Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:1665

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
07-05-2014
Datum publicatie
07-05-2014
Zaaknummer
201309051/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 26 juni 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Sittard - Oost" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Wet ruimtelijke ordening
Algemene wet bestuursrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2014/506
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201309051/1/R1.

Datum uitspraak: 7 mei 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellanten], (hierna in enkelvoud: [appellant]), wonend te [woonplaats], gemeente Sittard-Geleen,

en

de raad van de gemeente Sittard-Geleen,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 26 juni 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Sittard - Oost" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 april 2014, waar [appellant], bijgestaan door mr. S. Oord, werkzaam bij DAS Rechtsbijstand, en de raad, vertegenwoordigd door J.F.M. Giesen, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

2. Het plan voorziet in een actuele planologisch-juridische regeling voor het oostelijk deel van de kern Sittard.

3. [appellant] voert aan dat voor het direct aan zijn perceel grenzende perceel met de bestemming "Groen" ten onrechte geen nadere aanduiding van de locatie en omvang van de binnen die bestemming toegelaten speeltoestellen is opgenomen. Zij vrezen dat ter plaatse speeltoestellen worden geplaatst terwijl daarvoor geen draagvlak is onder de omwonenden. De nota "Spelen en speelruimte", waarin het plaatsen afhankelijk is gemaakt van het initiatief van de betrokken omwonenden, maakt geen deel uit van het limitatieve en imperatieve toetsingskader voor het verlenen van een omgevingsvergunning, zodat desgevraagd een vergunning moet worden verleend voor het plaatsen van een speeltoestel.

3.1. De raad stelt dat voldoende is gewaarborgd dat het desbetreffende perceel niet zal worden volgebouwd met speeltoestellen. De gemeente heeft met de in 2007 vastgestelde nota "Spelen en speelruimte" gekozen voor een vraaggerichte werkwijze, waarbij bewoners zelf het initiatief moeten nemen om speelvoorzieningen te plaatsen en vervolgens moeten participeren in de realisatie en het beheer van een speelvoorziening. In dit verband is van belang dat het plan op dit punt flexibel is. Mocht als gevolg van de vraaggerichte werkwijze toch een overschot aan speeltoestellen ontstaan, dan kan de gemeente als eigenaar van de gronden met de bestemming "Groen" en financier van de speelvoorzieningen bovendien altijd nog ingrijpen, aldus de raad.

3.2. Ingevolge artikel 9, lid 9.1, van de planregels zijn de voor "Groen" aangewezen gronden bestemd voor:

a een park, plantsoenen, groenstroken en overige aanplanten;

alsmede voor:

[…]

c. speelvoorzieningen;

[…]

Ingevolge lid 9.2 is bouwen uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 9.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende bepalingen:

[…]

b de bouwhoogte van speelvoorzieningen mag ten hoogste 6 m bedragen;

[…]

3.3. In beginsel behoort het tot de beleidsvrijheid van de raad om de mate van gedetailleerdheid van een plan te bepalen. De keuze van de raad om voor gronden met de bestemming "Groen" een flexibele ruime bepaling in het bestemmingsplan op te nemen die het mogelijk maakt dat overal op die gronden speelvoorzieningen kunnen worden gerealiseerd, acht de Afdeling uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening niet onaanvaardbaar. Gelet op het gemeentelijke beleid voor speelvoorzieningen, neergelegd in de Nota "Spelen en speelruimte", ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat voldoende is gewaarborgd dat op het desbetreffende perceel niet zonder draagvlak bij de omwonenden speeltoestellen zullen worden geplaatst. Daarbij is in aanmerking genomen dat de gemeente eigenaar van de desbetreffende gronden is en volgens het beleid participatie van de bewoners nodig is nadat speelvoorzieningen zijn geplaatst. Voor zover [appellant] een beroep doet op de uitspraak van de Afdeling van 6 juni 2000 in zaaknr. H01.99.1440 overweegt de Afdeling dat in dat geval binnen de aan de orde zijnde bestemming speelvoorzieningen niet uitdrukkelijk mogelijk waren gemaakt.

Het betoog faalt.

4. Het beroep is ongegrond.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, ambtenaar van staat.

w.g. Drupsteen w.g. Zwemstra

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 7 mei 2014

91.