Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:2766

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-07-2014
Datum publicatie
23-07-2014
Zaaknummer
201311222/1/A2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij brief van 15 april 2013 heeft [appellant] beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de raad op zijn bezwaarschrift van 1 april 2010.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201311222/1/A2.

Datum uitspraak: 23 juli 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant],

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 7 november 2013 in zaak nr. 13/1325 in het geding tussen:

[appellant]

en

de Raad voor Rechtsbijstand (lees: het bestuur van de raad voor rechtsbijstand; hierna: de raad).

Procesverloop

Bij brief van 15 april 2013 heeft [appellant] beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de raad op zijn bezwaarschrift van 1 april 2010.

Bij uitspraak van 7 november 2013 heeft de rechtbank dit beroep niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

Met toestemming van partijen is een zitting achterwege gelaten, waarna de Afdeling het onderzoek heeft gesloten.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 6:12, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) is het beroep niet-ontvankelijk indien het beroepschrift onredelijk laat is ingediend.

2. Ambtshalve overweegt de Afdeling als volgt. Drie jaar na de indiening van zijn bezwaarschrift van 1 april 2010 bij de raad heeft [appellant] beroep, gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, bij de rechtbank ingesteld. Op de vraag van de Afdeling waarom [appellant] eerst na drie jaar dit beroep bij de rechtbank aanhangig heeft gemaakt, heeft de gemachtigde van [appellant] geantwoord dat hij, nadat hij namens [appellant] dit bezwaarschrift had ingediend, hoopte dat de zaak in onderling overleg kon worden geregeld. Verder licht de gemachtigde van [appellant] - samengevat - toe dat hij vanwege de verdubbelde asielinstroom en de daarop volgende procedures niet de gelegenheid heeft gehad om nog een rechterlijke procedure op te starten.

Aangezien er geen aanknopingspunten voorhanden zijn die de conclusie rechtvaardigen dat [appellant] er vanuit mocht gaan dat de raad binnen afzienbare tijd een besluit op zijn bezwaarschrift van 1 april 2010 zou nemen, heeft [appellant] onderhavig beroep onredelijk laat bij de rechtbank ingesteld. Uit artikel 6:12, vierde lid, van de Awb volgt dat dit beroep derhalve niet-ontvankelijk is. Reeds hierom heeft de rechtbank het beroep van [appellant], gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, terecht niet-ontvankelijk verklaard. Hetgeen [appellant] in zijn hogerberoepschrift heeft aangevoerd, behoeft, gelet op het voorgaande, geen bespreking meer.

3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J. de Heer, ambtenaar van staat.

w.g. Borman w.g. De Heer

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2014

636.