Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:2852

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
21-07-2014
Datum publicatie
30-07-2014
Zaaknummer
201309023/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 4 juli 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Schinkelpolder" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201309023/2/R1.

Datum uitspraak: 21 juli 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker], wonend te Aalsmeer,

en

de raad van de gemeente Aalsmeer,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 4 juli 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Schinkelpolder" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] beroep ingesteld.

[verzoeker] heeft de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 7 juli 2014, waar [verzoeker] en de raad, vertegenwoordigd door mr. P.J. van den Hurk en J. Koch, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts zijn ter zitting [belanghebbende A] en [belanghebbende B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [belanghebbende]), vertegenwoordigd door [directeur], gehoord.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. [verzoeker], die op het perceel [locatie 1] te Aalsmeer woont, keert zich tegen de bestemming "Gemengd - Agrarisch en Bedrijf" en de aanduiding "specifieke bouwaanduiding - bebouwingsvrije zone", die zijn toegekend aan het achter zijn woning gelegen perceel [locatie 2]. Volgens [verzoeker] is de in het plan opgenomen bebouwingsvrije zone van 10 m vanaf de perceelsgrens te smal en dient het gehele buitenterrein van het daar gevestigde bedrijf bebouwingsvrij te blijven. Verder betoogt [verzoeker] dat geen betekenis toekomt aan de bebouwingsvrije zone, omdat in de planregels niet wordt verwezen naar de juiste bijbehorende aanduiding op de verbeelding.

3. Aan het perceel [locatie 2], waarop [belanghebbende] haar bedrijf exploiteert, is de bestemming "Gemengd - Agrarisch en bedrijf" toegekend. Op de verbeelding is aan de beoogde bebouwingsvrije zone de aanduiding "sba-z" toegekend. In de legenda is deze afkorting verklaard als "specifieke bouwaanduiding - zonder bebouwing".

Ingevolge artikel 5, lid 5.1, van de planregels zijn de voor "Gemengd (GD-AB) aangewezen gronden bestemd voor:

a. het uitoefenen van tuinbouwbedrijven, al dan niet onder glas;

b. het uitoefenen van agrarisch aanverwante bedrijven in de

milieucategorie 1 tot en met 2 als aangegeven in de Lijst van Bedrijfsactiviteiten in bijlage 1 van deze planregels;

(...)

n. de daarbij behorende voorzieningen zoals verkeerswegen voor de ontsluiting van de bedrijfspercelen, andere verhardingen ten behoeve van het bedrijf, groenvoorzieningen, waterlopen, waterbergingen en nutsvoorzieningen.

In lid 5.2.1 is bepaald dat op de gronden als bedoeld in 5.1 van dit artikel uitsluitend mogen worden gebouwd:

a. kassen;

b. andere bedrijfsgebouwen (...);

(...)

f. ter plaatse van de functieaanduiding "(sb-z)" is geen bebouwing toegestaan.

g. andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, (...).

4. Bij brief van 16 mei 2014 heeft [belanghebbende] een aanvraag ingediend om onder meer in de beoogde bebouwingsvrije zone bouwwerken op te richten. [verzoeker] heeft daarom een spoedeisend belang bij zijn verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening.

De voorzitter constateert dat de in artikel 5, lid 5.2.1, onder f, van de planregels opgenomen aanduiding "sb-z" niet overeenstemt met de op de verbeelding weergegeven aanduiding "sba-z". Ten einde te voorkomen dat aan deze planregel geen betekenis toekomt en dat als gevolg daarvan binnen de beoogde bebouwingsvrije zone kan worden gebouwd, ziet de voorzitter daarom aanleiding om bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat lid 5.2.1, onder f, komt te luiden "ter plaatse van de functieaanduiding "(sba-z)" is geen bebouwing toegestaan." Voor een schorsing van het plandeel voor zover dat ziet op het deel van het buitenterrein dat niet binnen de bebouwingsvrije zone valt, ziet de voorzitter geen aanleiding.

5. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen is niet gebleken.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat artikel 5, lid 5.2.1, onder f, als volgt komt te luiden: "ter plaatse van de functieaanduiding "(sba-z)" is geen bebouwing toegestaan.";

II. gelast dat de raad van de gemeente Aalsmeer aan [verzoeker] het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 160,00 (zegge: honderdzestig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. W.S. van Helvoort, ambtenaar van staat.

w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Van Helvoort

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 21 juli 2014

361.