Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:1241

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
09-04-2014
Datum publicatie
09-04-2014
Zaaknummer
201306491/1/A2
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij brief van 23 oktober 2012 heeft de minister een gewijzigde begroting voor het project "Regelen van een verbrandingsmotor op basis van informatie uit de verbrandingskamer in plaats van informatie van daarbuiten" (hierna: het project) aan ArenaRed B.V. gezonden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AB 2014/431

Uitspraak

201306491/1/A2.

Datum uitspraak: 9 april 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BlueDelta B.V., gevestigd te Pijnacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp,

appellante,

en

de minister van Infrastructuur en Milieu,

verweerder.

Procesverloop

Bij brief van 23 oktober 2012 heeft de minister een gewijzigde begroting voor het project "Regelen van een verbrandingsmotor op basis van informatie uit de verbrandingskamer in plaats van informatie van daarbuiten" (hierna: het project) aan ArenaRed B.V. gezonden.

Bij besluit van 11 juni 2013 heeft de minister het door BlueDelta hiertegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen dit besluit heeft BlueDelta beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 maart 2014, waar BlueDelta, vertegenwoordigd door haar [directeur], bijgestaan door mr. N. van Tamelen, advocaat te Amsterdam, en de minister, vertegenwoordigd door drs. M.J. Brandenburg, werkzaam bij het Agentschap NL, zijn verschenen. Voorts is ter zitting ArendRed, vertegenwoordigd door haar [directeur] als partij gehoord.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 15.13, eerste lid, van de Wet milieubeheer kan de minister voor bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling aangewezen activiteiten op het gebied van het milieubeheer subsidie verstrekken.

Op 4 februari 2004 is de Subsidieregeling milieugerichte technologie (Stcrt. 2004, 34) vastgesteld.

Ingevolge artikel 1.2, eerste lid, van de Subsidieregeling kan subsidie worden verleend indien de subsidieaanvrager in hoofdzaak in Nederland een project als bedoeld in artikel 1.1 uitvoert dat, mede gelet op in het tweede lid genoemde aspecten, voor zover deze van toepassing zijn, naar het oordeel van de minister in voldoende mate bijdraagt aan het realiseren van de doelstellingen van een subsidieprogramma als bedoeld in deze regeling en het realiseren van andere doelstellingen van overheidsbeleid niet in de weg staat.

2. ArenaRed heeft als penvoerder namens meerdere aanvragers, waaronder BlueDelta, een aanvraag ingediend om subsidieverlening uit het Subsidieprogramma milieu & technologie voor het project voor de periode van 15 november 2010 tot en met 31 december 2012. BlueDelta heeft daartoe op 22 december 2010 een volmacht gegeven aan ArenaRed.

Bij besluit van 1 maart 2011 is ten behoeve van het project voor de periode van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2012 subsidie verleend ten bedrage van maximaal € 206.220,00, zijnde 28% van de daadwerkelijk gemaakte kosten die voor subsidie in aanmerking komen. In een bijlage bij het besluit is het maximum subsidiebedrag per aanvrager vermeld. Aan ArenaRed is maximaal € 68.600,00 subsidie verleend en aan BlueDelta maximaal € 93.800,00.

Bij e-mailbericht van 15 juni 2012 aan ArenaRed heeft BlueDelta met onmiddellijke ingang de door haar aan ArenaRed gegeven volmacht ingetrokken. De minister is hiervan op de hoogte gesteld.

Bij e-mailbericht van 22 juni 2012 aan BlueDelta heeft de minister, naar aanleiding van het intrekken van de volmacht, BlueDelta verzocht een vaststellingsformulier voor haar deel van het werk aan het project in te dienen. Daarbij is er op gewezen dat daarmee het aandeel in het project van BlueDelta, voor zover dit het financiële deel van de subsidieverlening betreft, wordt afgewikkeld.

Bij besluit van 23 oktober 2012 heeft de minister de subsidie voor BlueDelta vastgesteld op € 36.458,86 en € 1.061,14 aan verleende voorschotten teruggevorderd.

Bij brief van dezelfde dag heeft de minister aan ArenaRed een gewijzigde begroting voor het project gestuurd. In de gewijzigde begroting is vermeld dat aan ArenaRed € 162.400,00 subsidie wordt verleend, maar hierop € 36.458,86 subsidie aan BlueDelta in mindering gebracht, zodat de maximaal aan ArenaRed verleende subsidie op € 125.941,00 komt.

Bij besluit van 21 februari 2013 heeft de minister het door ArenaRed gemaakte bezwaar tegen het besluit van 23 oktober 2012 waarbij de aan BlueDelta verleende subsidie is vastgesteld, gegrond verklaard, dat besluit herroepen en te kennen gegeven dat hij de vaststellingsaanvraag van BlueDelta alsnog in behandeling zal nemen na beëindiging van het project als geheel. De minister heeft daartoe in aanmerking genomen dat, voor zover het de door BlueDelta verrichte werkzaamheden aan het project betreft, geen duidelijk af te bakenen projectdeel bestaat, zodat de aanvraag van BlueDelta in samenhang met de rest van het nog lopende project had moeten worden beoordeeld en het besluit derhalve prematuur was.

Bij brief van 3 mei 2013 heeft BlueDelta bezwaar gemaakt tegen de brief van 23 oktober 2012 waarbij aan ArenaRed een gewijzigde begroting voor het project is gestuurd, voor zover de minister heeft besloten tussentijds aan BlueDelta een lagere subsidie te verlenen. Voorts heeft BlueDelta verzocht om aan haar een gewijzigde begroting toe te zenden.

Aan het besluit van 11 juni 2013 heeft de minister ten grondslag gelegd dat - samengevat weergegeven - hij met het bij brief van 23 oktober 2012 toezenden van een gewijzigde begroting aan ArenaRed, heeft bedoeld de maximaal beschikbare subsidie voor BlueDelta te verlagen. Gelet hierop heeft de minister de brief van 3 mei 2013 in zoverre als bezwaarschift aangemerkt. Hij heeft het daarbij gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaarschrift eerst na afloop van de daarvoor gestelde termijn is ingediend.

3. BlueDelta betoogt dat de minister haar bezwaar weliswaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, maar daaraan ten onrechte niet ten grondslag heeft gelegd dat de brief van 23 oktober 2012 geen besluit tot wijziging van de aan haar verleende subsidie inhield. Zij voert in dit verband aan dat, anders dan de minister in het besluit van 11 juni 2013 heeft gesteld, de brief van 23 oktober 2012 er uitsluitend op gericht was de subsidieverlening van ArenaRed te wijzigen en niet ook die van BlueDelta, aangezien de minister op dat moment in de veronderstelling verkeerde dat de subsidie voor BlueDelta reeds was vastgesteld. Volgens BlueDelta had de brief dan ook uitsluitend rechtsgevolg voor ArenaRed en niet voor haar, zodat geen sprake is van een besluit tot verlaging van de subsidieverlening aan haar. Dit volgt ook uit het feit dat de brief van 23 oktober 2013 niet aan haar is toegezonden, aldus BlueDelta. Zij voert verder aan dat, hoewel het besluit van 23 oktober 2012 bij besluit van 21 februari 2013 is herroepen en derhalve achteraf kan worden gesteld dat de subsidierelatie met BlueDelta op dat moment nog niet was geëindigd, dit niet betekent dat achteraf evenzeer moet worden geoordeeld dat met het toezenden van een gewijzigde begroting aan ArenaRed de subsidieverlening aan BlueDelta is gewijzigd. Tot slot voert BlueDelta aan dat niet is voldaan aan de vereisten voor het wijzigen van de subsidieverlening, zodat ook gelet daarop de minister niet de bedoeling gehad kan hebben om met de brief van 23 oktober 2012 een daartoe strekkend besluit te nemen.

3.1. In de brief van 23 oktober 2013, waarbij aan ArenaRed een gewijzigde begroting voor het project is toegezonden, heeft de minister te kennen gegeven dat wijziging van de begroting nodig is, omdat BlueDelta op 15 juni 2012 haar machtiging aan ArenaRed om namens haar op te treden heeft ingetrokken. Uit deze toelichting kan niet worden afgeleid dat de minister met deze brief heeft beoogd de aan BlueDelta verleende subsidie te wijzigen dan wel vast te stellen. Daarbij wordt voorts in aanmerking genomen dat de brief niet aan BlueDelta is gericht en verzonden en daarin geen subsidiebedrag wordt genoemd. De bij de brief gevoegde begroting biedt evenmin aanknopingspunten voor het oordeel dat de minister heeft beoogd de aan BlueDelta verleende subsidie te wijzigen dan wel vast te stellen. Daarbij is van belang dat bovenaan de begroting is vermeld: "GEWIJZIGDE BEGROTING (exclusief Blue Delta BV en inclusief Core Vision als derden)". Hieruit volgt dat de begroting geen betrekking heeft op BlueDelta. Uit de vermelding in de begroting dat op de aan ArenaRed verleende subsidie € 36.458,86 subsidie aan BlueDelta in mindering wordt gebracht volgt evenmin dat de minister heeft besloten de aan BlueDelta verleende subsidie te wijzigen dan wel vast te stellen. De Afdeling acht het gelet op het vorenstaande in strijd met het beginsel van rechtszekerheid om, naar de minister in het besluit van 11 juni 2013 uiteen heeft gezet en ter zitting heeft toegelicht, achteraf, na de intrekking van het besluit van 23 oktober 2012 waarbij de subsidie voor BlueDelta was vastgesteld, aan te nemen dat het weldegelijk de bedoeling van de minister was om de subsidieverlening aan BlueDelta te verlagen. Er bestaat dan ook geen grond voor het oordeel dat de minister bij brief van 23 oktober 2013 met bijlage heeft besloten de subsidieverlening aan BlueDelta te verlagen. Deze brief is dan ook geen besluit dat rechtsgevolgen heeft voor Blue Delta, zodat de minister de brief van BlueDelta van 3 mei 2013 ten onrechte heeft aangemerkt als een daartegen gericht bezwaarschrift en als zodanig in behandeling heeft genomen.

Het betoog slaagt.

4. Hetgeen BlueDelta voor het overige heeft aangevoerd behoeft gelet op het vorenstaande geen bespreking meer.

5. Het beroep is gegrond. Het besluit van 11 juni 2013 dient te worden vernietigd.

6. De minister dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van de minister van Infrastructuur en Milieu van 11 juni 2013, kenmerk JZ/0351-11-02/130760/BNO;

III. veroordeelt de minister van Infrastructuur en Milieu tot vergoeding van bij de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BlueDelta B.V. in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 984,54 (zegge: negenhonderdvierentachtig euro en vierenvijftig cent), waarvan € 974,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

IV. gelast dat de minister van Infrastructuur en Milieu aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BlueDelta B.V. het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 318,00 (zegge: driehonderdachttien euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, voorzitter, en mr. C.M. Wissels en mr. R.F.B. van Zutphen, leden, in tegenwoordigheid van mr. J. Wieland, ambtenaar van staat.

w.g. Slump w.g. Wieland

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 9 april 2014

502.