Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:1354

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-04-2014
Datum publicatie
16-04-2014
Zaaknummer
201307774/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 27 juni 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Havenplateau Sint-Annaland" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201307774/1/R2.

Datum uitspraak: 16 april 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Sint Annaland, gemeente Tholen,

en

de raad van de gemeente Tholen,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 27 juni 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Havenplateau Sint-Annaland" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De raad heeft een nader stuk ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 februari 2014, waar [appellant], bijgestaan door mr. C.A.H. van de Sanden, advocaat te Amsterdam, en de raad, vertegenwoordigd door ing. P.A. Quist en drs. G.H. Kooiker, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is de commanditaire vennootschap Havengebied Sint-Annaland C.V., vertegenwoordigd door ir. G.J. Koning, ter zitting gehoord.

Overwegingen

1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

2. Het plan heeft betrekking op de haven van Sint-Annaland en de gronden daaromheen. [appellant] kan zich met het plan niet verenigen voor zover het niet voorziet in de mogelijkheid om op de gronden aan de [locatie] een gastappartementencomplex op te richten van de door hem gewenste omvang en op de plaats die hij wenst. Hij stelt dat het vertrouwen is gewekt dat hij een aanvraag om een omgevingsvergunning kon indienen voor het realiseren van een dergelijk complex en dat dit niet door een nieuw bestemmingsplan onmogelijk zou worden gemaakt of zou worden bemoeilijkt.

2.1. De raad stelt zich op het standpunt dat het plandeel met de bestemming "Horeca" dat betrekking heeft op de [locatie], de mogelijkheid biedt om hier gastappartementen te realiseren. Hiermee is, naar de raad stelt, voldaan aan de wens van [appellant]. De raad acht een beperking van de maximale bebouwbare oppervlakte tot 50% van het desbetreffende perceel aanvaardbaar, omdat bebouwing op deze locatie enigszins geconcentreerd dient te zijn.

2.2. Niet in geschil is dat op grond van het vorige bestemmingsplan ongeveer 75% van de gronden aan de [locatie] mocht worden bebouwd en dat de maximaal toegestane bouwhoogte vier meter bedroeg.

Het thans vastgestelde plan biedt de mogelijkheid om op deze locatie gastappartementen te realiseren. Voorts is bebouwing toegestaan binnen een bouwvlak dat betrekking heeft op ongeveer 50% van de desbetreffende gronden. De in het plan toegestane maximale bouwhoogte is zes meter.

2.3. Over het betoog van [appellant] dat het vertrouwensbeginsel is geschonden, wordt overwogen dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat door of namens de raad verwachtingen zijn gewekt dat het plan in meer bouwmogelijkheden zou voorzien dan thans het geval is. De raad heeft het plan op dit punt derhalve niet in strijd met het vertrouwensbeginsel vastgesteld. Het betoog faalt.

2.4. Het plan maakt bebouwing mogelijk ten behoeve van onder meer appartementen aan de [locatie]. De raad heeft bij het toekennen van bouwmogelijkheden het uitgangspunt gehanteerd dat gebouwen in het gebied rondom de haven van Sint-Annaland niet te dicht op elkaar mogen worden gebouwd, zodat het doorzicht richting het water behouden blijft. Met het toekennen van het bouwvlak dat betrekking heeft op ongeveer 50% van de gronden aan de [locatie], heeft de raad willen bewerkstelligen dat voldoende ruimte blijft bestaan om het doorzicht vanaf het havengebied richting het water te behouden. Ofschoon [appellant] met de toegekende bouwmogelijkheden op een kleinere oppervlakte mag bouwen dan voorheen, is de toegekende bouwhoogte hoger dan voorheen was toegestaan. Gelet hierop ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet in redelijkheid aan het belang van openheid in de bebouwing rondom de haven van Sint-Annaland een groter gewicht heeft kunnen toekennen dan aan de wens van [appellant] voor meer of andere bouwmogelijkheden op zijn perceel. Het betoog faalt.

3. [appellant] betoogt voorts dat het plan ten onrechte voorziet in de oprichting van een appartementengebouw aan de Havenweg op de zogenoemde voormalige CZAV-locatie. Hiertoe stelt hij dat deze ontwikkeling verkeers- en parkeerhinder zal opleveren en daarmee zijn bedrijfsactiviteiten aan de [locatie] zal hinderen. Verder stelt hij dat de uitvoerbaarheid van het plan, voor zover dit de ontwikkeling mogelijk maakt van het voormelde appartementengebouw, niet is verzekerd.

3.1. De raad stelt zich onder verwijzing naar het Verkeerscirculatieplan Sint-Annaland uit 2009 (hierna: VCP), opgesteld door bureau Goudappel Coffeng in opdracht van de gemeente Tholen, op het standpunt dat de bestreden ontwikkeling geen onaanvaardbare overlast zal opleveren voor de activiteiten van [appellant].

3.2. Over de verkeers- en parkeerhinder die [appellant] vreest, overweegt de Afdeling als volgt. De raad heeft onbetwist gesteld dat het appartementencomplex voorziet in de eigen parkeerbehoefte, zodat vanwege dit complex geen parkeerproblemen zijn te verwachten. Voorts is in het VCP, dat de raad ten grondslag heeft gelegd aan het plan, een beoordeling gemaakt van de verkeersafwikkeling en parkeermogelijkheden in Sint-Annaland, waarbij rekening is gehouden met de in het plan voorziene ontwikkelingen. Op grond hiervan heeft de raad geconcludeerd dat ook overigens geen verkeers- of parkeerproblemen zijn te verwachten als gevolg van het plan. Uit het door [appellant] aangevoerde is niet gebleken dat het VCP zodanige gebreken of leemten in kennis bevat dat de raad bij het vaststellen van het plan niet in redelijkheid hiervan heeft mogen uitgaan. De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat het plan een onaanvaardbare verkeershinder of parkeerhinder tot gevolg zal hebben. Het betoog faalt.

3.3. Ten aanzien van de uitvoerbaarheid van het plan overweegt de Afdeling als volgt. In de plantoelichting is een beoordeling van de uitvoerbaarheid van de bestreden ontwikkeling gemaakt. Hierin staat onder meer dat de desbetreffende gronden reeds in bezit zijn van de initiatiefnemer. Ter zitting hebben de raad en de ontwikkelaar, de Commanditaire Vennootschap Havengebied Sint-Annaland C.V., toegelicht dat deze in samenwerking met enkele andere private partijen de ontwikkeling ter hand zal nemen. In het door [appellant] aangevoerde ziet de Afdeling geen aanleiding om hieraan te twijfelen. Er is derhalve geen aanleiding om te oordelen dat de raad op voorhand in redelijkheid had moeten inzien dat het plan niet uitvoerbaar is. Het betoog faalt.

4. [appellant] heeft zich in het beroepschrift voor het overige beperkt tot een herhaling van de inhoud van de zienswijze. In de overwegingen van het bestreden besluit is ingegaan op deze zienswijze. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de desbetreffende zienswijze in het bestreden besluit onjuist zou zijn. Hierom ziet de Afdeling in het overig aangevoerde geen grond voor vernietiging van het bestreden besluit.

5. Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. N.S.J. Koeman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van drs. M.H. Kuggeleijn-Jansen, ambtenaar van staat.

w.g. Koeman w.g. Kuggeleijn-Jansen

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 april 2014

723.