Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:2215

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-06-2014
Datum publicatie
18-06-2014
Zaaknummer
201308547/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 25 juni 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Stroom Esch" gewijzigd vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201308547/1/R1.

Datum uitspraak: 18 juni 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant] en anderen, allen wonend te Borne,

en

de raad van de gemeente Borne,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 25 juni 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Stroom Esch" gewijzigd vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 maart 2014, waar [appellant] en anderen, vertegenwoordigd door [gemachtigden], en de raad, vertegenwoordigd door mr. S. Jurriën en A.B.M. Bruins, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Buiten bezwaren van partijen is na zitting een stuk ingebracht door de raad.

Overwegingen

1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

2. Het plan biedt een nieuwe planologische regeling voor het woongebied Stroom Esch te Borne en is vooral conserverend van aard.

3. [appellant] en anderen kunnen zich niet verenigen met de bestemming "Groen", die is toegekend aan de gronden naast het perceel Blauwgras 100. [appellant] en anderen voeren aan dat deze gronden bedoeld waren om extra parkeerruimte te bieden aan kleine bedrijfsauto’s ten behoeve van hun bedrijfsactiviteiten, die bestaan uit autodemontage, autohandel en metaalrecycling, zodat geen onnodig beslag werd gelegd op de bestaande parkeervoorzieningen. Met de bestemming "Groen" is het gebruik van de gronden als parkeervoorziening niet langer mogelijk.

[appellant] en anderen wijzen er op dat de bestaande parkeerhavens, waar de raad in de nota zienswijzen naar verwijst, reeds in gebruik zijn voor hun privéauto’s.

3.1. Aan de gronden naast het perceel Blauwgras 100 is in het plan de bestemming "Groen" toegekend.

Ingevolge artikel 4, lid 4.1, van de planregels zijn deze gronden bestemd voor:

a. groenvoorzieningen;

[…]

c. recreatief medegebruik;

d. wandel- en fietspaden;

e. speeltoestellen, straatmeubilair en kunstwerken;

f. waterpartijen en watergangen;

g. perceelsontsluitingswegen, inritten en uitwegen;

h. geluidwerende voorzieningen;

i. nutsvoorzieningen;

j. afvalcontainers;

k. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;

l. transport, tijdelijke berging en infiltratie van hemelwater;

[…].

Ingevolge lid 4.5 kan het bevoegd gezag bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1 voor de realisatie van parkeervoorzieningen, met dien verstande dat:

a. de noodzaak hiervoor is aangetoond;

b. de verkeersveiligheid niet in het geding is;

c. de bestaande groenstructuur niet onevenredig wordt aangetast.

3.2. In het voorheen geldende plan was aan de gronden naast Blauwgras 100, die eigendom zijn van de gemeente, de bestemming "Groenvoorziening" toegekend. Het gebruik van deze gronden als parkeervoorziening was ingevolge dit plan niet toegestaan.

De raad heeft te kennen gegeven dat op een gedeelte van de gronden in het verleden een verharding is aangebracht. Vanwege parkeerproblemen in de Stroom Esch, specifiek bij de woonwagenlocatie Blauwgras, heeft het gemeentebestuur ingestemd met het gebruik van deze verharding als openbare parkeervoorziening in 2009, zodat [appellant] en anderen hun bedrijfsauto’s hier konden parkeren. Aan dit gebruik is geen huur- of pachtovereenkomst of een ander zakelijk recht verbonden. De raad heeft echter geconstateerd dat de verharding na verloop van tijd ook in gebruik is genomen als opslagplaats en stalling voor onder meer boten, materialen en aan het gebruik onttrokken motorvoertuigen. Aangezien de raad dergelijk gebruik in een woonwijk en naast een groen- en speelvoorziening ongewenst acht, heeft hij de bewoners van [locaties] verzocht dit gebruik als opslag en stalling te staken. De raad is thans voornemens om de gronden opnieuw in te richten als groenstrook en het aantal parkeerhavens uit te breiden en heeft hiertoe een inrichtingsschets overgelegd.

Mede gelet op dit concrete voornemen heeft de raad naar het oordeel van de Afdeling in redelijkheid opnieuw een groenbestemming aan de gronden kunnen toekennen. Daarbij heeft de raad met het bestaande gebruik als parkeervoorziening en opslagplaats in beginsel geen rekening hoeven houden, aangezien dit gebruik in strijd met het voorheen geldende bestemmingsplan was. [appellant] en anderen kunnen in dit verband geen rechten ontlenen aan de omstandigheid dat het gemeentebestuur in het verleden niettemin heeft ingestemd met het gebruik van de gronden als parkeervoorziening. De Afdeling acht voorts van belang dat de raad onweersproken te kennen heeft gegeven dat ook na verwijdering van de verharding in de toekomstige situatie wordt voldaan aan de parkeernorm. [appellant] en anderen hebben niet aannemelijk gemaakt dat de bestaande parkeervoorzieningen op hun eigen erven en in de straat niet voldoende zijn voor hun privé- en bedrijfsauto’s. De Afdeling betrekt hierbij tevens dat uit het nadere stuk van de raad blijkt dat binnen het plandeel met de bestemming "Groen" vier parkeerplaatsen kunnen worden gerealiseerd indien dit gewenst wordt geacht en dat artikel 4, lid 4.5, van de planregels hiertoe de planologische mogelijkheid biedt. Het betoog faalt.

4. Het beroep is ongegrond.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.L.M. van Loo, ambtenaar van staat.

w.g. Van Diepenbeek w.g. Van Loo

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2014

418-667.