Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:2606

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-07-2014
Datum publicatie
16-07-2014
Zaaknummer
201305822/2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 18 april 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Doornhoek" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201305822/2/R3.

Datum uitspraak: 16 juli 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante], gevestigd te Veghel,

en

de raad van de gemeente Veghel,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 18 april 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Doornhoek" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 december 2013, waar de raad, vertegenwoordigd door A. Munster en drs. M. Wijers, beiden werkzaam bij de gemeente, is verschenen.

Bij tussenuitspraak van 29 januari 2014 in zaak nr. 201305822/1/R3 heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen twaalf weken na de verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 18 april 2013 te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.

Bij brief van 18 april 2014 heeft de raad dat besluit nader gemotiveerd en daartoe twee onderzoeken overgelegd.

[appellante] is in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze over de wijze waarop de gebreken zijn hersteld naar voren te brengen. Daarvan is geen gebruik gemaakt.

De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft.

Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Bij de tussenuitspraak van 29 januari 2014 heeft de Afdeling in overweging 4.3 overwogen dat het standpunt van de raad dat in het kader van de gevolgen voor externe veiligheid vanwege een CNG/LNG-tankstation, welke het plan bij afwijkingsbevoegdheid mogelijk maakt op een perceel tussen de wegen Corsica en Doornhoek, geen risico's voor kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten in de omgeving zijn te verwachten, onvoldoende is onderzocht en gemotiveerd. Daartoe heeft de Afdeling overwogen dat de raad niet de door hem genoemde berekeningen en de zogenoemde Quantitatieve Risico Analyse (hierna: QRA) bij het plan heeft gevoegd of heeft overgelegd. Ook anderszins is niet inzichtelijk gemaakt hoe groot de risicocontour rondom het LNG/CNG-station zal zijn.

2. Bij brief van 18 april 2014 heeft de raad de motivering van het besluit aangevuld. Deze motivering luidt: "Uit de Quantitatieve Risico Analyse d.d. 7 september 2012 en de "Risicoanalyse LNG-tankstation Veghel" d.d. 10 september 2013 van Adviesgroep AVIV BV blijkt dat aan de wettelijke eisen met betrekking tot externe veiligheid kan worden voldaan. Wij nemen de uitkomsten van dit onderzoek onverkort over. Wij zijn dan ook van mening dat de externe veiligheid in voldoende mate is gegarandeerd. De rapporten maken integraal onderdeel uit van dit besluit en zullen als zodanig worden gewaarmerkt."

Verder heeft de raad de twee bovengenoemde rapporten bij de brief van 18 april 2014 gevoegd. In de conclusies van deze rapporten staat dat binnen de contour voor het plaatsgebonden risico van 10-6/jr geen bebouwing van derden aanwezig is en dat het groepsrisico kleiner dan de oriëntatiewaarde is.

3. [appellante] heeft naar aanleiding van de bij brief van 18 april 2014 gegeven nadere motivering geen zienswijze ingediend. De Afdeling ziet, in aanmerking genomen dat geen zienswijze naar voren is gebracht tegen de inhoud van de brief van de raad van 18 april 2014, geen aanleiding voor het oordeel dat de door de raad gegeven nadere motivering waarop het besluit berust niet toereikend is.

4. Het beroep van [appellante] tegen het besluit van 18 april 2013 waarbij het bestemmingsplan "Doornhoek" is vastgesteld, is, gelet op overweging 4.3 van de tussenuitspraak, gegrond. Dit besluit dient wegens strijd met de artikelen 3:46 en 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht te worden vernietigd, voor zover het betreft de aanduiding "wro-zone - afwijkingsmogelijkheid" ter plaatse van het perceel tussen de wegen Corsica en Doornhoek en artikel 3, lid 3.5, onder 3.5.3 van de planregels.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, ziet de Afdeling aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Awb te bepalen dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven.

5. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Veghel van 18 april 2013, tot vaststelling van het bestemmingsplan "Doornhoek", voor zover het betreft de aanduiding "wro-zone - afwijkingsmogelijkheid" ter plaatse van het perceel tussen de wegen Corsica en Doornhoek en artikel 3, lid 3.5, onder 3.5.3 van de planregels;

III. bepaalt dat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand blijven;

IV. gelast dat de raad van de gemeente Veghel aan [appellante] het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 160,00 (zegge: honderdzestig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, voorzitter, en mr. E. Helder en mr. R.J.J.M. Pans, leden, in tegenwoordigheid van mr. W.S. van Helvoort, ambtenaar van staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Van Helvoort

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2014

361.