Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:2741

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-07-2014
Datum publicatie
23-07-2014
Zaaknummer
201309433/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 20 augustus 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Binnenstad" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Wet ruimtelijke ordening
Wet ruimtelijke ordening 3.1
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JM 2014/125 met annotatie van R. van Bommel
ABkort 2014/282

Uitspraak

201309433/1/R3.

Datum uitspraak: 23 juli 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid NedBel Vastgoed V B.V., gevestigd te Eindhoven,

appellante,

en

de raad van de gemeente Eindhoven,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 20 augustus 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Binnenstad" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft Nedbel beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 april 2014, waar Nedbel, vertegenwoordigd door drs. M. Nuchelmans en bijgestaan door mr. C. Drent, advocaat te Roermond, en de raad, vertegenwoordigd door A.A. Renwarin, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

2. Nedbel betoogt dat de raad ten onrechte het plandeel met de bestemming "Gemengd - 4" voor het perceel Begijnenhof 35 heeft vastgesteld. Zij is van mening dat aan dit perceel een woonbestemming had moeten worden toegekend. Daartoe voert Nedbel aan dat het gebruik van het perceel voor woondoeleinden onder het vorige bestemmingsplan was toegestaan en dat de bestemming voor het perceel niet uitgewerkt hoefde te worden. Voorts wordt het kantoorgebouw op het perceel in het kader van leegstandsbeheer als woonruimte gebruikt. Verder heeft de raad ten onrechte geen rekening gehouden met haar plannen voor een interne verbouwing van het kantoorgebouw tot woningen. Nedbel stelt dat deze plannen concreet zijn en dat nader onderzoek naar de ruimtelijke aanvaardbaarheid van deze plannen niet nodig is.

Voorts voert Nedbel aan dat het toekennen van de bestemming "Gemengd - 4" in strijd is met het gemeentelijke beleid om leegstand van bestaande kantoorgebouwen tegen te gaan. Daarbij stelt zij dat het kantoorgebouw niet meer als zodanig zal worden gebruikt, omdat de vraag naar kantoren is afgenomen.

Tot slot voert Nedbel aan dat de financiële uitvoerbaarheid van het plandeel voor het perceel niet is gewaarborgd, omdat de raad geen rekening heeft gehouden met een mogelijk planschadeverzoek.

2.1. De raad stelt dat bij de vaststelling van het plan als uitgangspunt is genomen om conserverend te bestemmen. In het vorige bestemmingsplan "Eindhoven binnen de ring" was een uitwerkingsplicht opgenomen voor de bestemming voor het perceel voor onder meer woondoeleinden. De bestemming "Centrumdoeleinden V" was niet uitgewerkt en het bestaande gebruik als woonruimte was niet toegestaan. Voorts was het kantoorgebouw op dit perceel als zodanig vergund. Volgens de raad zijn de plannen van Nedbel onvoldoende concreet en heeft hij de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de nieuwe woningen niet kunnen beoordelen, omdat het onderzoek daarnaar door Nedbel nog niet is verricht.

2.2. Aan het perceel Begijnenhof 35 is de bestemming "Gemengd - 4" toegekend.

Ingevolge artikel 12, lid 12.1, van de planregels zijn de voor "Gemengd - 4" aangewezen gronden bestemd voor:

a. dienstverlening;

b. kantoor;

c. maatschappelijk in de vorm van openbare dienstverlening, welzijn en zorg en onderwijs echter met dien verstande dat:

onderwijs niet is toegelaten ter plaatse waar dat op de verbeelding is aangeduid met de aanduiding "onderwijs uitgesloten"; nieuwe geluidgevoelige functies ter plaatse van de aanduiding "onderwijs uitgesloten" eveneens niet zijn toegelaten;

d. vrije beroepen;

e. horeca uitsluitend voor zover het horeca behorende tot de categorie 1b, 2b, en 5 zoals aangegeven in de Lijst van horeca-activiteiten betreft met dien verstande dat horeca behorende tot de categorie 1b en 2b uitsluitend op de begane grond zijn toegelaten;

f. detailhandel niet zijnde volumineuze/perifere detailhandel, detailhandel in explosieve/brandbare stoffen of supermarkten uitsluitend ter plaatse van de gronden die op de verbeelding zijn aangeduid met "detailhandel";

met daarbij behorende:

g. parkeer- en nutsvoorzieningen;

h. wegen en paden;

i. tuinen, erven, water en leidingen;

j. groenvoorzieningen;

k. voorzieningen voor ondergrondse afvalinzameling;

l. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

2.3. In het vorige bestemmingsplan "Eindhoven binnen de ring" was aan het perceel de bestemming "Centrumdoeleinden V" toegekend.

Ingevolge artikel 10, lid 10.1, van de planvoorschriften zijn de op de kaart voor "Centrumdoeleinden (I t/m VIII)" aangegeven gronden bestemd voor dienstverlenings- en bedrijfsactiviteiten met een overwegend publieksaantrekkend karakter, een en ander uitsluitend voor zover deze voorkomen in de categorieën van de bij dit plan gevoegde Bedrijvenmobiliteitslijst en deze zijn aangegeven in het schema op blz. 79. Tevens zijn toegestaan activiteiten welke niet op de Bedrijvenmobiliteitslijst voorkomen, maar die qua mobiliteitsprofiel kunnen worden gelijkgesteld met de krachtens de bepalingen van dit plan toelaatbare categorieën mobiliteitsprofielen. Daarnaast zijn deze gronden bestemd voor horeca en sociaal-culturele en onderwijsdoeleinden alsmede overige doeleinden, zoals in het schema op blz. 79 is aangegeven.

Uit het schema behorend bij artikel 10, lid 10.1, volgt dat de bestemming "Centrumdoeleinden V" mede bestemd is voor woondoeleinden.

Ingevolge artikel 21, lid 21.1, onder a, dient het college van burgemeester en wethouders de bestemmingen in de artikelen 10 tot en met 20 van dit plan uit te werken met inachtneming van hetgeen in deze artikelen is bepaald en met inachtneming van de beschrijving in hoofdlijnen die is opgenomen in de artikelen 3 tot en met 9.

2.4. De Afdeling ziet geen grond voor het oordeel dat de raad het bestaande gebruik van het kantoorgebouw als woonruimte als zodanig had moeten bestemmen. Gelet op artikel 10, lid 10.1, in samenhang gelezen met artikel 21, lid 21.1, onder a, van de planvoorschriften van het vorige bestemmingsplan, was het gebruik van het perceel voor woondoeleinden niet bij recht toegestaan, maar pas na uitwerking van de bestemming "Centrumdoeleinden V" voor woondoeleinden. Dat deze bestemming niet was uitgewerkt ten behoeve van woondoeleinden heeft Nedbel niet betwist. Het bestaande gebruik als woonruimte is derhalve niet het bestaande legale gebruik dat in beginsel als zodanig dient te worden bestemd. Voorts heeft de raad in zijn afweging in aanmerking mogen nemen dat het kantoorgebouw op het perceel als zodanig is vergund.

Het betoog faalt.

2.5. In het stelsel van de Wet ruimtelijke ordening is een bestemmingsplan het ruimtelijke instrument waarin de wenselijke toekomstige ontwikkeling van een gebied wordt neergelegd. De raad dient bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met een particulier initiatief betreffende ruimtelijke ontwikkelingen, voor zover dat initiatief voldoende concreet is, tijdig kenbaar is gemaakt en ten tijde van de vaststelling van het plan op basis van de op dat moment bekende gegevens de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan kan worden beoordeeld.

Nedbel heeft, in navolging van haar aan het college van burgemeester en wethouders voorgelegde initiatief van maart 2013, in haar zienswijze op het ontwerpplan te kennen gegeven dat zij het kantoorpand op het perceel Begijnenhof 35 wil verbouwen tot een appartementengebouw voor expats en dat voor deze verbouwing een bouwplan is opgesteld. Nedbel heeft de raad daarom verzocht in de mogelijkheid te voorzien om op het perceel te kunnen wonen. Nu duidelijk is wat Nedbel met haar initiatief beoogt, was het initiatief van Nedbel naar het oordeel van de Afdeling voldoende concreet. Voorts is dit tijdig kenbaar gemaakt.

In een brief van 18 juni 2013 heeft het college van burgemeester en wethouders Nedbel, in het kader van een vooroverleg over een omgevingsvergunning voor bouwen, medegedeeld dat de beoogde ontwikkeling niet kan worden aangemerkt als een verandering van beperkte omvang, een ruimtelijke onderbouwing nodig is voor het initiatief en dat nader onderzoek dient te worden gedaan naar onder meer de aspecten verkeer, geluid, actuele behoefte en financiële haalbaarheid. Nu Nedbel het initiatief heeft genomen voor een functiewijziging en de raad de toegekende bestemming in overeenstemming acht met een goede ruimtelijke ordening, lag het op de weg van Nedbel nader onderzoek te doen. Niet in geschil is dat deze onderzoeken niet zijn gedaan. Het betoog van Nedbel dat deze onderzoeken niet nodig zijn, kan niet worden gevolgd, omdat het gebruik van het perceel voor woondoeleinden onder het vorige bestemmingsplan niet bij recht was toegestaan en van dit gebruik andere ruimtelijke gevolgen zijn te verwachten. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het om een initiatief van meer dan beperkte omvang gaat, te weten een beoogde herontwikkeling van een kantoorpand tot appartementencomplex in een binnenstedelijke omgeving, waarbij volgens de in het vooroverleg overgelegde schets ongeveer 27 appartementen met parkeervoorzieningen zullen worden gerealiseerd. Gelet op het voorgaande heeft de raad in redelijkheid kunnen afzien van een beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de met het initiatief beoogde functiewijziging.

Het betoog faalt.

2.6. In de Kantorenstrategie van Eindhoven 2012 - 2020 (hierna: Kantorenstrategie) is het beleid neergelegd met betrekking tot de afstemming van de vraag naar en het aanbod van kantorenlocaties in Eindhoven. In paragraaf 4.4.2 van de Kantorenstrategie staat dat de gemeente eerst beziet of de beoogde nieuwe functie op de desbetreffende locatie past, voordat aan de transformatie van bestaande kantoorgebouwen medewerking wordt verleend. Volgens de Kantorenstrategie wordt met inachtneming van de toepasselijke beleidskaders per geval afgewogen of medewerking wordt verleend.

De Afdeling ziet geen grond voor het oordeel dat de keuze van de raad om aan het perceel Begijnenhof 35 geen woonbestemming toe te kennen in strijd is met de Kantorenstrategie. Uit dit beleidsdocument volgt niet dat aan percelen waarop een kantoorgebouw staat, dat niet meer als zodanig zal worden gebruikt, een woonbestemming dient te worden toegekend.

Het betoog faalt.

2.7. Omdat het perceel onder meer bestemd is voor het gebruik als kantoorruimte en op het perceel reeds een kantoorpand is gebouwd, kan het betoog van Nedbel dat het plandeel voor dit perceel financieel niet uitvoerbaar is, niet worden gevolgd.

Het betoog faalt.

3. Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. E. Helder, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R. Kegge, ambtenaar van staat.

w.g. Helder w.g. Kegge

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2014

459-629.