Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:1883

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
28-05-2014
Datum publicatie
28-05-2014
Zaaknummer
201304479/1/A2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluiten van 16 juli 2012 heeft het college het verzoek om vergoeding van de kosten van eigen vervoer van haar dochter naar basisschool De Ontdekkingsreis te Doorn voor de schooljaren 2011-2012 en 2012-2013 afgewezen en in plaats daarvan een vergoeding toegekend naar basisschool ’t Blokhuus te Hoevelaken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201304479/1/A2.

Datum uitspraak: 28 mei 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Nijkerk,

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 9 april 2013 in zaak nr. 12/6132 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Nijkerk.

Procesverloop

Bij besluiten van 16 juli 2012 heeft het college het verzoek om vergoeding van de kosten van eigen vervoer van haar dochter naar basisschool De Ontdekkingsreis te Doorn voor de schooljaren 2011-2012 en 2012-2013 afgewezen en in plaats daarvan een vergoeding toegekend naar basisschool ’t Blokhuus te Hoevelaken.

Bij besluit van 19 november 2012 heeft het college het door [appellant] tegen deze besluiten gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 9 april 2013 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 27 maart 2013, waar [appellant] in persoon en bijgestaan door [directeur] van De Ontdekkingsreis, en het college, vertegenwoordigd door J. Heiner, J. Koopmans en J. Meiling, allen werkzaam bij de gemeente Nijkerk, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8, eerste lid, van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (hierna: EVRM) heeft een ieder recht op respect voor zijn privé leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie.

Ingevolge artikel 9, eerste lid, heeft een ieder recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst; dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen, zowel in het openbaar als privé zijn godsdienst te belijden of overtuiging tot uitdrukking te brengen in erediensten, in onderricht, in praktische toepassing ervan en in het onderhouden van geboden en voorschriften.

Ingevolge artikel 4, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs verstrekken burgemeester en wethouders aan ouders van in de gemeente verblijvende leerlingen op aanvraag bekostiging van de door burgemeester en wethouders ten behoeve van het schoolbezoek noodzakelijk te achten vervoerskosten. De gemeenteraad stelt daartoe een nadere regeling vast, met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden van deze bepaling.

Ingevolge het vijfde lid, aanhef en onder a, bepaalt de regeling dat de kosten worden vergoed van vervoer over de afstand tussen de woning van de leerling en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke basisschool.

Ingevolge artikel 1, onder l, van de Verordening leerlingenvervoer 2009 van de gemeente Nijkerk (hierna: de Verordening) wordt onder toegankelijke school verstaan: voor wat betreft het basisonderwijs en speciale scholen voor basisonderwijs: de basisschool van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting, of de openbare school, of de speciale school voor basisonderwijs waarop de leerling is aangewezen van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting of de openbare school.

Ingevolge artikel 2, eerste lid, kent het college aan de ouders van in de gemeente verblijvende leerlingen ten behoeve van het schoolbezoek desgewenst een gehele of gedeeltelijke vergoeding toe van de door het college noodzakelijk te achten vervoerskosten met inachtneming van het bepaalde in deze verordening.

Ingevolge artikel 3, eerste lid, wordt een bekostiging van de vervoerskosten toegekend voor de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen en de ouders met het vervoer naar die school schriftelijk instemmen.

2. Het college heeft aan zijn besluiten van 16 juli 2012, gehandhaafd bij zijn besluit van 19 november 2012, onder meer ten grondslag gelegd dat basisschool De Ontdekkingsreis te Doorn is geregistreerd als een school van algemeen bijzondere richting en dat basisschool ’t Blokhuus te Hoevelaken de dichtstbijzijnde school van deze richting is.

3. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het college holistisch onderwijs ten onrechte niet heeft aangemerkt als afzonderlijke richting. Zij voert daartoe aan dat holisme moet worden aangemerkt als een levensbeschouwelijke visie. Ter onderbouwing van deze stelling heeft zij in hoger beroep een op haar verzoek door prof. dr. J. van der Greef opgestelde notitie van 28 april 2013 overgelegd. Voorts heeft zij ter zitting gesteld dat het niet toekennen van de vergoeding een inbreuk inhoudt op haar rechten als bedoeld in de artikelen 8 en 9 van het EVRM.

3.1. Voor het antwoord op de vraag welke school de dichtstbijzijnde toegankelijke school is als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Verordening, mocht het college, zoals het heeft gedaan, voor wat betreft de richting van de basisschool de registratie door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap als uitgangspunt nemen. De Afdeling wijst in dit verband haar uitspraak van 2 april 2014 in zaak nr. 201300467/1/A2. Nu De Ontdekkingsreis is geregistreerd als algemeen bijzondere school en ’t Blokhuus de dichtstbijzijnde school is van deze richting, heeft het college op grond van dit uitgangspunt terecht een bekostiging toegekend op basis van het vervoer naar deze laatste school. Artikel 3 van de Verordening biedt geen grondslag om bij de beslissing omtrent de bekostiging van het vervoer nader onderscheid te maken tussen de scholen binnen een richting. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd over de uitgangspunten en de inhoud van het gegeven onderwijs heeft de rechtbank terecht geen grond gezien voor het oordeel dat het college van het uitgangspunt had moeten afwijken.

Het niet toekennen van een vergoeding in de vervoerskosten houdt voorts geen inmenging in het artikel 8 van het EVRM vastgelegde recht op familie- en gezinsleven en het in artikel 9 van dat verdrag verankerde recht op vrijheid van gedachte, geweten of godsdienst in. De besluiten van 16 juli 2012, gehandhaafd bij het besluit van 19 november 2012, hebben immers niet tot gevolg dat [appellant] verplicht is om haar kind onderwijs te laten volgen op de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Bovendien leiden de genoemde bepalingen van het EVRM evenmin tot een positieve verplichting van het college om bekostiging toe te kennen op basis van het vervoer naar De Ontdekkingsreis.

Het betoog faalt.

4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. B.P. Vermeulen en mr. C.M. Wissels, leden, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van staat.

w.g. Van Altena w.g. Lodder

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2014

17.