Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:2704

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
08-07-2014
Datum publicatie
16-07-2014
Zaaknummer
201404663/2/A3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 11 april 2013 heeft de burgemeester aan Blue Tomato B.V. vergunning verleend voor het exploiteren van het horecabedrijf ‘coffeeshop Blue Tomato’ aan de Neutronweg 11 te Hoorn tot 1 mei 2016.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201404663/2/A3.

Datum uitspraak: 8 juli 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende de hoger beroepen van:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Blue Tomato B.V., gevestigd te Hoorn,

2. de burgemeester van Hoorn,

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 22 mei 2014 in zaak nr. 13/1931 in het geding tussen:

[wederpartij] en anderen (hierna: [wederpartij]), gevestigd te Hoorn,

en

de burgemeester.

Procesverloop

Bij besluit van 11 april 2013 heeft de burgemeester aan Blue Tomato B.V. vergunning verleend voor het exploiteren van het horecabedrijf ‘coffeeshop Blue Tomato’ aan de Neutronweg 11 te Hoorn tot 1 mei 2016.

Voorts heeft de burgemeester bij besluit van 11 april 2013 aan [directeur] en [belanghebbende] een gedoogbeschikking onder voorwaarden verstrekt voor het verkopen van softdrugs in die coffeeshop voor de periode van 1 mei 2013 tot 1 mei 2014.

Bij besluit van 3 oktober 2013 heeft de burgemeester het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 22 mei 2014 heeft de rechtbank het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van 3 oktober 2013 vernietigd, voor zover dat betrekking heeft op de exploitatievergunning. De rechtbank heeft zelf in de zaak voorzien door het bezwaar van [wederpartij] tegen het besluit van 11 april 2013 tot verlening van de exploitatievergunning gegrond te verklaren, dat besluit te herroepen, de exploitatievergunning alsnog te weigeren en te bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van het besluit van 3 oktober 2013.

Tegen deze uitspraak hebben Blue Tomato B.V. en de burgemeester hoger beroep ingesteld. Voorts hebben beide partijen de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De burgemeester heeft een nader stuk ingediend.

De voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 3 juli 2014, waar Blue Tomato B.V, vertegenwoordigd door mr. M.I. Houben, advocaat te Amsterdam, en haar [directeur], en de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. I.J. Middel, advocaat te Amsterdam, en F. van het Kaar, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [wederpartij], vertegenwoordigd door mr. W.J.M. Loomans, advocaat te Hoorn, gehoord.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 2:28, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Hoorn 2010 (hierna: APV) is het verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

Ingevolge het tweede lid, aanhef en onder a, weigert de burgemeester de vergunning, indien de vestiging of exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan.

2. Het pand aan de Neutronweg 11 is gelegen op het bedrijventerrein ‘Hoorn ‘80’. Bij besluit van 9 april 2013 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoorn aan [eigenaar] van het pand, een omgevingsvergunning verleend voor gebruik van het pand voor de functie van ‘daghoreca’. Tegen de handhaving van dat besluit in bezwaar zijn geen rechtsmiddelen ingesteld, zodat de verlening van de omgevingsvergunning in rechte vaststaat.

Volgens de nota ‘Hoorn Gastvrij’, welke nota bij de besluitvorming over de omgevingsvergunning is betrokken, wordt onder ‘daghoreca’ verstaan: een inrichting, ter ondersteuning van de functie van bedrijventerreinen, winkelgebieden, het struingebied en/of het havenfront, niet zijnde een café/café-restaurant, waarbij de horeca-activiteit het hoofdaandeel van de exploitatie uitmaakt en bestaat uit het verstrekken van alcoholhoudende en/of alcoholvrije dranken voor gebruik ter plaatse al of niet gepaard gaande met het verstrekken van kleine eetwaren en/of maaltijden voor gebruik ter plaatse of elders dan ter plaatse, waarbij de exploitatie ligt tussen 06.00 en 22.00 uur en waarbij de inrichting minimaal vier dagen per week uiterlijk vanaf 11.00 uur ’s ochtends geëxploiteerd wordt.

3. De rechtbank heeft, voor zover thans van belang, overwogen dat, gelet op het besluit van 9 april 2013, het gebruik van het pand voor de functie van ‘daghoreca’ als het ter plaatse planologisch toegestane gebruik moet worden aangemerkt. Gelet op de wijze van exploitatie van het pand door Blue Tomato B.V. dient de inrichting naar het oordeel van de rechtbank niet ter ondersteuning van de functie van het bedrijventerrein, zodat het gebruik van het pand niet als ‘daghoreca’ in de zin van voormelde nota kan worden aangemerkt. De exploitatie van het pand is derhalve in strijd met het bestemmingsplan, zodat de burgemeester de exploitatievergunning krachtens artikel 2.28, tweede lid, onder a, van APV had moeten weigeren, aldus de rechtbank.

4. Blue Tomato B.V. en de burgemeester betogen in hoger beroep dat de rechtbank met haar oordeel heeft miskend dat de verkoop van softdrugs in planologisch opzicht niet kan worden gereguleerd, omdat deze activiteit ingevolge de Opiumwet verboden is, maar dat het algemeen aanvaard is dat de exploitatie van een coffeeshop kan plaatsvinden in een pand met een horecabestemming. De wijze van exploitatie van het pand kan wel degelijk worden aangemerkt als ‘daghoreca’, nu met het aanbod van alcoholvrije dranken en kleine etenswaren ook bezoekers van het bedrijventerrein worden gefaciliteerd, aldus Blue Tomato B.V. en de burgemeester.

Aan haar verzoek om bij wijze van voorlopige voorziening de uitspraak van de rechtbank te schorsen heeft Blue Tomato B.V. ten grondslag gelegd dat sluiting van de coffeeshop zodanig financiële consequenties kan hebben dat een faillissement niet uit te sluiten is, waardoor bij een gegrondverklaring van haar hoger beroep voortzetting van de coffeeshop wellicht niet meer mogelijk is. De burgemeester heeft aan zijn gelijkluidende verzoek ten grondslag gelegd dat het met het oog op het beheersbaar houden van de verkoop van softdrugs wenselijk is dat er twee coffeeshops in Hoorn zijn. Sluiting van de coffeeshop van Blue Tomato B.V. zal ertoe leiden dat de druk op de enige andere coffeeshop, die gelegen is in de binnenstad van Hoorn, zal toenemen met mogelijk onaanvaardbare neveneffecten als gevolg.

5. De voorzitter is van oordeel dat de voorlopige voorziening procedure zich niet goed leent voor een verantwoorde beoordeling van de door Blue Tomato B.V. en de burgemeester tegen het oordeel van de rechtbank aangevoerde gronden. Hangende de bodemprocedure ziet de voorzitter aanleiding voor het treffen van de hierna te melden voorlopige voorziening. Daartoe acht hij van belang dat ter zitting is gebleken dat de exploitatie van de coffeeshop tot op heden niet tot ernstige overlast op het bedrijventerrein heeft geleid en [wederpartij] niet aannemelijk heeft gemaakt een zwaarwegend belang te hebben bij onmiddellijke sluiting van de coffeeshop, terwijl Blue Tomato B.V. om financiële redenen en de burgemeester om beheersmatige redenen wel belang hebben bij voortzetting daarvan hangende de bodemprocedure.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

schorst bij wijze van voorlopige voorziening de werking van de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 22 mei 2014 in zaak nr. 13/1931, voor zover daarbij het besluit van 3 oktober 2013 gedeeltelijk is vernietigd, het besluit van 11 april 2013 tot verlening van de exploitatievergunning is herroepen, de exploitatievergunning alsnog is geweigerd en is bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van het besluit van 3 oktober 2013.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. I.S. Vreken-Westra, ambtenaar van staat.

w.g. Slump w.g. Vreken-Westra

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2014

434.