Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:1933

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
28-05-2014
Datum publicatie
28-05-2014
Zaaknummer
201308257/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 13 juni 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Cruquius-Noord" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201308257/1/R1.

Datum uitspraak: 28 mei 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de vereniging Haarlemmermeersche Golfclub en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid De Groene Weelde B.V., gevestigd te Cruquius,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Haarlemmermeer,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 13 juni 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Cruquius-Noord" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben de Haarlemmermeersche Golfclub en De Groene Weelde beroep ingesteld.

De raad van de gemeente Haarlemmermeer heeft een verweerschrift ingediend.

De stichting Epilepsie Expertisecentrum Stichting Epilepsie Instellingen Nederland (hierna: SEIN) heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Haarlemmermeersche Golfclub en De Groene Weelde en de raad hebben nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 13 mei 2014, waar de Haarlemmermeersche Golfclub en De Groene Weelde, vertegenwoordigd door [general-manager] van de Haarlemmermeersche Golfclub, bijgestaan door mr. Th.F. Roest, advocaat te Haarlem, en de raad vertegenwoordigd door mr. H. Grootveld-Teune, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting SEIN, vertegenwoordigd door mr. J.W. Barzilay en M.H. Slaager als partij gehoord.

Overwegingen

1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

2. De Haarlemmermeersche Golfclub en De Groene Weelde betogen dat in het bestemmingsplan "Cruquius-Noord" ten onrechte in de bestemming "Maatschappelijk" wordt voorzien. Hiertoe voeren zij aan dat de bestemming "Maatschappelijk" ter plaatse van het noordelijke deel van het bestemmingsplan niet zal worden uitgevoerd nu er feitelijk akkerbouw plaatsvindt en er geen plannen van de grondeigenaar zijn om het perceel in gebruik te nemen overeenkomstig de bestemming "Maatschappelijk". De grondeigenaar heeft inmiddels woningbouwplannen, volgens paragraaf 4.1 van de plantoelichting.

2.1. De raad voert aan dat het perceel op termijn in aanmerking komt voor woningbouw, maar dat deze plannen ten tijde van het vaststellen van het bestemmingsplan nog niet dusdanig concreet waren om daartoe een bestemming in het bestemmingsplan "Cruquius-Noord" op te nemen.

2.2. De doelstelling van het plan is het bieden van een actueel juridisch-planologisch kader voor het plangebied. De Haarlemmermeersche Golfclub en De Groene Weelde zijn eigenaren en erfpachtsrechthebbende, alsmede exploitant van percelen, die ten noorden direct grenzen aan het bestemmingsplangebied.

Aan het plangebied is grotendeels de bestemming "Maatschappelijk" toegekend.

Ingevolge artikel 4, lid 4.1, van de planregels zijn de voor "Maatschappelijk" aangewezen gronden bestemd voor:

a. een woonzorginstelling;

2.3. In het voorheen geldende plan "Cruquius 1968", vastgesteld door de raad bij besluit van 1 augustus 1968 en goedgekeurd door het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland bij besluit van 2 december 1969, was aan het plangebied grotendeels de bestemming "Openbare en bijzondere gebouwen en bijbehorende terreinen" toegekend.

Ingevolge artikel 3 van de planvoorschriften waren de op de plankaart aangewezen gronden bestemd voor scholen, verenigingsgebouwen, kantoren, gebouwen voor de openbare eredienst, verpleeginrichtingen e.d., met de daartoe nodige gebouwen, andere bouwwerken en andere werken en open terreinen waaronder parkeerplaatsen […].

2.4. Het is in beginsel niet in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening om in een bestemmingsplan bestemmingen op te nemen die niet binnen de planperiode van 10 jaar zullen worden verwezenlijkt. De Afdeling overweegt dat de in het voorheen geldende bestemmingsplan bestaande gebruiksmogelijkheid in het noordelijke deel van het plangebied onbenut is gebleven nu het perceel feitelijk in gebruik is als akkerbouwgrond. Niet is gebleken dat er plannen zijn voor het ontwikkelen van maatschappelijke functies op het perceel, nu uit de plantoelichting blijkt dat in het bestemmingsplangebied de transformatie wordt voorzien van het SEIN-terrein naar een woningbouwgebied. Voorts is uit de door SEIN overgelegde stukken en ter zitting gebleken dat SEIN voornemens is om het noordelijke deel van het plangebied te verkopen en de koper van de gronden voornemens is om ter plaatse te voorzien in woningbouw. Derhalve heeft de raad zich ten tijde van het vaststellen van het bestemmingsplan ten onrechte op het standpunt gesteld dat de bestemming "Maatschappelijk" ter plaatse van het noordelijke deel van het plangebied gerealiseerd zou worden binnen de planperiode.

Het betoog slaagt.

3. In hetgeen de Haarlemmermeersche Golfclub en De Groene Weelde hebben aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit voor zover het betreft de vaststelling van het noordelijke deel van het bestemmingsplan met de bestemming "Maatschappelijk" is genomen in strijd met artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening. Het beroep is gegrond. Vanwege de samenhang met de overige gronden met dezelfde bestemming ziet de Afdeling aanleiding het gehele plandeel met de bestemming "Maatschappelijk" te vernietigen. Gelet hierop behoeft hetgeen overigens is aangevoerd geen bespreking.

4. Uit oogpunt van rechtszekerheid en gelet op artikel 1.2.3 van het Besluit ruimtelijke ordening, ziet de Afdeling aanleiding de raad op te dragen het hierna in de beslissing nader aangeduide onderdelen van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl.

5. De raad van de gemeente Haarlemmermeer dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van 13 juni 2013, nr. 2013.0024800, tot vaststelling van het bestemmingsplan "Cruquius Noord" van de gemeente Haarlemmermeer, voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Maatschappelijk";

III. draagt de raad van de gemeente Haarlemmermeer op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat het onder II. genoemde onderdeel wordt verwerkt in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl;

IV. veroordeelt de raad van de gemeente Haarlemmermeer tot vergoeding van bij de Haarlemmermeersche Golfclub en De Groene Weelde in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 974,00 (zegge: negenhonderdvierenzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander;

V. gelast dat de raad van de gemeente Haarlemmermeer aan de Haarlemmermeersche Golfclub en De Groene Weelde het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 318,00 (zegge: driehonderdachttien euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander.

Aldus vastgesteld door mr. N.S.J. Koeman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. B.C. Bošnjaković, ambtenaar van staat.

w.g. Koeman w.g. Bosnjakovic

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2014

410-812.