Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:1743

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
14-05-2014
Datum publicatie
14-05-2014
Zaaknummer
201308776/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Tussenuitspraak bestuurlijke lus
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 27 juni 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Oude Kerk" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Wet ruimtelijke ordening
Algemene wet bestuursrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning in de praktijk 2014/1865
JOM 2014/528
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201308776/1/R3.

Datum uitspraak: 14 mei 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Tussenuitspraak met toepassing van artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in het geding tussen:

[appellant A] en [appellant B], beiden wonend te Dongen,

en

de raad van de gemeente Dongen,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 27 juni 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Oude Kerk" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellanten] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellanten] en de raad hebben nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 april 2014, waar [appellanten], bijgestaan door mr. F. Kooijman, advocaat te Breda, en ir. H.D. Koppen en J.A.M. van Dijk, en de raad, vertegenwoordigd door J.H. Rijken-de Haan en M.C. Gorissen, beiden werkzaam bij de gemeente, en ing. F.H. Henrichs en drs. J.M. van Riet, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:51d van de Awb, voor zover hier van belang, kan de Afdeling het bestuursorgaan opdragen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen.

2. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

3. Het plan voorziet onder meer in het houden van recepties, evenementen en concerten in de kerk en de daarbij behorende onoverdekte ruïne met een gezamenlijk oppervlak van ongeveer 675 m².

4. [appellanten], die aan de [locatie] op een afstand van ongeveer 18 m van het plangebied wonen, betogen dat de raad artikel 4, lid 4.1, onder c, van de planregels ten onrechte heeft vastgesteld, omdat zij als omwonenden van het kerkgebouw parkeer- en geluidoverlast ondervinden als gevolg van het verruimde gebruik dat zowel binnen het kerkgebouw als daarbuiten in het ruïnedeel is voorzien.

5. Ter zitting hebben [appellanten] hun betoog over het aspect parkeren toegespitst op de na de vaststelling van het plan door de raad opgestelde parkeerbalans. Zij voeren aan dat op basis van de verouderde CROW-publicatie 182 is berekend hoeveel parkeerplaatsen nodig zijn, terwijl de aanwezigheidspercentages op basis van de recente CROW-publicatie 317 zijn berekend. Voorts zijn volgens hen de parkeerplaatsen op eigen terrein bij de woningen, waaronder de garages en tuinen ook vallen, ten onrechte meegerekend bij de berekening van het aantal beschikbare parkeerplaatsen. Bovendien is een aantal openbare parkeerplaatsen niet beschikbaar omdat het garagebedrijf aan de Torenstraat regelmatig openbare parkeerplaatsen in gebruik neemt. Ook liggen de verder weggelegen parkeerplaatsen, die volgens de raad onder meer zullen worden gebruikt door bezoekers van een evenement, niet op een acceptabele loopafstand van het plangebied. Alleen de parkeerplaatsen aan de Hertog Janstraat, die ook in gebruik zijn bij de tennisclub, zijn volgens hen binnen een acceptabele loopafstand van 200 m gelegen.

5.1. Ingevolge artikel 4, lid 4.1, van de planregels zijn de voor "Maatschappelijk" aangewezen gronden bestemd voor:

a. Bibliotheken, gezondheidszorg, jeugd- en kinderopvang, onderwijs, openbare dienstverlening en verenigingsleven.

b. Religieuze en levensbeschouwelijke activiteiten en bijeenkomsten.

c. Zalenverhuur, inclusief gebruik ten behoeve van recepties, evenementen, concerten en dergelijke.

d. Ter plaatse van de aanduiding "kantoor": tevens kantoren.

e. Bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, water en zend- en ontvangstinstallaties voor telecommunicatie.

Ingevolge lid 4.3, onder a, is het gebruik van versterkt geluid uitsluitend toegestaan in het (overdekte) kerkdeel.

Ingevolge het bepaalde onder b is het gebruik ten behoeve van recepties en bijeenkomsten met een bezoekersaantal van meer dan 40 maar maximaal 150 personen met versterkte achtergrondmuziek in het ruïnedeel uitsluitend tot 19.00 uur toegestaan.

Ingevolge het bepaalde onder c is het gebruik ten behoeve van bijeenkomsten als bedoeld in lid 4.1, onder c, uitsluitend toegestaan tot 23.00 uur.

Ingevolge lid 4.4 kan het bevoegd gezag ten behoeve van de activiteiten als bedoeld in lid 4.1, onder c, maximaal 12 keer per jaar, met een maximum van twee evenementen per maand, afwijken van de bepalingen in lid 4.3, indien is aangetoond dat de omgeving hiervan geen (geluid)hinder ondervindt. Onder geluidhinder wordt verstaan: een geluidbelasting op de omliggende woningen van meer dan 65 dB(A) in de periode 07.00 uur tot 19.00 uur, van meer dan 60 dB(A) in de periode 19.00 uur tot 23.00 uur en van meer dan 40 dB(A) in de periode 23.00 uur tot 07.00 uur.

5.2. In de parkeerbalans staat dat ten behoeve van het plan en de omliggende functies van het plangebied in de maatgevende periode een totale behoefte bestaat van 219 parkeerplaatsen. Ten aanzien van de in het plan mogelijk gemaakte ontwikkelingen is de raad in de parkeerbalans voor het bepalen van de parkeerbehoefte uitgegaan van de in CROW-publicatie 182 aanbevolen parkeerkencijfers voor een discotheek, omdat voor een zalencentrum geen parkeerkencijfer is opgenomen. Voor de aanwezigheidspercentages voor de omliggende functies is aangesloten bij de in 2012 beschikbaar gestelde CROW-publicatie 317, die de CROW-publicatie 182 heeft vervangen. Ter zitting heeft de raad toegelicht dat in de CROW-publicatie 317 weliswaar een hoger parkeerkencijfer voor een discotheek is opgenomen dan in CROW-publicatie 182, maar dat toepassing van het parkeerkencijfer voor een café/bar/cafetaria in CROW-publicatie 317, waarmee zalenverhuur ten behoeve van recepties, concerten en evenementen volgens de raad beter vergelijkbaar is, niet leidt tot een grotere parkeerbehoefte dan waarvan is uitgegaan in de parkeerbalans. De raad heeft echter niet gemotiveerd dat het resultaat bij het toepassen van de geactualiseerde parkeerkencijfers gelijk is aan de in de parkeerbalans berekende parkeerbehoefte. Daarbij is van belang dat, wegens het ontbreken van een definitieomschrijving van recepties, bijeenkomsten, evenementen en concerten, een met de discotheek vergelijkbare activiteit in het plan niet is uitgesloten. Het betoog slaagt.

5.3. Binnen een straal van 200 m rondom het plangebied zijn in totaal 232 parkeerplaatsen, waarvan 43 op eigen terrein bij de woningen, geïnventariseerd. De parkeerbalans geeft geen blijk van de concrete ligging en de bezettingsgraad van deze 232 parkeerplaatsen, hetgeen, mede gelet op het aangevoerde over de openbare parkeerplaatsen aan de Torenstraat en de Hertog Janstraat, inzichtelijk dient te worden gemaakt. In het bijzonder is onvoldoende inzichtelijk gemaakt waar de 43 parkeerplaatsen op eigen terrein zijn gesitueerd. Dit is van belang, nu de raad ter zitting heeft toegelicht dat hierbij slechts rekening is gehouden met maximaal één parkeerplaats per oprit bij de woning, terwijl uit de parkeerbalans volgt dat bij de inventarisatie van deze 43 parkeerplaatsen ook rekening is gehouden met parkeermogelijkheden in de garage en in de tuin bij de woningen. Gelet hierop is de parkeerbalans ook in zoverre ontoereikend. Het betoog slaagt.

5.4. Voor zover [appellanten] wijzen op een afstand van 100 m voor de functie ontspanning die in de CROW-publicatie 317 acceptabel wordt gevonden, is van belang dat de verder weggelegen parkeervoorzieningen in gebruik zullen zijn bij publiek dat bij gecombineerd gebruik van functies in het plangebied een evenement of een receptie aandoet. Volgens de mededeling van de raad ter zitting is het in deze uitzonderlijke gevallen acceptabel dat op een afstand van maximaal 600 m van het plangebied wordt geparkeerd. Het standpunt van de raad dat deze afstand in uitzonderlijke gevallen acceptabel is, acht de Afdeling niet onredelijk. Nu in het plan evenementen zonder versterkt geluid, zoals markten, niet zijn gemaximeerd is echter niet uitgesloten dat gebruikmaking van deze verder weggelegen parkeerplaatsen zich in meer dan slechts uitzonderlijke gevallen voordoet. Het betoog slaagt.

6. [appellanten] betogen dat ten onrechte geen onderzoek is gedaan naar de geluidbelasting als gevolg van de te verwachten toename van het aantal verkeersbewegingen van en naar de inrichting.

6.1. De raad heeft geen onderzoek verricht naar de geluidbelasting als gevolg van de aan de inrichting toe te rekenen verkeersbewegingen op de omliggende woningen. Het akoestisch rapport gaat wegens gebrek aan ruimte in het plangebied ervan uit dat bezoekers van de voorziene activiteiten in de omgeving van het plangebied zullen parkeren. De Afdeling acht niet aannemelijk gemaakt dat daardoor slechts een ten opzichte van de bestaande verkeersbewegingen, beperkte verkeersstroom van en naar het plangebied zal ontstaan. De Afdeling ziet dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat de raad een onderzoek naar de indirecte geluidhinder op de omliggende woningen achterwege heeft kunnen laten. Het betoog slaagt.

7. De raad heeft naar aanleiding van het in opdracht van [appellanten] door Arcadis opgestelde rapport "Second opinion akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Oude Kerk te Dongen" een nieuw akoestisch onderzoek laten uitvoeren, waarvan de resultaten zijn vastgelegd in het rapport "Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Oude Kerk te Dongen" van 31 maart 2014 (hierna: akoestisch rapport). Naar aanleiding van dit akoestisch rapport heeft de raad zich op het standpunt gesteld dat in het ruïnedeel geen recepties met een bezoekersaantal van meer dan 40 en met versterkte achtergrondmuziek kunnen plaatsvinden. Voorts zijn bijeenkomsten met een bezoekersaantal van maximaal 75 en met versterkte achtergrondmuziek in het ruïnedeel uitsluitend tot 19:00 toegestaan, aldus de raad. Tot slot dient volgens de raad aan artikel 4, lid 4.4, van de planregels te worden toegevoegd dat geen rekening wordt gehouden met een correctie voor muziekgeluid. Gelet hierop dienen de planregels volgens de raad te worden aangepast. Nu de raad zich in zoverre op een ander standpunt stelt dan hij in het bestreden besluit heeft gedaan en niet is gebleken dat gewijzigde omstandigheden hiertoe aanleiding hebben gegeven, moet worden geoordeeld dat het bestreden besluit in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid. Het betoog slaagt.

8. De Afdeling ziet ten behoeve van de verdere besluitvorming aanleiding de beroepsgrond van [appellanten] over het aspect geluid inhoudelijk te bespreken, waarbij de Afdeling uitgaat van de planregels die de raad voornemens is alsnog vast te stellen in plaats van artikel 4, lid 4.3, onder b, en artikel 4, lid 4.4 van de planregels (hierna: de voorgestane planregels). Deze luiden als volgt:

Ingevolge artikel 4, lid 4.3, onder b, van de planregels is het gebruik ten behoeve van recepties met een bezoekersaantal van meer dan 40, maar maximaal 150 personen met versterkte achtergrondmuziek in het ruïnedeel niet toegestaan. Bijeenkomsten met een bezoekersaantal van maximaal 75 personen, niet zijnde recepties, met versterkte achtergrondmuziek in het ruïnedeel zijn uitsluitend tot 19.00 uur toegestaan.

Ingevolge lid 4.4 kan het bevoegd gezag ten behoeve van de activiteiten als bedoeld in lid 4.1, onder c, maximaal 12 keer per jaar, met een maximum van twee evenementen per maand, afwijken van de bepalingen in lid 4.3, indien is aangetoond dat de omgeving hiervan geen (geluid)hinder ondervindt. Onder geluidhinder wordt verstaan: een geluidbelasting op de omliggende woningen van meer dan 65 dB(A) in de periode 07.00 uur tot 19.00 uur, van meer dan 60 dB(A) in de periode 19.00 uur tot 23.00 uur en van meer dan 40 dB(A) in de periode 23.00 uur tot 07.00 uur. Bij het afwijken van artikel 4, lid 4.3, van de planregels wordt geen muziekcorrectie toegepast.

9. [appellanten] betogen dat het bezoekersaantal voor recepties in het ruïnedeel ten onrechte niet is begrensd. Gelet daarop zijn recepties met meer dan 150 bezoekers in het ruïnedeel toegestaan, terwijl het akoestisch rapport slechts onderzoek heeft gedaan naar recepties tot 150 personen in het ruïnedeel. Voorts wordt volgens hen in artikel 4, lid 4.3, van de planregels ten onrechte geen strafcorrectie van 10 dB(A) voor muziekgeluid toegepast.

9.1. De raad heeft beoogd om ter voorkoming van geluidhinder in het ruïnedeel alleen recepties zonder versterkte achtergrondmuziek met een bezoekersaantal van maximaal 150 en recepties met versterkte achtergrondmuziek met een bezoekersaantal van maximaal 40 toe te staan. Deze maximering is echter niet in de voorgestane planregels opgenomen. Evenmin heeft de raad aannemelijk gemaakt dat het ruïnedeel feitelijk slechts ruimte biedt aan maximaal 150 personen. Het betoog slaagt.

9.2. De strafcorrectie voor muziekgeluid bedraagt volgens de Handleiding meten en rekenen industrielawaai, waarnaar het Activiteitenbesluit milieubeheer in de definitieomschrijving van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau verwijst, 10 dB(A). De raad acht in de uitzonderlijke gevallen als vermeld in artikel 4, lid 4.4, van de planregels de daar vermelde geluidgrenswaarden zonder toepassing van de strafcorrectie aanvaardbaar. Daarbij heeft de raad in aanmerking genomen dat bedoelde geluidgrenswaarden lager zijn dan die gesteld in het Evenementenbeleid 2013-2016 van de gemeente Dongen en in de Algemene Plaatselijk Verordening van de gemeente Dongen. Gelet hierop en omdat gedurende twaalf keer per jaar, met een maximum van twee evenementen per maand, activiteiten mogen plaatsvinden die een hoger geluidniveau veroorzaken dan de grenswaarden in het Activiteitenbesluit milieubeheer, acht de Afdeling het standpunt van de raad dat in deze uitzonderlijke situaties bedoelde grenswaarden zonder toepassing van een strafcorrectie aanvaardbaar zijn, niet onredelijk. Het betoog faalt.

10. In hetgeen [appellanten] hebben aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit voor zover dat ziet op de vaststelling van artikel 4, lid 4.1, onder c, artikel 4, lid 4.3 en artikel 4, lid 4.4, van de planregels is genomen in strijd met artikel 3:2 en 3:46 van de Awb.

11. Het beroep van [appellanten] is gegrond. De Afdeling ziet in het belang bij een spoedige beslechting van het geschil aanleiding de raad op de voet van artikel 8:51d van de Awb op te dragen het gebrek in het bestreden besluit binnen de hierna te noemen termijn te herstellen.

De raad dient daartoe met inachtneming van hetgeen is overwogen in 5.2, 5.3 en 5.4 alsnog het standpunt dat het plan niet leidt tot parkeeroverlast toereikend te motiveren en zo nodig een gewijzigde planregeling vast te stellen.

De raad dient voorts met inachtneming van hetgeen is overwogen in 6.1 alsnog toereikend te motiveren dat er als gevolg van de voorziene ontwikkelingen slechts een beperkte verkeersstroom van en naar het plangebied zal ontstaan, dan wel zo nodig aan de hand van onderzoek te motiveren dat de toename van geluidhinder van bestemmingsverkeer van en naar de voorziene ontwikkelingen op de omliggende woningen aanvaardbaar is.

De raad dient tot slot gelet op hetgeen is overwogen in 7 alsnog een nieuwe planregeling vast te stellen, waarbij overweging 9.1 in acht dient te worden genomen.

Bij wijziging van het besluit behoeft de raad geen toepassing te geven aan afdeling 3.4 van de Awb. De raad dient het nieuwe besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken.

12. In de einduitspraak zal ten aanzien van het beroep van [appellanten] worden beslist over de proceskosten en vergoeding van het betaalde griffierecht.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

draagt de raad van de gemeente Dongen op om binnen 20 weken na de verzending van deze uitspraak het besluit van 27 juni 2013 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Oude Kerk":

- met inachtneming van overwegingen 5.2, 5.3, 5.4, 6.1 en 9.1 de daar omschreven gebreken te herstellen, en;

- de Afdeling en [appellant A] en [appellant B] de uitkomst mede te delen en (een) wijziging(en) van het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C.S. Bongertman, ambtenaar van staat.

w.g. Van Diepenbeek w.g. Bongertman

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 14 mei 2014

709.