Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:2806

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15-07-2014
Datum publicatie
23-07-2014
Zaaknummer
201403147/2/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 19 december 2013, kenmerk RA13.0099, heeft de raad het bestemmingsplan "Klazienaveen" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201403147/2/R4.

Datum uitspraak: 15 juli 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoekster], gevestigd te Klazienaveen, gemeente Emmen,

en

de raad van de gemeente Emmen,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 19 december 2013, kenmerk RA13.0099, heeft de raad het bestemmingsplan "Klazienaveen" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoekster] beroep ingesteld.

[verzoekster] heeft de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 7 juli 2014, waar [verzoekster], vertegenwoordigd door H.J. Kerkhoven, M. Hillman en bijgestaan door mr. N.J. van Paridon, en de raad, vertegenwoordigd door mr. M. Groenewegen, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. Het plan ziet op de gehele bebouwde kom van Klazienaveen en behelst een actualisatie van een groot aantal oude bestemmingsplannen.

3. [verzoekster], die op het perceel [locatie] te Klazienaveen een ijzergieterij exploiteert, kan zich onder andere niet verenigen met de bestemming "Bedrijf - [verzoekster]" die aan haar perceel is toegekend. Volgens haar kan met deze bestemming uitsluitend het bedrijf met de naam [verzoekster] op het perceel kan worden geëxploiteerd. Dit levert onder meer een grote beperking op in geval van verkoop van het perceel en zal de verkoopwaarde van het perceel negatief beïnvloeden. In dit verband wijst [verzoekster] er op dat het bedrijf in de nabije toekomst waarschijnlijk zal worden verkocht.

4. Aan het perceel [locatie] is de bestemming "Bedrijf - [verzoekster]" toegekend.

Artikel 15, lid 15.1, van de planregels luidt: "De voor "Bedrijf - [verzoekster]" aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. ijzer-, staal- en non-ferrometaalgieterijen/-smelterijen met een productiecapatieit van meer dan 4.000 ton per jaar met bijbehorende activiteiten, waaronder het stralen van metaaloppervlakten ([verzoekster] gieterij B.V.);

b. bedrijven tot en met milieucategorie 3.2, zoals bedoeld in de bijgevoegde Staat van inrichtingen "Bedrijventerreinen Pollux en Bedrijvenpark A37", Bijlage 4, met uitzondering van bedrijven met een plaatsgebonden risicocontour van 10-6 /jaar; (...)"

5. Ter zitting heeft de raad verklaard dat het niet de bedoeling is geweest dat geen enkel ander bedrijf dan het bedrijf van [verzoekster] op het perceel aanwezig mag zijn. Verder heeft de raad erkend dat in artikel 15, lid 15.1, onder a, van de planregels de bedrijfsactiviteiten nauwkeuriger omschreven had kunnen worden en heeft hij verder verklaard dat in lid 15.1, onder b, onjuistheden staan. Om de hiervoor genoemde onduidelijkheden en onjuistheden te herstellen en om ook andere door [verzoekster] genoemde gebreken aan te plan nader te beoordelen en een passender bestemming te kunnen toekennen, heeft de raad verklaard geen bezwaren te hebben tegen het in afwachting van de bodemprocedure schorsen van het bestreden plandeel. Onder deze omstandigheden ziet de voorzitter aanleiding om het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening toe te wijzen en het plandeel met de bestemming "Bedrijf-[verzoekster]" te schorsen.

6. De raad dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld. De door [verzoekster] opgegeven kosten voor de meegebrachte deskundige komen niet voor vergoeding in aanmerking, reeds omdat deze deskundige niet is aangemeld overeenkomstig artikel 8:60, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De kosten die H.J. Kerkhoven heeft opgegeven voor het reizen anders dan met het openbaar vervoer komen niet voor vergoeding in aanmerking nu niet is gemotiveerd waarom het reizen met het openbaar vervoer niet of niet voldoende mogelijk is. Bij het vaststellen van de gemaakte reiskosten gaat de voorzitter daarom uit van het dichtst bij Klazienaveen gelegen station, te weten Emmen. De opgegeven verletkosten komen niet voor vergoeding in aanmerking nu deze niet met stukken nader zijn onderbouwd. De voorzitter zal bij het vaststellen van de verletkosten daarom uitgaan van een forfaitair maximaal uurtarief van € 7,00 en van een forfaitair aantal uren van 6, zodat de verletkosten worden gesteld op € 42,00.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Emmen van 19 december 2013, kenmerk RA13.0099, voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Bedrijf-[verzoekster]" op het perceel [locatie] te Klazienaveen;

II. veroordeelt de raad van de gemeente Emmen tot vergoeding van bij [verzoekster] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1040,68 (zegge: duizendveertig euro en achtenzestig cent), waarvan een bedrag van € 944,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

III. gelast dat de raad van de gemeente Emmen aan [verzoekster] het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 165,00 (zegge: honderdvijfenzestig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. W.S. van Helvoort, ambtenaar van staat.

w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Van Helvoort

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2014

361.