Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:1257

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
09-04-2014
Datum publicatie
09-04-2014
Zaaknummer
201307889/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 25 juni 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Maatweg" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201307889/1/R2.

Datum uitspraak: 9 april 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Hoogland, gemeente Amersfoort,

en

de raad van de gemeente Amersfoort,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 25 juni 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Maatweg" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 februari 2014, waar [appellant] en de raad, vertegenwoordigd door mr. S.E. Eigenhuis, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

2. [appellant] betoogt dat het plan ten onrechte de bouw mogelijk maakt van woningen aan weerszijden van de woning die hij bewoont aan de [locatie], gelegen binnen het Maatweggebied. Hij stelt dat de bouw van woningen op de groenstrook ten zuidoosten van zijn woning in strijd is met het gemeentelijk beleid om het aanwezige groen en de natuurwaarden in dit gebied te handhaven. Voorts stelt [appellant] dat enige woningbouw ten noordwesten van zijn woning weliswaar acceptabel is, maar dat het plan een te grote bebouwingsdichtheid mogelijk maakt. Verder wordt volgens hem in het plan de bestaande rooilijn langs de Schans ten onrechte niet gehandhaafd.

3. De raad stelt zich op het standpunt dat de bouw van woningen aan de Schans in overeenstemming is met de bestaande gemeentelijke plannen voor dit gebied en dat het voorziene aantal woningen passend is aan de Schans. Over de rooilijn ten opzichte van deze weg stelt de raad dat deze grotendeels wordt gehandhaafd, maar dat deze enigszins meebuigt met de bocht in de Maatweg aan de achterzijde van de voorziene woningen. Ten aanzien van het beleid om groene zones te behouden in de gemeente, stelt de raad dat het plan bescherming biedt voor de ecologische verbindingszone in het Maatweggebied die diep in de gemeente Amersfoort doordringt. De door [appellant] bedoelde groenstrook maakt hier geen deel van uit, aldus de raad.

4. De Afdeling overweegt dat het gemeentelijk beleid voor het Maatweggebied is opgenomen in het "Structuurplan Maatweg". Dit is door de raad vastgesteld op 8 maart 2005 en hierin is de mogelijkheid voor woningbouw aan de Schans opgenomen. In dit structuurplan is eveneens voorzien in een ecologische verbindingszone op een 50 meter brede strook langs de Eem. De bestreden woningbouwlocatie aan de Schans ligt niet binnen de strook die in het structuurplan is bedoeld. Voorts heeft de raad onweersproken gesteld dat zich in de groenstrook ten zuiden van de woning van [appellant] geen bijzondere dieren bevinden, maar dat de door [appellant] genoemde diersoorten zich bevinden aan de overzijde van de weg in de ecologische verbindingszone die in het structuurplan is voorzien. Er is geen aanleiding voor het oordeel dat het plan in strijd is met het gemeentelijk beleid over het handhaven van het aanwezige groen en natuurwaarden. Het betoog faalt.

5. Over de bebouwingsdichtheid die kan ontstaan door de woningen die het plan aan de Schans mogelijk maakt, overweegt de Afdeling als volgt. Op grond van het plan is de maximaal toegestane hoogte van de voorziene woningen twee bouwlagen met een kap. Dit is vergelijkbaar met de hoogte van de bestaande woning aan de [locatie]. De maximale diepte van de woningen is eveneens vergelijkbaar met deze woning. Voorts staat het plan alleen vrijstaande en twee-aaneengebouwde eengezinswoningen toe. De bouwvlakken voor woningbouw zijn dusdanig gesitueerd dat een woning op minimaal elf meter van de bestaande woning aan de [locatie] komt te staan. De raad acht deze voorziene woningbouw passend bij de bestaande vrijstaande woning. Verder acht de raad de bouw van woningen aan de Schans wenselijk, omdat hierdoor de sociale veiligheid van de toekomstige fietsroute langs de Schans toeneemt en de weg stedenbouwkundig beter wordt begeleid.

Gelet op de planologische inpassing van de woningbouw die het plan mogelijk maakt en op de situering van de bouwvlakken ten opzichte van de bestaande woning kon de raad in redelijkheid deze passend achten aan de Schans en bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de belangen van [appellant] onevenredig zijn geschaad.

Het betoog faalt.

6. [appellant] heeft zich in het beroepschrift voor het overige beperkt tot het verwijzen naar de inhoud van de zienswijze. In de overwegingen van het bestreden besluit is ingegaan op deze zienswijze. [appellant] heeft in het beroepschrift, noch ter zitting redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de desbetreffende zienswijze in het bestreden besluit onjuist zou zijn.

7. Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond.

8. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. N.S.J. Koeman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van drs. M.H. Kuggeleijn-Jansen, ambtenaar van staat.

w.g. Koeman w.g. Kuggeleijn-Jansen

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 9 april 2014

723.