Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:2277

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-06-2014
Datum publicatie
25-06-2014
Zaaknummer
201306338/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Bij uitspraak van 30 november 2011, in zaak nr. 201011978/1/R3, heeft de Afdeling het beroep van [verzoeker] voor zover gericht tegen de planregeling voor het pand aan de [locatie 1] in Veghel, ongegrond verklaard. De uitspraak is aangehecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201306338/1/R3.

Datum uitspraak: 25 juni 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het verzoek van:

[verzoeker], wonend te Veghel,

om herziening (artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), zoals dit luidde ten tijde van belang) van de uitspraak van de Afdeling van 30 november 2011, in zaak nr. 201011978/1/R3.

Procesverloop

Bij uitspraak van 30 november 2011, in zaak nr. 201011978/1/R3, heeft de Afdeling het beroep van [verzoeker] voor zover gericht tegen de planregeling voor het pand aan de [locatie 1] in Veghel, ongegrond verklaard. De uitspraak is aangehecht.

[verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak in zoverre te herzien.

[verzoeker] heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft het verzoek ter zitting behandeld op 24 april 2014, waar [verzoeker], bijgestaan door mr. J. van Groningen, advocaat te Middelharnis, en de raad van de gemeente Veghel, vertegenwoordigd door A. Muster, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Awb, zoals dit luidde ten tijde van belang, kan de Afdeling op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

2. Bij besluit van 30 september 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Bebouwde kom, aanvulling 1" vastgesteld. In beroep tegen dit besluit heeft [verzoeker] betoogd dat de raad geen rekening heeft gehouden met zijn belangen door het bestaande gebruik van de panden aan de [locatie 2] en [locatie 1] niet als zodanig te bestemmen. Hij heeft daartoe onder meer aangevoerd dat ten tijde van de aankoop door [verzoeker] van deze panden door de raad was toegezegd dat het gebruik voor het huisvesten van elf arbeidsmigranten was toegestaan.

3. De Afdeling stelt vast dat de raad na de uitspraak van 30 november 2011 op 28 juni 2012 het bestemmingsplan "Veghel Zuid", dat ook ziet op de [locatie 2] en [locatie 1], heeft vastgesteld. Dit plan is bij uitspraak van de Afdeling van 8 mei 2013, in zaak nr. 201208182/1/R3 in rechte onaantastbaar geworden en daarmee is het bestemmingsplan "Bebouwde kom, aanvulling 1" komen te vervallen. Dat [verzoeker] per brief van 13 juli 2013, ingekomen op 15 juli 2013, alsnog tegen het bestemmingsplan "Veghel Zuid" beroep heeft ingesteld, maakt dit niet anders nu dit beroep bij uitspraak van heden, in zaak nr. 201306340/1/R3, niet-ontvankelijk is verklaard. Het bestemmingsplan "Veghel Zuid" is dan ook het geldende plan voor de bedoelde percelen aan de Merwedelaan. [verzoeker] beoogt met zijn verzoek dat de Afdeling zijn beroep tegen het bestemmingsplan "Bebouwde kom, aanvulling 1" voor zover gericht tegen de planregeling voor het pand aan de [locatie 1], alsnog gegrond verklaart en het plan voor zover het betrekking heeft op dit perceel, vernietigt. De omstandigheid dat het bestemmingsplan "Bebouwde kom, aanvulling 1" niet meer het geldende plan is voor dit perceel en is komen te vervallen, staat hier echter aan in de weg. [verzoeker] heeft dan ook geen procesbelang bij een beoordeling van zijn verzoek.

4. Het verzoek is niet-ontvankelijk.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, voorzitter, en mr. M.W.L. Simons-Vinckx en mr. R. Uylenburg, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, ambtenaar van staat.

w.g. Van Buuren w.g. Matulewicz

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 25 juni 2014

45-653.