Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:1174

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
02-04-2014
Datum publicatie
02-04-2014
Zaaknummer
201307681/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 25 juni 2013, raadsbesluit 60, heeft de raad het bestemmingsplan "Stiphout - Dorpsstraat 55, 55a, 55b" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201307681/1/R3.

Datum uitspraak: 2 april 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant A] en [appellant B], beiden wonend te Helmond,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Helmond,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 25 juni 2013, raadsbesluit 60, heeft de raad het bestemmingsplan "Stiphout - Dorpsstraat 55, 55a, 55b" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant A] en [appellant B] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant A] en [appellant B] en de raad hebben nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 13 januari 2014, waar [appellant A] en [appellant B], bijgestaan door mr. P.W.M. Dorn, advocaat te Geldrop, en [gemachtigde], en de raad, vertegenwoordigd door mr. P. Helmus en F. van de Goor, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [belanghebbende], bijgestaan door [gemachtigde] en mr. H.G.M. van der Westen, advocaat te Eindhoven, gehoord.

Overwegingen

1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

1.1. Het plan biedt een planologisch-juridische basis voor de realisatie van onder meer detailhandel met een bedrijfsvloeroppervlakte van 1.700 m² en parkeervoorzieningen aan de Dorpsstraat 55, 55a en 55b in het centrum van Stiphout. Met het plan wordt onder meer beoogd de verplaatsing en uitbreiding van de bestaande supermarkt op het perceel Dorpsstraat 58d mogelijk te maken.

2. [appellant A] en [appellant B] betogen dat de raad ten onrechte het plan heeft vastgesteld. Daartoe voeren zij aan dat het plan de vestiging van een nieuwe supermarkt op de locatie aan de Dorpsstraat 55, 55a en 55b mogelijk maakt met een bedrijfsvloeroppervlak van 1.700 m², waardoor een overaanbod van detailhandel in dagelijkse artikelen in Stiphout zal ontstaan. Zij stellen dat in het distributie-planologisch onderzoek naar de verplaatsing en uitbreiding van supermarkt C1000 is nagelaten rekening te houden met de mogelijkheid dat zowel op de nieuwe als op de bestaande locatie een supermarkt wordt geëxploiteerd. Volgens hen is op geen enkele wijze gewaarborgd dat deze mogelijkheid zich niet zal voordoen. Ook stellen zij dat in het distributie-planologisch onderzoek ten onrechte ervan wordt uitgegaan dat het winkelvloeroppervlak van het pand aan de Dorpsstraat 58d alleen geschikt is voor een discount-supermarkt en niet voor een fullservice-supermarkt. Volgens hen is dit winkelvloeroppervlak in het distributie-planologisch onderzoek onderschat.

Voorts betogen [appellant A] en [appellant B] dat de in het plan voorziene mogelijkheid voor een supermarkt in strijd is met het gemeentelijke beleid om detailhandel te concentreren en nieuwe ontwikkelingen in het bestaande winkelbestand op te vangen.

2.1. De raad stelt zich op het standpunt dat het winkelvloeroppervlak van 728 m² en het aantal parkeerplaatsen op de bestaande locatie van supermarkt C1000 aan de Dorpsstraat 58d onvoldoende zijn voor een fullservice-supermarkt. De nieuwe locatie aan de Dorpsstraat 55, 55a en 55b biedt wel voldoende winkelvloeroppervlak en parkeerplaatsen. Onder verwijzing naar de conclusies van het distributie-planologisch onderzoek naar de verplaatsing van deze supermarkt naar de locatie aan de Dorpsstraat 55, 55a en 55b stelt de raad zich voorts op het standpunt dat de verwezenlijking van het plan niet tot een duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau in Stiphout zal leiden. Verder is de raad van mening dat de in het plan voorziene mogelijkheid voor een supermarkt in overeenstemming is met het gemeentelijke beleid.

2.2. De Wro strekt er niet toe bedrijven tegen de vestiging van concurrerende bedrijven in hun verzorgingsgebied te beschermen. Concurrentieverhoudingen vormen bij een planologische belangenafweging in beginsel geen in aanmerking te nemen belang, tenzij zich een duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau zal voordoen, die niet door dwingende redenen wordt gerechtvaardigd.

Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de uitspraak van 18 september 2013 in zaak nr. 201208105/1/R2 komt voor de vraag of er een duurzame ontwrichting zal ontstaan van het voorzieningenniveau geen doorslaggevende betekenis toe aan de vraag of overaanbod in het verzorgingsgebied en mogelijke sluiting van bestaande detailhandelsvestigingen zal ontstaan. Voor de beoordeling hiervan is van doorslaggevend belang te achten of inwoners van een bepaald gebied niet langer op een aanvaardbare afstand van hun woning kunnen voorzien in hun eerste levensbehoeften.

2.3. Uit de verbeelding volgt dat aan de betreffende gronden in het plangebied de bestemming "Gemengd" is toegekend.

Ingevolge artikel 3, lid 3.1, onder 3.1.1, aanhef en onder b, van de planregels zijn de voor "Gemengd" aangewezen gronden bestemd voor detailhandel met een maximaal bedrijfsvloeroppervlak van 1.700 m².

2.4. BRO Adviseurs (hierna: BRO) heeft voor de verplaatsing en uitbreiding van supermarkt C1000 een distributie-planologisch onderzoek verricht. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in het rapport "DPO marktmogelijkheden supermarktaanbod Stiphout, gemeente Helmond" van 24 april 2012 (hierna: DPO). In het DPO staat dat op het schaalniveau van Helmond distributieve marktruimte aanwezig is voor herinvulling van de bestaande locatie van supermarkt C1000 aan de Dorpsstraat 58d door een discountsupermarkt, maar dat die ruimte op het schaalniveau van Stiphout er niet is. Volgens het DPO zal een duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau zich niet voordoen indien op de bestaande locatie een nieuwe supermarkt uit het discountsegment wordt toegevoegd.

Voor zover [appellant A] en [appellant B] aanvoeren dat het winkelvloeroppervlak op de bestaande supermarktlocatie groter is dan een oppervlak van 728 m² waarvan in het DPO is uitgegaan, overweegt de Afdeling dat zij deze stelling niet aannemelijk hebben gemaakt.

In het DPO is uitgegaan van de verplaatsing van supermarkt C1000 zonder dat daarbij rekening is gehouden met de mogelijkheid dat op de bestaande locatie aan de Dorpsstraat 58d een nieuwe fullservice-supermarkt wordt geëxploiteerd. Niet in geschil is dat de planologische regeling voor het perceel Dorpsstraat 58d een fullservice supermarkt toestaat. De Afdeling overweegt dat onderzocht had moeten worden of de exploitatie van een fullservice supermarkt op de bestaande en de nieuwe locatie tot een duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau van Stiphout zal leiden. Nu uit het DPO niet volgt dat dit onderzoek is gedaan is het bestreden besluit niet met de te betrachten zorgvuldigheid voorbereid en heeft de raad zich bij het nemen van dit besluit niet op het DPO mogen baseren.

Het betoog slaagt.

2.5. In de structuurvisie Stiphout uit 2009 (hierna: structuurvisie) zijn de hoofdlijnen voor de voorgenomen ontwikkelingen in Stiphout tot 2020 en de hoofdzaken van het te voeren beleid opgenomen. De structuurvisie is zelfbindend voor de raad. Voor de ontwikkeling van detailhandel in het centrum van Stiphout geldt onder meer het uitgangspunt, zoals dat ook in het Masterplan Centrum Stiphout is opgenomen, om detailhandelsvestigingen te concentreren in het gebied langs de Dorpsstraat tussen de Kloosterstraat en de Oudartstraat. Daarbij is als kanttekening geplaatst dat ontwikkelingen binnen het bestaande winkelbestand kunnen worden opgevangen.

2.6. In hetgeen [appellant A] en [appellant B] hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de in het plan voorziene mogelijkheid voor detailhandel in strijd is met het gemeentelijke beleid. Uit de door de raad ingediende overzichtskaarten van detailhandel volgt dat het perceel Dorpsstraat 55, 55a en 55b binnen voormeld concentratiegebied voor detailhandel ligt. Verder hebben [appellant A] en [appellant B] niet aannemelijk gemaakt dat de verplaatsing en uitbreiding van supermarkt C1000 binnen het bestaande winkelbestand kan worden opgevangen.

Het betoog faalt.

3. In hetgeen [appellant A] en [appellant B] hebben aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit is genomen in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Het beroep is gegrond, zodat het bestreden besluit dient te worden vernietigd.

4. De Afdeling ziet evenwel aanleiding om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Awb geheel in stand te laten en overweegt hiertoe het volgende. In opdracht van de raad heeft BRO een nader distributie-planologisch onderzoek verricht naar de vraag of zich een duurzame ontwrichting zal voordoen indien zowel op de locatie aan de Dorpsstraat 58d als op de locatie aan de Dorpsstraat 55, 55a, 55b een fullservice-supermarkt wordt geëxploiteerd. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in het rapport "DPO marktmogelijkheden supermarktaanbod Stiphout, gemeente Helmond" van 20 december 2013. In dit rapport wordt geconcludeerd dat indien op beide locaties een fullservice-supermarkt wordt geëxploiteerd, omzetverliezen voor bestaande winkels zullen optreden, maar geen duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau zal ontstaan. Indien een supermarkt zijn bedrijfsvoering om bedrijfseconomische redenen dient te beëindigen, zal er altijd een supermarkt overblijven. [appellant A] en [appellant B] hebben niet aannemelijk gemaakt dat het rapport van 20 december 2013 naar inhoud en wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont dat de conclusies van dit rapport niet kunnen worden gevolgd. Daarbij is van belang dat ook in het door hen ingediende rapport "Marktanalyse supermarktaanbod te Stiphout, Helmond" van Bureau van der Weerd van 10 december 2013 wordt geconcludeerd dat een duurzame ontwrichting zich niet zal voordoen indien zich in Stiphout een nieuwe supermarkt zal vestigen.

5. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Helmond van 25 juni 2013, raadsbesluit 60, tot vaststelling van het bestemmingsplan "Stiphout - Dorpsstraat 55, 55a, 55b";

III. bepaalt dat de rechtsgevolgen van dat besluit geheel in stand blijven;

IV. veroordeelt de raad van de gemeente Helmond tot vergoeding van bij [appellant A] en [appellant B] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.920,14 (zegge: negentienhonderdtwintig euro en veertien cent), waarvan € 974,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan één van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander;

V. gelast dat de raad van de gemeente Helmond aan bij [appellant A] en [appellant B] het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van

€ 160,00 (zegge: honderdzestig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan één van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander.

Aldus vastgesteld door mr. E. Helder, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. F.W.M. Kooijman, ambtenaar van staat.

w.g. Helder w.g. Kooijman

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 2 april 2014

177-629.