Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:261

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24-01-2014
Datum publicatie
29-01-2014
Zaaknummer
201210299/9/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 4 september 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201210299/9/R3.

Datum uitspraak: 24 januari 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

1. [verzoeker sub 1A] en [verzoeker sub 1B] (hierna gezamenlijk en in enkelvoud: [verzoeker sub 1]), wonend te Rijsbergen, gemeente Zundert,

2. [verzoeker sub 2], wonend te Rijsbergen, en anderen,

verzoekers,

en

de raad van de gemeente Zundert,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 4 september 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] en anderen beroep ingesteld. [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] en anderen hebben de voorzitter verzocht voorlopige voorzieningen te treffen.

De voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 9 januari 2014, waar [verzoeker sub 1], bij monde van [verzoeker sub 1A], en [verzoeker sub 2] en anderen, vertegenwoordigd door mr. F.H. Damen, advocaat te Tilburg, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. Bij besluit van 22 oktober 2013 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant zijn besluit van 9 oktober 2012 waarbij reactieve aanwijzingen zijn gegeven met betrekking tot diverse onderdelen van voormeld plan ingetrokken, voor zover het betreft aanwijzing 3. Als gevolg hiervan heeft de raad de vastgestelde plandelen met de bestemming "Wonen" alsnog bekendgemaakt. [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] en anderen richten zich in beroep tegen plandelen met de bestemming "Wonen" en beogen met hun verzoeken onomkeerbare gevolgen van inwerkintreding van die plandelen te voorkomen.

Het verzoek van [verzoeker sub 2] en anderen

3. [verzoeker sub 2] en anderen betogen dat de raad ten onrechte het plandeel met de bestemming "Wonen" aan de [locatie 1] te Rijsbergen heeft vastgesteld, voor zover het betreft het kadastrale perceel […..]. De ter plaatse aanwezige schuur is in gebruik ten behoeve van een agrarisch bedrijf en dat was op grond van het voorheen geldende planologische regime ook toegestaan. Het toekennen van een woonbestemming komt niet overeen met het huidige legale gebruik en heeft nadelige gevolgen voor de lopende ruilverkavelingsprocedure. [verzoeker sub 2] en anderen hebben ter zitting toegelicht dat zij gedurende mogelijke periodes met vorst planten in potten in de schuur willen opslaan, hetgeen op grond van de toegekende bestemming "Wonen" niet is toegestaan.

3.1. De raad stelt zich op het standpunt dat ter plaatse geen volwaardig agrarisch bedrijf aanwezig is en dat een agrarische bestemming niet is aangewezen.

3.2. Ingevolge artikel 22, lid 22.1, aanhef en onder a, zijn de voor "Wonen" aangewezen gronden bestemd voor wonen. De gronden aan de [locatie 1], waaronder het perceel […..], hebben de bestemming "Wonen" gekregen en agrarisch gebruik is op grond van deze bestemming niet toegestaan.

Ingevolge artikel 43, lid 43.2, onder 43.2.1, mag het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is worden voorgezet.

Ingevolge lid 43.2, onder 43.2.2, is het verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 43.2.1, te veranderen of te laten veranderen in ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

Ingevolge lid 43.2, onder 43.2.4, is het bepaalde onder 43.2.1, niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

3.3. De voorzitter stelt vast dat de toegekende bestemming "Wonen" agrarisch gebruik van de schuur met een omvang van ongeveer 750 m² niet toelaat. Niet in geschil is dat de schuur legaal is opgericht en de voorzitter gaat er voorshands vanuit dat het bestaande agrarische gebruik op grond van het voorheen geldende planologische regime was toegestaan en onder het overgangsrecht is komen te vallen. Ter zitting hebben [verzoeker sub 2] en anderen toegelicht dat zij deze schuur tijdens mogelijke koude periodes willen gebruiken om planten in potten, die normaal buiten staan, op te slaan en zodoende te beschermen tegen vorstschade. Zij vrezen dat dit gebruik niet is toegestaan. Gelet op artikel 43, lid 43.2, onder 43.2.1 en 43.2.2, van de planregels valt niet uit te sluiten dat een dergelijke wijziging van het gebruik niet is toegelaten. Na afweging van de betrokken belangen en gelet op het verhandelde ter zitting ziet de voorzitter aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening, die met zich brengt dat de schuur mag worden gebruikt voor de tijdelijke opslag van planten in potten ter voorkoming van vorstschade. Daarbij betrekt de voorzitter dat niet is gebleken dat belangen van derden zich verzetten tegen dit gebruik van deze schuur.

3.4. Gelet op het voorgaande ziet de voorzitter aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.

3.5. De raad dient ten aanzien van het verzoek van [verzoeker sub 2] en anderen op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Het verzoek van [verzoeker sub 1]

4. [verzoeker sub 1], die aan de [locatie 2] te Rijsbergen woont, betoogt dat de raad ten onrechte het plandeel met bestemming "Wonen" en de aanduidingen "recreatiewoning" en "specifieke vorm van wonen - persoonsgebonden overgangsrecht" heeft vastgesteld. Daartoe voert hij aan dat ten onrechte de permanente bewoning van de recreatiewoning niet als zodanig is bestemd, terwijl het gebruik onder het overgangsrecht van het voorheen geldende plan viel.

4.1. De raad stelt zich op het standpunt dat er geen aanleiding was om te voorzien in een reguliere woonbestemming en dat de permanente bewoning van de recreatiewoning onder het persoonsgebonden overgangsrecht diende te worden gebracht.

4.2. Aan het perceel [locatie 2] zijn de bestemming "Wonen" en de aanduidingen "recreatiewoning" en "specifieke vorm van wonen - persoonsgebonden overgangsrecht" toegekend.

Ingevolge artikel 22, lid 22.1, aanhef en onder a, van de planregels zijn de voor "Wonen" aangewezen gronden bestemd voor wonen.

Ingevolge het bepaalde onder aanhef en onder b, zijn de voor "Wonen" aangewezen gronden ter plaatse van de aanduiding "recreatiewoning" uitsluitend bestemd voor een recreatiewoning; indien naast de aanduiding "recreatiewoning" ook de aanduiding "specifieke vorm van wonen - persoonsgebonden overgangsrecht" is opgenomen gelden tevens de bepalingen zoals opgenomen in artikel 43, lid 43.3;

Ingevolge lid 22.5, onder 22.5.3, aanhef en sub d, wordt onder verboden gebruik in ieder geval verstaan het gebruik van de gronden voor permanente bewoning van kampeermiddelen of verblijfsrecreatieve voorzieningen, zoals een bed and breakfast of een recreatiewoning.

Ingevolge artikel 43, lid 43.3, is ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van wonen - persoonsgebonden overgangsrecht" het gebruik (het permanent bewonen van een recreatiewoning) in strijd met het bestemmingsplan. Dit gebruik mag worden voortgezet door diegene(n) die het gebouw gebruikt ten tijde van vaststelling van dit plan. Zodra het gebruik door de bestaande gebruiker(s) wordt beëindigd, vervalt het recht op permanente bewoning van de recreatiewoning. Als bestaande gebruiker(s) wordt(/worden) aangemerkt de persoon(/personen) die op het moment van vaststelling van dit plan volgens de Gemeentelijke Basisadministratie van de gemeente Zundert als hoofdbewoner en (eventueel indien daar sprake van is) diens partner staan ingeschreven op het betreffende adres.

4.3. De voorzitter stelt vast dat de permanente bewoning van de recreatiewoning door [verzoeker sub 1] als gevolg van de aanduiding "specifieke vorm van wonen - persoonsgebonden overgangsrecht" en het bepaalde in

artikel 43, lid 43.3, van de planregels is toegestaan en kan worden voortgezet. [verzoeker sub 1] heeft niet aannemelijk gemaakt dat de permanente bewoning door hem op korte termijn zal worden beëindigd. De door [verzoeker sub 1] ter zitting gestelde mogelijke onvoorziene omstandigheden, zoals bijvoorbeeld een gedwongen verkoop van de woning, zijn evenmin aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Indien deze onvoorziene omstandigheden zich onverhoopt zullen voordoen voordat uitspraak in de bodemprocedure is gedaan kan alsnog om een voorlopige voorziening worden verzocht. De voorzitter stelt vast dat er thans geen omstandigheden zijn die nopen tot het treffen van een voorlopige voorziening, nu het vereiste spoedeisend belang bij een voorlopige voorziening ontbreekt. Gelet hierop wordt het verzoek van [verzoeker sub 1] om een voorlopige voorziening te treffen afgewezen.

4.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat ten aanzien van het verzoek van [verzoeker sub 1] geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Zundert van 4 september 2012, kenmerk 2012/13856, voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Wonen" aan de [locatie 1], voor zover het betreft het kadastrale perceel […..];

II. wijst het verzoek van [verzoeker sub 1A] en [verzoeker sub 1B] af;

III. veroordeelt de raad van de gemeente Zundert tot vergoeding van bij [verzoeker sub 2] en anderen in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 974,00 (zegge: negenhonderdvierenzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de andere;

IV. gelast dat de raad van de gemeente Zundert aan [verzoeker sub 2] en anderen het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 310,00 (zegge: driehonderdtien euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de andere.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R. Kegge, ambtenaar van staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Kegge

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 januari 2014

459.