Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:1224

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
09-04-2014
Datum publicatie
09-04-2014
Zaaknummer
201306918/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 20 juni 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Hofstad III Loerik V" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201306918/1/R2.

Datum uitspraak: 9 april 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellant sub 1], wonend te Houten,

2. [appellant sub 2], wonend te Houten,

3. [appellant sub 3], wonend te Houten,

en

de raad van de gemeente Houten,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 20 juni 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Hofstad III Loerik V" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 3] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 februari 2014, waar [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 3], vertegenwoordigd door [appellant sub 2] zijn verschenen. Voorts is de raad, vertegenwoordigd door P. Bos, werkzaam bij de gemeente, bijgestaan door G. Bosch, verschenen.

Overwegingen

1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

2. Het plan voorziet in de bouw van ongeveer 328 woningen in Houten. Binnen het deelgebied Hofstad III in de wijk De Grassen maakt het plan maximaal 310 woningen mogelijk. [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 3] kunnen zich niet verenigen met de in het plan voorziene ontsluiting van deze woningen door het Kamgras, de straat waaraan zij wonen.

3. Voor zover [appellant sub 1] betoogt dat ten onrechte de zienswijzen van 94 aanwonenden van het Kamgras gezamenlijk zijn behandeld, hoewel deze aanwonenden separate zienswijzen hebben ingediend, overweegt de Afdeling dat geen rechtsregel zich ertegen verzet dat de raad zienswijzen gezamenlijk weergeeft. Dat niet op iedere zienswijze afzonderlijk is ingegaan, is op zichzelf geen aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit niet voldoende is gemotiveerd. Niet is gebleken dat bepaalde bezwaren of argumenten niet in de overwegingen zijn betrokken. Het betoog faalt.

4. [appellant sub 1] en [appellant sub 3] stellen dat de ontsluiting van de te realiseren woningen via het Kamgras in strijd is met de motie die bij de vaststelling van het plan door de raad is aangenomen om extra onderzoek uit te voeren en de mogelijkheid te onderzoeken van alternatieve ontsluitingswegen. Het plan is dan ook in strijd met de zorgvuldigheid vastgesteld, aldus [appellant sub 1] en [appellant sub 3].

4.1. Bij het besluit tot vaststelling van het plan is een motie aangenomen die ertoe strekt om overleg te voeren met de bewoners aan het Kamgras over de verkeerskundige onderbouwing van de ontsluiting van het gebied Hofstad III. Hierover heeft de raad toegelicht dat met de motie met name is beoogd om te voorkomen dat eventuele toekomstige gewijzigde inzichten omtrent de afwikkeling van het verkeer van en naar het plangebied buiten toekomstige besluitvorming blijft. Gelet hierop ziet de Afdeling in het aangevoerde geen aanleiding voor het oordeel dat het plan in strijd met de zorgvuldigheid is vastgesteld. Het betoog faalt.

5. [appellant sub 1] stelt dat de gekozen ontsluiting van de wijk tot gevolg heeft dat feitelijk twee wijken door het Kamgras worden ontsloten. Dit is volgens haar in strijd met de wegenkundige systematiek die de gemeente hanteert.

5.1. De raad stelt zich onder verwijzing naar het voorheen geldende "Globaal Bestemmingsplan Houten Vinex" op het standpunt dat het Kamgras in het zogenoemde Houtense verkeerssysteem is aangemerkt als ontsluitingsweg van de wijk de Grassen. Blijkens de plantoelichting heeft de raad dit verkeerssysteem mede ten grondslag gelegd aan de vaststelling van het plan. Nu gelet op de inrichtingsprincipes van het gebied de beoogde woningen in het deelgebied Hofstad III behoren tot de wijk de Grassen, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de gekozen ontsluiting niet in overeenstemming is met bedoeld verkeerssysteem. Het betoog faalt.

6. [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 3] stellen dat het onderzoek naar de huidige en toekomstige verkeerssituatie dat de raad ten grondslag heeft gelegd aan het plan verouderd, onvolledig en onjuist is. In tegenstelling tot waarvan de raad in het plan is uitgegaan, is volgens hen het Kamgras thans reeds ongeschikt voor de hoeveelheid verkeer die hiervan gebruik maakt en zal bij toename van de verkeersintensiteit de verkeersveiligheid niet kunnen worden gewaarborgd. Een toename van de verkeersintensiteit op het Kamgras is dan ook onwenselijk, zo stellen [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 3].

6.1. De raad stelt zich op het standpunt dat het Kamgras geschikt is voor de verwachte verkeersintensiteit na realisering van de in het plan mogelijk gemaakte woningen. Het onderzoek dat hiernaar is uitgevoerd, is volgens de raad actueel, volledig en juist. Ook zijn geen problemen met de verkeersveiligheid te verwachten, aldus de raad.

6.2. In de plantoelichting is een berekening opgenomen van de huidige verkeersintensiteit op het Kamgras op basis van het type woningen dat hierdoor wordt ontsloten en van de verkeersintensiteit op deze straat na realisering van de in het plan voorziene woningen in het deelgebied Hofstad III. Geconcludeerd is dat de huidige verkeersintensiteit op het drukste deel van het Kamgras ongeveer 2.650 motorvoertuigbewegingen per etmaal (hierna: mvt/etmaal) is en de verkeersintensiteit na realisering van de woningen op het drukste deel van het Kamgras maximaal ongeveer 5.050 mvt/etmaal zal zijn. De raad heeft een aanvullende berekening van de toekomstige verkeersintensiteit laten maken op basis van verkeerstellingen in oktober 2013 die minder verkeer in de huidige situatie laten zien dan waarvan bij de eerdere berekeningen was uitgegaan. Hieruit is geconcludeerd dat de verkeersintensiteit op het Kamgras na realisering van de woningen die het plan mogelijk maakt ongeveer 3.100 mvt/etmaal zal zijn. Uit het door [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 3] aangevoerde, is niet aannemelijk geworden dat de uitgevoerde berekeningen van de toekomstige verkeersintensiteit niet actueel zijn, dan wel zodanige gebreken of leemten in kennis bevatten dat de raad bij het vaststellen van het plan niet in redelijkheid hiervan heeft mogen uitgaan. Hierbij neemt de Afdeling in aanmerking dat in de berekeningen ook de verkeersbewegingen zijn betrokken van en naar de basisscholen in de omgeving, waarop [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 3] ter zitting hebben gewezen.

Met betrekking tot de vraag of het Kamgras geschikt is voor de verwachte toekomstige verkeersintensiteit is de raad bij de vaststelling van het plan ervan uitgegaan dat deze weg een capaciteit heeft van ongeveer 4000-6000 mvt/etmaal. In de publicatie ASVV 2004 van het CROW die de raad voor dit plan heeft gehanteerd, wordt deze capaciteit als indicatieve hoeveelheid acceptabel geacht voor een weg als het Kamgras die een functie heeft als erftoegangsweg binnen de bebouwde kom waarop een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt. In de "Notitie Goudappel Coffeng over het Kamgras" van 6 mei 2013 heeft het bureau Goudappel Coffeng in opdracht van de raad nader onderbouwd dat het Kamgras voldoende capaciteit heeft voor de verwachte verkeersintensiteit en blijvend voldoet aan de eisen van Duurzaam veilig verkeer. Uit het door [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 3] aangevoerde, is niet aannemelijk geworden dat de raad bij het vaststellen van het plan niet in redelijkheid hiervan heeft mogen uitgaan.

Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het Kamgras de verwachte verkeersintensiteit veilig kan afwikkelen, ook als wordt uitgegaan van de maximaal berekende intensiteit van 5.050 mvt/etmaal. Het betoog faalt.

Overigens heeft de raad ter zitting gesteld dat indien de afwikkeling van het verkeer over het Kamgras in de toekomst hiertoe aanleiding geeft alsnog kan worden besloten om de basisscholen in de omgeving op een andere wijze dan nu het geval is te ontsluiten, nu het gebied waarin die scholen staan nog in ontwikkeling is.

7. [appellant sub 1] en [appellant sub 3] stellen dat ten onrechte niet is gekozen voor een alternatieve ontsluitingsweg via het Raaigras die volgens hen minder problemen zal opleveren dan de ontsluiting van de wijk via het Kamgras. Verder stellen zij dat door de verwachte hogere verkeersintensiteit en voorziene aanpassing van de weginrichting van het Kamgras hun woon- en leefklimaat verslechtert en hun woningen in waarde dalen.

7.1. De raad stelt dat de door [appellant sub 1] en [appellant sub 3] voorgestane alternatieve ontsluiting grote nadelen heeft, onder meer doordat deze een voorzien groen- en watergebied zou doorkruisen. Ten aanzien van het woon- en leefklimaat, alsmede de waarde van de woningen, stelt de raad dat vanaf de oplevering van de woningen aan het Kamgras bekend was dat deze straat als ontsluiting zou gaan dienen voor te bouwen woningen binnen het gebied Hofstad III, zodat de gevolgen van het plan niet onevenredig zijn.

7.2. De Afdeling overweegt dat de raad bij de keuze van een bestemming een afweging dient te maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. Daarbij heeft de raad beleidsvrijheid. De voor- en nadelen van alternatieven dienen in die afweging te worden meegenomen. Uit de "Notitie over onderzoek naar alternatieven voor het Kamgras als ontsluiting voor Hofstad III en de Vlinder" (hierna: de notitie) van 3 juni 2013 die mede aan het plan ten grondslag is gelegd, blijkt dat bij de keuze voor de ontsluiting van de voorziene woningen in het deelgebied Hofstad III een afweging heeft plaatsgevonden tussen vier alternatieven. In de notitie is geconcludeerd dat de gekozen ontsluiting voldoet aan de eisen van Duurzaam veilig verkeer en aan de inrichtingsprincipes van de gemeente Houten. In de notitie staat dat de gevolgen van de toename van het verkeer door het plan financieel en maatschappelijk het beste kunnen worden gedragen door een ontsluiting via het Kamgras. In het door [appellant sub 1] en [appellant sub 3] aangevoerde, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet in voldoende mate de voor- en nadelen van alternatieven voor de ontsluiting heeft afgewogen.

Ten aanzien van het gestelde omtrent het woon- en leefklimaat en de waarde van de woningen bestaat geen grond voor de verwachting dat die aantasting en die waardevermindering zodanig zijn dat de raad bij de afweging van de belangen hieraan een groter gewicht had moeten toekennen dan aan de belangen die met de realisering van het plan aan de orde zijn. Voor zover [appellant sub 1] in verband hiermee stelt dat niet iedereen zich houdt aan de maximumsnelheid van 30 kilometer per uur waardoor de geluidsoverlast als gevolg van het toenemende verkeer hoger is dan waarvan de raad uitgaat, overweegt de Afdeling dat dit een kwestie is van handhaving, hetgeen niet aan de orde kan komen in deze zaak omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan.

Het betoog faalt.

8. Gelet op het voorgaande zijn de beroepen ongegrond.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart de beroepen ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. N.S.J. Koeman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van drs. M.H. Kuggeleijn-Jansen, ambtenaar van staat.

w.g. Koeman w.g. Kuggeleijn-Jansen

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 9 april 2014

723.