgestaan door mr. O.H. Minjon, advocaat te Hoorn, en het college, vertegenwoordigd door mr. E.G. Schuurman en mr. P.H.J. de Jonge, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Holiday Camping en anderen zijn eigenaren van recreatiewoonverblijven op de percelen. Ten tijde van de besluiten van 11 maart 2013 verhuurden zij de recreatiewoonverblijven op de percelen voor periodes van meerdere maanden. Volgens het college handelden zij in strijd met de bepalingen van het bestemmingsplan "Landelijk Gebied 2000 Herziening 2002, gemeente Obdam", nu zij de recreatiewoonverblijven in gebruik hebben gegeven ten behoeve van permanente bewoning.

2. Holiday Camping en anderen komen elk slechts tegen de aangevallen uitspraak op voor zover daarin het beroep ten aanzien van de eigen recreatiewoonverblijven ongegrond is verklaard.

3. Holiday Camping en anderen betogen dat de rechtbank heeft miskend dat de vraag of het gebruik van de percelen in strijd met het bestemmingsplan is, gelet op het daarin opgenomen overgangsrecht, dient te worden beoordeeld aan de hand van het bestemmingsplan "Landelijk Gebied 2000", nu dit bestemmingsplan gold ten tijde van de verlening van bouwvergunningen voor de oprichting van de recreatiewoonverblijven. Volgens Holiday Camping en anderen is ingevolge dit bestemmingsplan bewoning van de recreatiewoonverblijven gedurende het gehele jaar, met uitzondering van overnachtingen in de maand januari, zonder meer toegestaan. Zij betogen voorts dat de recreatiewoonverblijven permanent, derhalve gedurende het gehele jaar, werden bewoond en dat dit gebruik door het overgangsrecht wordt beschermd, nu dit gebruik vanaf de inwerkingtreding van het bestemmingsplan "Landelijk Gebied 2000 Herziening 2002, gemeente Obdam" ononderbroken is voortgezet.

3.1. Ingevolge het ten tijde van de besluiten van 11 maart 2013 geldende bestemmingsplan "Landelijk Gebied 2000 Herziening 2002, gemeente Obdam" rust op de percelen de bestemming "Verblijfsrecreatie".

Ingevolge artikel 18, eerste lid, van de planvoorschriften, zijn de als zodanig aangewezen gronden bestemd voor kampeerterrein voor tenten, tentwagens, toercaravans en kampeerauto's, voor seizoen- en jaarstandplaatsen voor stacaravans en, voor zover gearceerd op de plankaart aangegeven, voor recreatiewoonverblijven met de daarbij behorende voorzieningen ten behoeve van verblijfsrecreatie.

Ingevolge het vierde lid, aanhef en onder a, wordt tot een gebruik van de gronden en de bouwwerken strijdig met artikel 32, eerste lid, in ieder geval gerekend het permanent (laten) bewonen van recreatiewoonverblijven. Onder permanente bewoning wordt in ieder geval verstaan: het overnachten in de maand januari, waarbij onder overnachten wordt verstaan: de aanwezigheid tussen 20.00 uur 's avonds en 06.00 uur 's ochtends.

Ingevolge artikel 32, eerste lid, is het verboden de in het bestemmingsplan begrepen gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een andere wijze of voor enig ander doel dan overeenkomstig de bestemming van de betrokken gronden en bouwwerken.

Ingevolge artikel 33, tweede lid, mag het gebruik van gronden anders dan voor bebouwing alsmede het gebruik van zich op die gronden bevindende bouwwerken, dat in strijd is met het in dit plan - behoudens dit artikellid - bepaalde en dat rechtens bestaat op het tijdstip, waarop het plan voor zover betrekking hebbend op de strijdigheid van dat gebruik van kracht wordt, worden voortgezet.

Voor zover ingevolge het voorheen geldende bestemmingsplan "Landelijk Gebied 2000" op de percelen de bestemming "Verblijfsrecreatie" rustte, werd het gebruik van die gronden beheerst door artikel 18 van de bij dat plan behorende voorschriften.

Artikel 18, eerste lid, van die planvoorschriften was gelijkluidend aan artikel 18, eerste lid, van de planvoorschriften van het bestemmingsplan "Landelijk Gebied 2000 Herziening 2002, gemeente Obdam".

Ingevolge het vierde lid werd tot een gebruik van de gronden en de bouwwerken strijdig met de bestemming in ieder geval gerekend het permanent (laten) bewonen van recreatiewoonverblijven. Onder permanente bewoning wordt verstaan: het overnachten in de maand januari.

3.2. Het college heeft terecht aan de hand van het bestemmingsplan zoals dat gold ten tijde van het nemen van de te onderscheiden besluiten, beoordeeld of het gebruik van de recreatiewoonverblijven is toegestaan.

Vast staat dat Holiday Camping en anderen de recreatiewoonverblijven op de percelen ten tijde van belang verhuurden aan derden en dat dit gebruik beschouwd moet worden als permanente bewoning in de zin van artikel 18, vierde lid, van de planvoorschriften van het op dat moment geldende bestemmingsplan "Landelijk Gebied 2000 Herziening 2002, gemeente Obdam" en derhalve in strijd is met het eerste lid. Dit gebruik is slechts dan niet in strijd met het bestemmingsplan, indien het ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan "Landelijk Gebied 2000" rechtens bestond en nadien ononderbroken is voortgezet. Voor de vraag of het gebruik op grond van deze overgangsbepaling is toegestaan, is niet het beoogde gebruik op het tijdstip van verlening van bouwvergunningen voor de recreatiewoonverblijven relevant, maar is het feitelijke gebruik dat rechtens bestond ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan "Landelijk Gebied 2000" bepalend. Het college heeft onweersproken gesteld dat dit bestemmingsplan omstreeks 1 juni 2004 (hierna: de peildatum) van kracht is geworden.

3.3. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in haar uitspraak van 23 februari 2011 in zaak nr. 201003050/1/H1) is het aan degene die een beroep doet op het overgangsrecht van een bestemmingsplan, om aannemelijk te maken dat het met het plan strijdige gebruik op de peildatum plaatsvond en nadien ononderbroken is voortgezet.

3.4. Holiday Camping en anderen hebben in hoger beroep stukken overgelegd waarmee zij beogen aannemelijk te maken dat het gebruik van de recreatiewoonverblijven voor permanente bewoning op de peildatum reeds plaatsvond en nadien ononderbroken is voortgezet. Deze stukken bestaan onder meer uit een koopovereenkomst voor een kavel grond, een voorbeeld van een huurcontract voor een recreatiewoning aan de Kerkweg 9a, stukken van de voormalige gemeente Obdam inzake het door haar gevoerde handhavingsbeleid ter zake van permanente bewoning van recreatiewoonverblijven op het terrein, nota's waaruit het verbruik van gas, water en elektriciteit blijkt en beschikkingen krachtens de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de WOZ). Ter zitting hebben Holiday Camping en anderen te kennen gegeven niet meer te beschikken over andere stukken zoals huurcontracten voor de betrokken recreatiewoonverblijven in de betrokken perioden.

Holiday Camping hebben aldus niet aannemelijk gemaakt dat het gebruik van de recreatiewoonverblijven waarop de opgelegde lasten onder dwangsom zien reeds plaatsvond op de peildatum en nadien ononderbroken is voortgezet. De overgelegde nota's en beschikkingen krachtens de WOZ zien op de periode vanaf enige jaren na de peildatum, zodat reeds daarom niet blijkt van een ononderbroken gebruik vanaf de peildatum. Weliswaar kan uit enkele stukken, zoals de aan Chaletpark Holiday gerichte brief van burgemeester en wethouders van de voormalige gemeente Obdam van 19 december 2006, worden afgeleid dat permanente bewoning van de recreatiewoonverblijven plaatsvond op het recreatiepark, maar uit deze stukken blijkt niet dat dit gebruik de afzonderlijke recreatiewoonverblijven betreft waarop de lasten onder dwangsom zien.

Daarbij komt dat de overgangsbepaling in artikel 33, tweede lid, van de planvoorschriften uitsluitend gebruik beschermt dat op de peildatum rechtens bestond, waaronder moet worden verstaan gebruik dat was toegestaan ingevolge het voorgaande bestemmingsplan "Landelijk Gebied 2000". Nu overnachtingen in de maand januari ook op grond van dat bestemmingsplan niet waren toegestaan, was permanente bewoning gedurende het hele jaar, zoals dat volgens Holiday Camping en anderen in de recreatiewoonverblijven plaatsvond, in strijd met het voorgaande bestemmingsplan. Dergelijk gebruik valt niet onder de reikwijdte van de overgangsbepaling. Holiday Camping en anderen doen in dit verband tevergeefs een beroep op het door de voormalige gemeente Obdam gevoerde beleid ter zake van permanente bewoning, op grond waarvan volgens hen bewoning gedurende het gehele jaar feitelijk werd gedoogd. Deze omstandigheid, wat daar ook van zij, maakt niet dat een dergelijk gebruik als rechtens bestaand in de zin van artikel 33, tweede lid, van de planvoorschriften kan worden aangemerkt.

3.5. Gelet op het voorgaande zijn Holiday Camping en anderen er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat het gebruik dat van de recreatiewoonverblijven wordt gemaakt, ingevolge artikel 33, tweede lid, van de planvoorschriften in overeenstemming met het bestemmingsplan is.

Het betoog faalt.

4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Kreveld, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R. van Heusden, ambtenaar van staat.

w.g. Van Kreveld w.g. Van Heusden

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 6 augustus 2014

163-727.