Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:1451

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-04-2014
Datum publicatie
23-04-2014
Zaaknummer
201302904/1/A2
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOBR:2013:670, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 5 januari 2012 heeft het college een verzoek van [appellant] om hem subsidie te verlenen op grond van de Subsidieregeling Natuur- en Landschapsbeheer (hierna: SNL), buiten behandeling gesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201302904/1/A2.

Datum uitspraak: 23 april 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 19 februari 2013 in zaak nr. 12/2562 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant.

Procesverloop

Bij besluit van 5 januari 2012 heeft het college een verzoek van [appellant] om hem subsidie te verlenen op grond van de Subsidieregeling Natuur- en Landschapsbeheer (hierna: SNL), buiten behandeling gesteld.

Bij besluit van 8 mei 2012 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij besluit van 9 augustus 2012 heeft het college het besluit van 8 mei 2012 ingetrokken. Het college heeft daarbij het door [appellant] tegen het besluit van 5 januari 2012 gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 19 februari 2013 heeft de rechtbank het door [appellant] ingestelde beroep tegen het besluit van 8 mei 2012 niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit van 9 augustus 2012 ongegrond verklaard. Voorts heeft de rechtbank een verzoek om schadevergoeding afgewezen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 januari 2014, waar [appellant], bijgestaan door mr. J. Schoneveld, werkzaam bij DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., en het college, vertegenwoordigd door mr. C.J.M. Daniels, werkzaam bij de Dienst Regelingen van het ministerie van Economische Zaken, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 3, vierde lid, van Verordening (EU) nr. 65/2011 van de Commissie van 27 januari 2011 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad met betrekking tot de toepassing van controleprocedures en van de randvoorwaarden in het kader van de steunmaatregelen voor plattelandsontwikkeling (hierna: Verordening EU/65/2011) kunnen steunaanvragen, betalingsaanvragen en andere verklaringen te allen tijde na de indiening ervan worden gecorrigeerd in geval van een kennelijke fout die door de bevoegde autoriteit als zodanig wordt erkend.

2. [appellant] heeft op 12 januari 2011 een aanvraag om subsidie agrarisch natuur- en landschapsbeheer op grond van de SNL ingediend. Hiermee heeft hij voor beheereenheden 1 en 2 subsidie voor het beheerpakket ‘Bloemdijk’ aangevraagd. Bij brief van 9 november 2011 heeft de Dienst Regelingen, die de SNL voor het college uitvoert, aan [appellant] medegedeeld dat dit beheerpakket met code 7421 niet overeenkomt met de voor SNL-agrarisch opengestelde pakketten en dat slechts de pakketten ‘Botanisch weiland’ en ‘Botanisch hooiland’ met pakketcodes 8111 en 8121 mogelijk zijn. Daarbij heeft het college aan [appellant] verzocht om mee te delen welke van de twee pakketten hij wenste aan te vragen. In zijn reactie van 30 november 2011 heeft [appellant] ervoor gekozen het beheerpakket ‘Botanische weiderand’ met pakketcode 8131 aan te vragen.

Aan het besluit van 5 januari 2012, waarbij de aanvraag van [appellant] buiten behandeling is gesteld, heeft het college ten grondslag gelegd dat de aanvraag onvolledig is, omdat het beheerpakket ‘Botanische weiderand’ met code 8131 op zijn percelen niet mogelijk is en [appellant] de lengte en breedte van die percelen niet had opgegeven.

Bij het besluit van 9 augustus 2012 is de aanvraag afgewezen omdat het aangevraagde beheerpakket ter plaatse niet mogelijk is. Daartoe heeft het college zich op het standpunt gesteld dat uit artikel 3, vierde lid, van Verordening EU/65/2011 volgt dat een aanvraag na de indiening ervan in geval van een kennelijke fout te allen tijde mag worden gecorrigeerd, maar dat in dit geval niet mogelijk was omdat op basis van de verstrekte gegevens niet kon worden geconstateerd dat de aanvraag een innerlijke tegenstrijdigheid bevatte op grond waarvan kon worden vastgesteld dat de aanvraag geen goede weergave zou zijn van hetgeen [appellant] beoogde aan te vragen. De aanvraag kon volgens het college dan ook niet meer worden gewijzigd.

3. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college ten onrechte zijn verzoek om subsidie voor het beheerpakket ‘Botanische weiderand’ in plaats van het beheerpakket ‘Botanisch weiland’ of ‘Botanisch hooiland’ niet als kennelijke fout in de zin van Verordening EU/65/2011 heeft aangemerkt. Hij voert aan dat hij, anders dan de rechtbank heeft overwogen, niet heeft gesteld dat de brief van 9 november 2011 van de Dienst Regelingen onjuist was, maar dat deze onvolledig was, omdat deze slechts twee varianten bevatte en bovendien betrekking had op de verkeerde aanvraag, omdat hij de aanvraag van 12 januari 2011 al had aangevuld. De subsidieverordening bevat naast de beheerpakketten ‘Botanisch weiland’ en ‘Botanisch hooiland’ in hetzelfde hoofdstuk ook het beheerpakket ‘Botanische weiderand’, dat inhoudelijk gelijk is aan de eerste twee beheerpakketten. Uit het oogpunt van zorgvuldigheid heeft hij ervoor gekozen om subsidie voor het laatstgenoemde beheerpakket aan te vragen, nu zijn perceel feitelijk een smalle strook of rand is en niet zozeer een vierkant perceel. Dat hij zich niet aan de brief van 9 november 2011 heeft gebonden, is het gevolg van de vele eerdere contacten met het informatiepunt van de Dienst Regelingen en het daardoor bij hem ontstane gebrek aan vertrouwen. In die eerdere contacten was hem niet de juiste dan wel volledige informatie verstrekt, terwijl van dit informatiepunt mag worden verwacht dat het op de hoogte is en juiste informatie verstrekt. Voor het college had het duidelijk moeten zijn dat hij in zijn aanvraag een kennelijke fout had gemaakt. Hij had om die reden in de gelegenheid moeten worden gesteld om zijn aanvraag te wijzigen dan wel aan te vullen, aldus [appellant].

3.1. In de brief van 9 november 2011 heeft de Dienst Regelingen [appellant] er duidelijk en ondubbelzinnig op gewezen dat subsidie op grond van de SNL voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer op de desbetreffende percelen slechts mogelijk is voor de beheerpakketten ‘Botanisch weiland’ en ‘Botanisch hooiland’ en hem in de gelegenheid gesteld de gemaakte fout te herstellen door voor één van deze twee pakketten te kiezen. Desondanks heeft [appellant] bewust, in afwijking van deze informatie, in zijn reactie gekozen voor het beheerpakket ‘Botanische weiderand’. Dat is geen kennelijke fout die de Dienst Regelingen verplichtte [appellant] - nogmaals - de gelegenheid tot herstel te bieden.

Het betoog faalt.

4. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank dient te worden bevestigd, voor zover aangevallen, dat wil zeggen voor zover deze betrekking heeft op het besluit van 9 augustus 2012.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.

Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Kreveld, voorzitter, en mr. N. Verheij en mr. D.J.C. van den Broek, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, ambtenaar van staat.

w.g. Van Kreveld w.g. Dallinga

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 april 2014

18-705.