Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:231

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29-01-2014
Datum publicatie
29-01-2014
Zaaknummer
201305546/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 16 mei 2013, kenmerk Z - 12015361, heeft de raad het bestemmingsplan "Dorpsstraat 82-86, Aarle-Rixtel" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201305546/1/R3.

Datum uitspraak: 29 januari 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant] en anderen, allen wonend te Aarle-Rixtel, gemeente Laarbeek,

en

de raad van de gemeente Laarbeek,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 16 mei 2013, kenmerk Z - 12015361, heeft de raad het bestemmingsplan "Dorpsstraat 82-86, Aarle-Rixtel" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 4 december 2013, waar [appellant] en anderen, bij monde van [appellant], bijgestaan door mr. R.T. Kirpestein en [gemachtigde], en de raad, vertegenwoordigd door M.A.G. Rovers, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [belanghebbende], vertegenwoordigd door [gemachtigde] gehoord.

Overwegingen

1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

2. Het plan voorziet ter plaatse van de percelen Dorpsstraat 82 en 84 in een gezondheidscentrum en ter plaatse van het perceel Dorpsstraat 86 voorziet het plan in een uitbreiding van het bestaande café ten behoeve van een café-restaurant.

3. Ter zitting hebben [appellant] en anderen hun beroepsgrond dat de procedure voorafgaand aan de vaststelling van het plan onzorgvuldig is verlopen, ingetrokken.

4. [appellant] en anderen betogen dat de in het plan voorziene maximale bouwhoogten niet passen in de omgeving. Zij wensen het thans open karakter van de gronden binnen het plangebied en het tegenover het plangebied gelegen Heuvelplein te behouden. Anders dan de raad stelt in de responsnota, is ter plaatse van het Heuvelplein volgens hen geen sprake van bestaande bebouwing die vergelijkbaar is met de bebouwing waarin het plan voorziet. De motivering van de raad op dit punt is volgens [appellant] en anderen niet deugdelijk.

4.1. De raad stelt zich op het standpunt dat de in het plan voorziene bebouwing aansluit bij de bestaande bebouwing in de Dorpsstraat en daarom passend is in de omgeving.

4.2. Het plangebied bestaat uit één plandeel, waaraan de bestemming "Dienstverlening" is toegekend. Voor het bouwvlak op de percelen Dorpsstraat 82 en 84 geldt een maximale goothoogte van 7 m en een maximale bouwhoogte van 11 m. Voor het bouwvlak op het perceel Dorpsstraat 86 geldt een maximale goothoogte van 5 m en een maximale bouwhoogte van 12 m. Voorts is aan het bouwvlak op het perceel Dorpsstraat 86 de aanduiding "horeca tot en met horecacategorie 2" toegekend.

4.3. Ingevolge artikel 3, lid 3.1, onder 3.1.1, van de planregels zijn de voor "Dienstverlening" aangewezen gronden bestemd voor:

a. maatschappelijke dienstverlening;

(…);

c. ter plaatse van de aanduiding "horeca tot en met horecacategorie 2", de uitoefening van een horecabedrijf van categorie I en/of II;

(…);

g. verkeers- en parkeervoorzieningen;

(…).

Ingevolge lid 3.2, onder 3.2.1, gelden voor het bouwen van (hoofd)gebouwen de volgende regels:

a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;

b. het bouwvlak mag geheel worden bebouwd;

c. ter plaatse van de aanduiding "maximale goot- en bouwhoogte (m)" mag de goothoogte respectievelijk de bouwhoogte, maximaal de aangeduide hoogte bedragen;

(…).

4.4. In het voorgaande bestemmingsplan "Kom Aarle-Rixtel" was aan de percelen Dorpsstraat 82 en 86 de bestemming "Dienstverlening" en aan het perceel Dorpsstraat 84 de bestemming "Woondoeleinden" toegekend. Voor de percelen Dorpsstraat 82, 84 en 86 golden maximale goothoogten van onderscheidenlijk 6, 4,5 en 5 m.

4.5. De raad heeft ter zitting onweersproken toegelicht dat in de omgeving van het plangebied met name woningen staan met goot- en bouwhoogten die vergelijkbaar zijn met de maximale goot- en bouwhoogten waarin het plan voorziet. Het standpunt van de raad dat de in het plan voorziene bebouwing aansluit bij de bestaande bebouwing in de omgeving van het plangebied is dan ook niet onredelijk.

Overigens zijn de bouwmogelijkheden in dit plan ingeperkt ten opzichte van het vorige plan. Voor gronden met de bestemming "Dienstverlening" golden in het voorgaande plan geen maximale bouwhoogten en gold geen maximale dakhelling. Voor gronden met de bestemming "Woondoeleinden" gold een maximale dakhelling van 65°. Gelet op de breedte van het perceel Dorpsstraat 84 kon de maximale bouwhoogte bij die hellinghoek oplopen tot boven de 11 m, hetgeen door [appellant] en anderen ter zitting niet is bestreden. Er bestaat dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat het open karakter van de gronden binnen het plangebied en het tegenover het plangebied gelegen Heuvelplein, wat daar ook van zij, ten gevolge van het plan onevenredig wordt aangetast.

Gelet op het voorgaande heeft de raad in redelijkheid maximale goothoogten van 7 m en 5 m en maximale bouwhoogten van 11 m en 12 m kunnen vaststellen voor het plandeel. Het betoog faalt.

5. [appellant] en anderen stellen dat het plan zal leiden tot meer parkeerdruk en verkeersonveilige situaties in de omliggende straten van het plangebied. Volgens hen voorziet het plan in onvoldoende parkeerplaatsen voor het voorziene gezondheidscentrum en het café-restaurant. Zij betogen dat de raad bij de berekening van de parkeerbehoefte bewust onjuiste parkeercijfers heeft gehanteerd om aan te tonen dat het in het plangebied aanwezige aantal parkeerplaatsen voldoende zou zijn. Volgens [appellant] en anderen is niet duidelijk of de raad heeft aangesloten bij het Parkeerbeleidsplan gemeente Laarbeek of bij de aanbevelingen van het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW), zoals opgenomen in publicatie nr. 182 "Parkeerkencijfers - Basis voor parkeernormering" (hierna: CROW-publicatie nr. 182). Zij stellen dat Laarbeek in het Parkeerbeleidsplan gemeente Laarbeek in de categorie weinig stedelijk valt, terwijl de raad van parkeerkencijfers is uitgegaan die gelden voor niet-stedelijk gebied. Voorts moet de omgeving van het plangebied volgens [appellant] en anderen worden aangemerkt als centrumgebied, terwijl de raad is uitgegaan van een zogenoemd schil- of overloopgebied. De raad is volgens [appellant] en anderen ten onrechte uitgegaan van de parkeerkencijfers die gelden voor een café, nu ter plaatse ook een restaurant is toegestaan. Ook heeft de raad geen rekening gehouden met de voorziene apotheek. Verder heeft de raad volgens [appellant] en anderen ten onrechte geen rekening gehouden met het aantal parkeerplaatsen dat nodig is voor de naast het plangebied aanwezige supermarkt. Zij verwachten, zo hebben zij ter zitting toegelicht, dat de combinatie binnen het plangebied van de beoogde functies leidt tot een groot aantal bezoekersbewegingen en daarmee tot meer parkeeroverlast. Voorts voeren [appellant] en anderen aan dat het plan leidt tot een combinatie van langzaam met auto- en vrachtverkeer op een reeds onveilig en druk kruispunt.

5.1. Ingevolge artikel 1, onder 27, van de planregels wordt onder horeca verstaan: het bedrijfsmatig voor gebruik ter plaatse verstrekken van dranken en van in dezelfde onderneming bereide maaltijden en andere etenswaren, het voorgaande al dan niet in combinatie met het exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van overnachtingsmogelijkheden; het exploiteren van een snackbar wordt eveneens onder een horecabedrijf begrepen.

Hierbij kan een onderscheid gemaakt worden in de volgende twee categorieën:

Categorie I:

a. restaurant: een bedrijf, dat in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van maaltijden voor gebruik ter plaatse en waarbij het verstrekken van drank (daaraan) ondergeschikt is;

(…);

Categorie II:

e. zaalaccommodatie: een bedrijf, dat in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van gelegenheid tot het houden van bruiloften en partijen, alsmede tot het houden van congressen, conferenties en andere vergaderingen en waarbij het verstrekken van voedsel en dranken (daaraan) ondergeschikt is;

f. bar/café/pub/grand-café/eetcafé of taverne: een zelfstandige, niet geheel of gedeeltelijk deel uitmakend van een hotel, restaurant of zaalaccommodatie voorkomende bedrijvigheid die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse en waar het verstrekken van maaltijden daaraan ondergeschikt is;

g. bar-discotheek of discotheek (dancing): een zelfstandige, niet geheel of gedeeltelijk deel uitmakend van een hotel, restaurant of zaalaccommodatie voorkomende bedrijvigheid die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse en tevens gelegenheid biedt tot dansen, met een in het algemeen hoge bezoekersfrequentie gedurende de avond en de nacht, waarbij de bedrijvigheid zich binnen de lokaliteit voltrekt en waarbij de consumpties behalve zittend ook staand kunnen worden genuttigd.

5.2. In paragraaf 3.2 van de plantoelichting staat dat de raad bij de vaststelling van het plan de Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom van het CROW (hierna: de ASVV 2012) heeft gehanteerd en daarbij is uitgegaan van de categorieën niet stedelijk en schil- of overloopgebied. In het verweerschrift erkent de raad evenwel dat het plangebied valt in de categorieën weinig stedelijk gebied en centrum. Nu de raad zich in zoverre op een ander standpunt stelt dan hij in het bestreden besluit heeft gedaan en niet is gebleken dat gewijzigde omstandigheden hiertoe aanleiding hebben gegeven, moet worden geoordeeld dat het bestreden besluit in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid.

5.3. Ingevolge artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan een besluit waartegen bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld, ondanks schending van een geschreven of ongeschreven rechtsregel of algemeen rechtsbeginsel, door het orgaan dat op het bezwaar of beroep beslist in stand worden gelaten indien aannemelijk is dat de belanghebbenden daardoor niet zijn benadeeld.

5.4. De Afdeling ziet aanleiding om voornoemd gebrek te passeren met toepassing van artikel 6:22 van de Awb en overweegt daartoe als volgt. De raad heeft in het verweerschrift gemotiveerd dat het plan ook bij de parkeercijfers die gelden voor de categorieën weinig stedelijk gebied en centrum voorziet in voldoende parkeerplaatsen. Gelet op artikel 3, lid 3.1, onder 3.1.1, aanhef en sub g, van de planregels voorziet het plan in de mogelijkheid parkeerplaatsen aan te leggen. In de plantoelichting staat dat bij de vaststelling van het plan voor de parkeercijfers is uitgegaan van de ASVV 2012. Voorts staat in de plantoelichting dat het gezondheidscentrum onder meer is beoogd voor de vestiging van een apotheek. Voor de apotheek is de raad in het verweerschrift uitgegaan van een parkeerkencijfer van 2,2. Gelet hierop heeft de raad rekening gehouden met de apotheek. Nu in de AVVS 2012 kencijfers en aanwezigheidspercentages voor een café met restaurant ontbreken, is de raad uitgegaan van het gemiddelde kencijfer en aanwezigheidspercentage voor een café en een restaurant. Dit acht de Afdeling niet onredelijk. [appellant] en anderen hebben niet, met bijvoorbeeld een tegenonderzoek, gestaafd dat de raad van onjuiste parkeerkencijfers is uitgegaan. De door hen overgelegde cijfers die zij, zo hebben zij ter zitting toegelicht, baseren op hun eigen ervaring zijn daarvoor onvoldoende. Voorts hebben zij niet aannemelijk gemaakt dat tussen het plangebied en de buiten het plangebied aanwezige supermarkt een zodanige samenhang bestaat dat het plan dient te voorzien in parkeerplaatsen voor deze supermarkt.

Voorts geeft de enkele stelling van [appellant] en anderen dat het plan leidt tot een combinatie van langzaam met auto- en vrachtverkeer op een reeds onveilig en druk kruispunt, geen aanleiding voor het oordeel dat de raad het plan niet heeft kunnen vaststellen. Daartoe is van belang dat de raad in het bestreden besluit heeft toegelicht dat het aantal verkeersongevallen op het kruispunt en de aard daarvan niet wijzen op een verkeersonveilige situatie. Voorts heeft de raad toegelicht dat het parkeerterrein in de huidige situatie niet tot onveilige verkeerssituaties heeft geleid. [appellant] en anderen hebben het tegendeel niet aannemelijk gemaakt. Evenmin hebben zij aannemelijk gemaakt dat ten gevolge van het plan verkeersonveilige situaties zullen ontstaan. Het betoog faalt.

6. [appellant] en anderen vrezen dat zij geluidsoverlast zullen ondervinden van het café-restaurant. Zij hebben ter zitting toegelicht dat deze vrees is gelegen in de omstandigheid dat het plan gelet op de in artikel 1, onder 27, van de planregels genoemde categorie II voorziet in meer horecamogelijkheden en een andere situering van het terras dan in het vorige plan was voorzien. Zij wensen dat in de planregels wordt opgenomen dat een bar-discotheek of discotheek niet is toegestaan.

6.1. De raad stelt zich op het standpunt dat het plan niet leidt tot een toename, maar een vermindering van de geluidsbelasting, nu de bestaande zaalaccommodatie is gesloopt en het bouwvlak aanzienlijk is verkleind ten opzichte van het vorige plan. Volgens de raad volgt uit de planregels reeds dat een discotheek niet is toegestaan.

6.2. De woningen van [appellant] en anderen staan achter het bestaande café op een afstand van 15 tot 50 m. De Afdeling stelt vast dat het bouwvlak voor het café-restaurant ten opzichte van het vorige plan zodanig is gewijzigd dat dit 10 m verder verwijderd ligt van de woningen van [appellant] en anderen en dit aan de voorzijde gedeeltelijk is uitgebreid. De initiatiefnemer heeft ter zitting toegelicht dat ter plaatse van de uitbreiding een serre is beoogd, die 's zomers als terras kan worden gebruikt. Ten gevolge van de wijziging is het bouwvlak in totaal met ongeveer 140 m² verkleind. Niet aannemelijk is dat [appellant] en anderen door voornoemde wijziging van het bouwvlak een onaanvaardbare geluidsoverlast zullen ondervinden. [appellant] en anderen hebben voorts niet aannemelijk gemaakt dat een zaalaccommodatie of restaurant zal leiden tot meer geluidsoverlast dan een café. De Afdeling stelt evenwel vast dat artikel 3, lid 3.1, onder 3.1.1, aanhef en sub c, van de planregels in het elektronisch vastgestelde plan, anders dan in het papieren plan, het gebruik van gronden met de bestemming "Dienstverlening" en de aanduiding "horeca tot en met horecacategorie 2" ten behoeve van een discotheek niet uitsluiten. Het elektronisch vastgestelde plan is ingevolge artikel 1.2.3, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening beslissend. Anders dan de raad kennelijk veronderstelt, volgt uit voornoemde planregel derhalve niet dat het gebruik van gronden met de bestemming "Dienstverlening" en de aanduiding "horeca tot en met horecacategorie 2" ten behoeve van een discotheek is uitgesloten. Voorts volgt uit artikel 3, lid 3.1, onder 3.1.1, aanhef en sub c, van de planregels niet dat het gebruik van deze gronden ten behoeve van een bar-discotheek is uitgesloten. Het voorgaande is niet in overeenstemming met hetgeen de raad, zo heeft de raad ter zitting toegelicht, bij de vaststelling van het bestreden besluit heeft beoogd. In hetgeen [appellant] en anderen aanvoeren ziet de Afdeling dan ook aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit en het plan in onderlinge samenhang in zoverre zijn vastgesteld in strijd met de rechtszekerheid. Het betoog slaagt.

7. [appellant] en anderen stellen dat het plan zal leiden tot een aantasting van hun woon- en leefklimaat in de vorm van verlies van privacy. De raad heeft volgens hen geen evenredige belangenafweging gemaakt.

7.1. Niet kan worden uitgesloten dat het voorziene gezondheidscentrum en de uitbreiding van het café-restaurant achter de woningen van [appellant] en anderen zal leiden tot enige aantasting van hun woon- en leefklimaat. De afstanden tussen de bouwvlakken en de woningen van [appellant] en anderen zijn evenwel minimaal tussen de ongeveer 15 en 40 m. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat de woningen van [appellant] en anderen in de bebouwde kom staan, heeft de raad niet hoeven uitgaan van een zodanig ernstige aantasting dat hij het bestreden besluit niet in redelijkheid heeft kunnen vaststellen. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad in redelijkheid meer gewicht kunnen toekennen aan het belang bij het realiseren van het gezondheidscentrum en de uitbreiding van het café dan aan het belang van [appellant] en anderen bij het behoud van hun huidige woon- en leefklimaat. Het betoog faalt.

8. [appellant] en anderen stellen voorts dat de raad ten onrechte niet heeft onderzocht of het gezondheidscentrum op een alternatieve locatie kan worden gerealiseerd.

8.1. De raad dient bij de keuze van een bestemming een afweging te maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. Daarbij heeft de raad beleidsvrijheid. De voor- en nadelen van alternatieven dienen in die afweging te worden meegenomen. De raad heeft het verzoek van de initiatiefnemer van het gezondheidscentrum beoordeeld en heeft het daarom niet nodig geacht nog andere locaties bij zijn afweging mee te nemen. Weliswaar zou het gezondheidscentrum ook op andere locaties kunnen worden gerealiseerd, maar dat betekent niet dat de raad niet in redelijkheid voor de locatie van het plangebied heeft kunnen kiezen, nu het verzoek van de initiatiefnemer ziet op de percelen Dorpsstraat 82, 84 en 86 en de initiatiefnemer deze percelen in eigendom heeft. Voorts is van belang dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan het woon- en leefklimaat van [appellant] en anderen niet onevenredig zal aantasten en dat de raad zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het plan voorziet in voldoende parkeerplaatsen en niet zal leiden tot een verslechtering van de verkeerssituatie in de omgeving van het plangebied, zoals hiervoor is overwogen. Het betoog faalt.

9. [appellant] en anderen hebben zich in het beroepschrift voor het overige beperkt tot het verwijzen naar de inhoud van de zienswijze. In de overwegingen van het bestreden besluit is ingegaan op deze zienswijze. [appellant] en anderen hebben in het beroepschrift, noch ter zitting redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de desbetreffende zienswijze in het bestreden besluit onjuist zou zijn.

10. In hetgeen [appellant] en anderen hebben aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit voor zover dat ziet op de vaststelling van artikel 3, lid 3.1, onder 3.1.1, aanhef en sub c, is genomen in strijd met de rechtszekerheid. Het beroep is gegrond, zodat het bestreden besluit in zoverre dient te worden vernietigd.

Nu niet aannemelijk is dat derdebelanghebbenden in hun belangen zouden kunnen worden geschaad, ziet de Afdeling aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb op de hierna te melden wijze zelf in de zaak te voorzien en te bepalen dat deze uitspraak ten aanzien van dit planonderdeel in de plaats treedt van het bestreden besluit. Hierbij betrekt de Afdeling dat de initiatiefnemer ter zitting geen bezwaren heeft geuit tegen het niet toestaan van een bar-discotheek en discotheek in het plan.

Uit oogpunt van rechtszekerheid en gelet op artikel 1.2.3 van het Besluit ruimtelijke ordening, ziet de Afdeling aanleiding de raad op te dragen de hierna in de beslissing nader aangeduide onderdelen van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl.

11. De raad dient ten aanzien van het beroep van [appellant] en anderen op na te melden wijze te worden veroordeeld in de proceskosten.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Laarbeek van 16 mei 2013, kenmerk Z - 12015361, tot vaststelling van het bestemmingsplan "Dorpsstraat 82-86, Aarle-Rixtel", voor zover het betreft de vaststelling van artikel 3, lid 3.1, onder 3.1.1, aanhef en sub c, van de planregels;

III. bepaalt dat artikel 3, lid 3.1, onder 3.1.1, aanhef en sub c, van de planregels komt te luiden als volgt:

ter plaatse van de aanduiding "horeca tot en met horecacategorie 2", de uitoefening van een horecabedrijf van categorie I en/of II met uitzondering van een discotheek en een bar-discotheek;

IV. bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

V. verklaart het beroep voor het overige ongegrond;

VI. draagt de raad van de gemeente Laarbeek op om binnen twaalf weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat het hiervoor vermelde onderdeel III wordt verwerkt in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl;

VII. veroordeelt de raad van de gemeente Laarbeek tot vergoeding van bij [appellant] en anderen in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 487,00 (zegge: vierhonderdzevenentachtig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;

VIII. gelast dat de raad van de gemeente Laarbeek aan [appellant] en anderen het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 160,00 (zegge: honderdzestig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.

Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, ambtenaar van staat.

w.g. Parkins-de Vin w.g. Matulewicz

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 29 januari 2014

45-653.