Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:2180

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-06-2014
Datum publicatie
18-06-2014
Zaaknummer
201305566/1/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 20 maart 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied Oldambt" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Wet ruimtelijke ordening
Wet ruimtelijke ordening 3.1
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JBO 2014/137 met annotatie van D. van der Meijden
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201305566/1/R4.

Datum uitspraak: 18 juni 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. het college van gedeputeerde staten van Groningen,

2. [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 2]), beiden wonend te Woldendorp, gemeente Delfzijl,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Oldambt,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 20 maart 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied Oldambt" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben het college en [appellant sub 2] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

Het college heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 februari 2014, waar het college, vertegenwoordigd door mr. E.J. van der Kooi, werkzaam bij de provincie, [appellant sub 2], bijgestaan door mr. A.J. Boonstra, advocaat te Groningen, en de raad, vertegenwoordigd door J.H. Samberg, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het plan voorziet in een actuele juridisch-planologische regeling voor het landelijk gebied van de gemeente Oldambt. Het betreft een conserverend plan.

2. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

Het beroep van het college

3. De raad erkent dat de plandelen met de bestemmingen "Wonen", "Wonen - Woonboerderij", "Bedrijf", "Maatschappelijk", "Agrarisch - Paardenhouderij" en "Sport - Manege", alle ter plaatse van vrijgekomen en vrijkomende panden, artikel 3, lid 3.2, onder a, lid 3.3, onder a en c, lid 3.5, onder b, lid 3.6, onder a, sub 1, de zinsnede "Agrarisch - Paardenhouderij, dan wel Sport - Manege" in artikel 3, lid 3.7, artikel 4, lid 4.2, onder a, lid 4.3, onder a en c, lid 4.5, onder b, lid 4.6, onder a, sub 5, de zinsnede "Agrarisch - Paardenhouderij, dan wel Sport - Manege" in artikel 4, lid 4.7, en artikel 44, lid 44.4, van de planregels in strijd zijn met de Omgevingsverordening.

3.1. Nu de raad zich in zoverre op een ander standpunt stelt dan hij in het bestreden besluit heeft gedaan en niet is gebleken dat gewijzigde omstandigheden hiertoe aanleiding hebben gegeven, moet worden geoordeeld dat het bestreden besluit wat betreft deze plandelen niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid.

Het beroep van [appellant sub 2]

4. De raad erkent dat aan de locatie [locatie 1] te Woldendorp ten onrechte niet de bestemming "Agrarisch - Bedrijf" is toegekend.

4.1. Nu de raad zich in zoverre op een ander standpunt stelt dan hij in het bestreden besluit heeft gedaan en niet is gebleken dat gewijzigde omstandigheden hiertoe aanleiding hebben gegeven, moet worden geoordeeld dat het bestreden besluit wat betreft dit niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid.

5. [appellant sub 2] voert aan dat het plan op de locatie [locatie 2] te Woldendorp ten onrechte niet voorziet in de bestemming "Agrarisch - Bedrijf". Voorts is volgens hem op deze locatie ten onrechte een bedrijfswoning uitgesloten. Ook voorziet het plan volgens hem ten onrechte niet in de aanduiding "intensieve veehouderij".

5.1. De raad stelt dat de bedrijfswoning in de gemeente Delfzijl is gelegen. De aan die woning gelegen gronden liggen in de gemeente Oldambt en hebben de bestemming "Agrarisch" gekregen. Op deze gronden mag niet worden gebouwd, maar daarvoor is volgens de raad voldoende ruimte op het gedeelte van de gronden dat in de gemeente Delfzijl is gelegen. Door middel van een wijzigingsplan kan, indien de noodzaak daarvan wordt aangetoond, worden meegewerkt aan een vergroting van het bouwperceel tot twee hectare. De raad betoogt dat aan de gronden niet de aanduiding "intensieve veehouderij" is toegekend, omdat er geen intensieve veehouderij is gevestigd.

5.2. Ingevolge artikel 3, lid 3.7, van de planregels is het college van burgemeester en wethouders bevoegd om de bestemming te wijzigen in de bestemming "Agrarisch - Bedrijf", "Agrarisch - Paardenhouderij", dan wel "Sport - Manege" ten behoeve van de uitbreiding van een bouwperceel tot een maximale omvang van 20.000 m2.

5.3. De Afdeling overweegt dat de raad in redelijkheid aan de gronden de bestemming "Agrarisch" heeft kunnen toekennen en niet heeft hoeven voorzien in de mogelijkheid een bedrijfswoning op te richten. Daartoe overweegt de Afdeling dat het plan conserverend van aard is. [appellant sub 2] heeft niet betwist dat het bouwvlak voor de bedrijfswoning is gelegen binnen de gemeente Delfzijl. Hij heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij concrete plannen heeft voor uitbreiding van de bedrijfsbebouwing. Bovendien voorziet het plan in een wijzigingsbevoegdheid op grond waarvan het bouwperceel kan worden vergroot tot 2 hectare.

In artikel 1.46 van de planregels is intensieve veehouderij gedefinieerd als niet-grondgebonden agrarisch bedrijf dat zelfstandig of als neventak (nagenoeg) geheel in gebouwen varkens, pluimvee, vleeskalveren of pelsdieren houdt. [appellant sub 2] heeft een agrarische onderneming in aardappelen, suikerbieten en tarwe met een areaal van ongeveer 87 ha. Hij heeft niet betwist dat thans geen sprake is van intensieve veehouderij. Ook heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat hij concrete plannen heeft om zijn bedrijfsvoering te wijzigen. Gelet hierop heeft de raad er in redelijkheid van kunnen afzien aan de gronden de aanduiding "intensieve veehouderij" toe te kennen.

6. [appellant sub 2] voert aan dat het plan aan de locaties [locatie 1] en [locatie 2] te Woldendorp ten onrechte de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie" toekent. Hij betoogt dat de grond in het kader van ruilverkaveling gedraineerd is.

6.1. Aan de locaties [locatie 1] en [locatie 2] te Woldendorp zijn de dubbelbestemmingen "Waarde Archeologie 2" en "Waarde Archeologie 4" toegekend.

6.2. In de plantoelichting is vermeld dat de raad een Nota Archeologie heeft vastgesteld. Volgens deze Nota Archeologie in het buitengebied het behoud van archeologische en cultuurhistorische vindplaatsen nagestreefd. Wijzigingen in het maaiveld, zoals egaliseren, afgraven en ontgronden en diepe bodembewerkingen, zoals mengwoelen, diepploegen en dergelijke, zullen doorgaans niet worden toegestaan. In de Nota Archeologie is voorts opgenomen dat delen van het buitengebied op basis van vastgestelde bodemverstoringen of op basis van een geringe kans op de aanwezigheid van archeologische resten, zijn vrijgesteld van onderzoeksverplichtingen. Deze gebieden staan aangegeven op de beleidskaart archeologie.

Volgens de beleidskaart archeologie zijn op de gronden op de locaties [locatie 1] en [locatie 2] te Woldendorp cultuurlandschappelijk waardevolle lijnelementen aanwezig, waarbij volgens de Nota Archeologie de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 2" past, en is onderzoek noodzakelijk bij ingrepen dieper dan het kleidek. Daarbij past volgens de Nota Archeologie de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 4".

6.3. De Afdeling stelt vast dat de percelen van [appellant sub 2] zijn gelegen binnen het gebied waar volgens de Nota Archeologie en de beleidskaart archeologie onderzoek noodzakelijk is bij ingrepen dieper dan het kleidek en dat ter plaatse cultuurlandschappelijk waardevolle lijnelementen aanwezig zijn. In hetgeen [appellant sub 2] heeft aangevoerd, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de kaart zodanige gebreken bevat dat de toekenning van de dubbelbestemmingen "Waarde - Archeologie 2" en "Waarde - Archeologie 4" aan de percelen [locatie 1] en [locatie 2] te Woldendorp hierop niet gebaseerd had mogen worden. [appellant sub 2] heeft evenmin aannemelijk gemaakt dat door roering van de grond de archeologische waarde van het gebied verloren is gegaan. Gelet hierop heeft de raad in redelijkheid aan de gronden de dubbelbestemmingen "Waarde - Archeologie 2" en "Waarde - Archeologie 4" kunnen toekennen. Het betoog faalt.

7. [appellant sub 2] voert aan dat het plan aan de locaties [locatie 1] en [locatie 2] te Woldendorp ten onrechte de dubbelbestemming "Waarde - Geomorfologie" heeft toegekend.

7.1. Ten aanzien van de dubbelbestemming "Waarde - Geomorfologie" stelt de raad dat deze is overgenomen uit provinciale gegevens. Ter zitting is gebleken dat de dubbelbestemming "Waarde - Geomorfologie" op deze locaties is aangebracht op gronden waarop de oude dijk van de Dollard is gelegen. [appellant sub 2] erkent dat deze gronden hoger zijn gelegen dan de omringende gronden, zodat reliëf zichtbaar is, hoewel de dijk als zodanig niet meer bestaat. Gelet hierop heeft de raad in redelijkheid de dubbelbestemming "Waarde - Geomorfologie" aan de gronden kunnen toekennen. Het betoog faalt.

Conclusie

8. De beroepen van het college en [appellant sub 2] zijn gegrond. Het besluit dient wegens strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht te worden vernietigd voor zover het betreft:

- de plandelen "Wonen", "Wonen - Woonboerderij", "Bedrijf", "Maatschappelijk", "Agrarisch - Paardenhouderij" en "Sport - Manege", alle ter plaatse van vrijgekomen en vrijkomende panden;

- het plandeel met de bestemming "Agrarisch" voor zover dit het perceel [locatie 1] te Woldendorp betreft;

- artikel 3, lid 3.2, onder a, lid 3.3, onder a en c, lid 3.5, onder b, lid 3.6, onder a, sub 1, en de zinsnede "Agrarisch - Paardenhouderij, dan wel Sport - Manege" in artikel 3, lid 3.7, van de planregels;

- artikel 4, lid 4.2, onder a, lid 4.3, onder a en c, lid 4.5, onder b, lid 4.6, onder a, sub 5, en de zinsnede "Agrarisch - Paardenhouderij, dan wel Sport - Manege" in artikel 4, lid 4.7, van de planregels;

- artikel 44, lid 44.4, van de planregels.

De Afdeling overweegt dat de raad ter zitting heeft verklaard dat hij het bestemmingsplan zal herzien, dat een eerste versie aan het college is voorgelegd en dat het ontwerp in april of mei ter inzage zal worden gelegd. Gelet hierop ziet de Afdeling geen aanleiding gebruik te maken van mogelijkheden het geschil finaal te beslechten.

Uit oogpunt van rechtszekerheid en gelet op artikel 1.2.3 van het Besluit ruimtelijke ordening, ziet de Afdeling aanleiding de raad op te dragen de hierna in de beslissing nader aangeduide onderdelen van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl.

Proceskostenveroordeling

9. De raad dient ten aanzien van [appellant sub 2] op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld. Ten aanzien van het college is van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen niet gebleken.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart de beroepen van het college van gedeputeerde staten van Groningen en [appellant sub 2] en [appellant sub 2B] gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Oldambt van 20 maart 2013, kenmerk 10, tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Oldambt", voor zover het betreft:

- de plandelen "Wonen", "Wonen - Woonboerderij", "Bedrijf", "Maatschappelijk", "Agrarisch - Paardenhouderij" en "Sport - Manege", alle ter plaatse van vrijgekomen en vrijkomende panden;

- het plandeel met de bestemming "Agrarisch" voor zover dit het perceel [locatie 1] te Woldendorp betreft;

- artikel 3, lid 3.2, onder a, lid 3.3, onder a en c, lid 3.5, onder b, lid 3.6, onder a, sub 1, en de zinsnede "Agrarisch - Paardenhouderij, dan wel en Sport - Manege" in artikel 3, lid 3.7, van de planregels;

- artikel 4, lid 4.2, onder a, lid 4.3, onder a en c, lid 4.5, onder b, lid 4.6, onder a, sub 5, en de zinsnede "Agrarisch - Paardenhouderij, dan wel Sport - Manege" in artikel 4, lid 4.7, van de planregels;

- artikel 44, lid 44.4, van de planregels;

III. draagt de raad van de gemeente Oldambt op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat de onder II vermelde onderdelen worden verwerkt in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl.

IV. veroordeelt de raad van de gemeente Oldambt tot vergoeding van bij [appellant sub 2] en [appellant sub 2B] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.029,76 (zegge: duizendnegenentwintig euro en zesenzeventig cent), waarvan € 974,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander;

V. gelast dat de raad van de gemeente Oldambt aan appellanten het door hen voor de behandeling van de beroepen betaalde

griffierecht ten bedrage van € 160,00 (zegge: honderzestig euro) voor [appellant sub 2] en [appellant sub 2B], met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander en € 318,00 (zegge: driehonderdachttien euro) voor het college van gedeputeerde staten van Groningen vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, voorzitter, en mr. J.G.C. Wiebenga en mr. J. Kramer, leden, in tegenwoordigheid van mr. A. Bijleveld, ambtenaar van staat.

w.g. Van Diepenbeek w.g. Bijleveld

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2014

433.