Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:1173

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
02-04-2014
Datum publicatie
02-04-2014
Zaaknummer
201308643/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 25 juni 2013, nummer 5583, heeft de raad het bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Drieschouwen, Vaartwijk en Stroodorpe" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201308643/1/R2.

Datum uitspraak: 2 april 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante], gevestigd te Axel, gemeente Terneuzen,

en

de raad van de gemeente Terneuzen,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 25 juni 2013, nummer 5583, heeft de raad het bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Drieschouwen, Vaartwijk en Stroodorpe" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 februari 2014, waar [appellante], vertegenwoordigd door mr. S. Oord, en de raad, vertegenwoordigd door A. Arens, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

2. Het plan voorziet in een actueel juridisch-planologisch kader voor de bedrijventerreinen Drieschouwen, Vaartwijk en Stroodorpe.

3. [appellante] betoogt dat het plan een aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van het kennelgebouw van het dierenpension mogelijk maakt. [appellante] voert daartoe aan dat het plan bedrijven van milieucategorie 3.1 toelaat op een afstand van 23 meter van het kennelgebouw, terwijl die afstand volgens de VNG-brochure "Bedrijven en Milieuzonering" uit 2009 (hierna: VNG-brochure) ten minste 30 meter dient te zijn, nu haar hele perceel de bestemming "Wonen" heeft en in de verbeelding geen afzonderlijk bouwvlak is aangegeven voor het perceel.

3.1. De raad stelt dat op het deel van het bedrijventerrein dat het dichtst bij het perceel van [appellante] ligt, bedrijven tot en met categorie 3.1 zijn toegestaan, omdat is voldaan aan de richtafstand van 30 meter die is opgenomen in de VNG-brochure. De raad stelt dat de in de VNG-brochure neergelegde richtafstand moet worden gemeten tussen de grens van de bestemming die bedrijven toelaat en de uiterste situering van een woning die volgens het plan mogelijk is. Het aanwezige kennelgebouw is geen woning, zodat de richtafstand daar niet op ziet.

3.2. Het perceel van [appellante] is van de gronden waaraan de bestemming "Bedrijventerrein - 1" en functieaanduiding "bedrijf tot en met categorie 3.1" is toegekend gescheiden door een strook grond waaraan de bestemming "Groen" is toegekend.

Ingevolge artikel 5, lid 5.1, aanhef en onder a, aanhef en onder 1, van de planregels, zijn de gronden met de bestemming "Bedrijventerreinen - 1" ter plaatse van de functieaanduiding "bedrijf tot en met categorie 3.1" bestemd voor bedrijven voor zover deze voorkomen in de categorieën 1, 2 en 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, niet zijnde Bevi-inrichtingen en geluidproducerende inrichtingen.

3.3. Het perceel van [appellante] ligt in het plangebied van het naastgelegen bestemmingsplan "Buitengebied". In dat bestemmingsplan is aan het perceel de bestemming "Wonen" met de functieaanduiding "specifieke vorm van maatschappelijk - dierenpension" toegekend. Tevens is aan een groot deel van het perceel de dubbelbestemming "Leiding - Hoogspanningsverbinding - 1" toegekend.

Ingevolge artikel 22, lid 22.1, aanhef en onder a en c, van de planregels van het bestemmingsplan "Buitengebied" zijn de daarin voor "Wonen" aangewezen gronden bestemd voor wonen en ter plaatse van de functieaanduiding "specifieke vorm van maatschappelijk - dierenpension" tevens voor een dierenpension.

Ingevolge lid 22.2, aanhef en onder h, bedraagt de afstand van gebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens ten minste 3 meter.

Ingevolge artikel 44, lid 44.1, zijn de voor "Leiding - Hoogspanningsverbinding - 1" aangewezen gronden mede bestemd voor een bovengrondse hoogspanningsverbinding van 50kV.

Ingevolge lid 44.2, aanhef en onder b, mag op deze gronden ten behoeve van de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen uitsluitend worden gebouwd indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bouwhoogte niet wordt vergroot.

3.4. De Afdeling overweegt dat de in de VNG-brochure opgenomen afstanden indicatief zijn en dat hiervan gemotiveerd kan worden afgeweken. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 22 augustus 2012 in zaak nr. 201113021/1/R1) gelden de richtafstanden volgens de VNG-brochure tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is.

Gelet op de planregels van het bestemmingsplan "Buitengebied", waarin het perceel van [appellante] is gelegen, is niet uitgesloten dat de gebouwen van [appellante] na sloop op elke locatie binnen de bestemming "Wonen" kunnen worden herbouwd, zij het met inachtneming van een afstand van 3 meter tot de zijdelingse perceelsgrens en met beperkingen ten aanzien van de uitbreiding van de oppervlakte en de vergroting van de bouwhoogte. Ingevolge artikel 2, aanhef en onder 3, aanhef en onder a en b, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (hierna: het Bor), is het mogelijk om het hoofdgebouw met een bijbehorend bouwwerk uit te breiden binnen de 3 meter van de perceelsgrens zonder dat daarvoor een omgevingsvergunning is vereist. De uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan "Buitengebied" mogelijk is, ligt dus op de zuidoostelijke hoek van het plandeel met de bestemming "Wonen" voor [appellante].

Of aan de richtafstand is voldaan moet in dit geval worden beoordeeld aan de hand van de afstand tussen deze uiterste situering van een woning en de grens van de bestemming die bedrijven toelaat. Deze afstand bedraagt 15 meter. Het plan voldoet daarmee niet aan de richtafstand.

De raad heeft, gelet op de mogelijkheid die het bestemmingsplan "Buitengebied" biedt om ter plaatse van het perceel van [appellante] een woning te situeren in geval van vervanging van de bestaande woning, niet toereikend gemotiveerd dat ter plaatse van het perceel van [appellante] een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd.

Het betoog slaagt.

4. In hetgeen [appellante] heeft aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit voor zover dat ziet op het plandeel met de bestemming "Bedrijventerrein - 1" voor zover dat ligt binnen een straal van 30 meter vanaf de uiterste situering van de gevel van een woning die aan de Langeweg 2 ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied" en mede gelet op artikel 2, aanhef en onder 3, aanhef en onder a en b, van bijlage II van het Bor mogelijk is, zoals weergegeven op de bij deze uitspraak behorende kaart, is genomen in strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep is gegrond, zodat het bestreden besluit in zoverre dient te worden vernietigd.

5. Uit oogpunt van rechtszekerheid en gelet op artikel 1.2.3 van het Besluit ruimtelijke ordening, ziet de Afdeling aanleiding de raad op te dragen de hierna in de beslissing nader aangeduide onderdelen van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl.

6. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van 25 juni 2013, nummer 5583, voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Bedrijventerrein - 1" voor zover dat ligt binnen een straal van 30 meter vanaf de uiterste situering van de gevel van een woning die aan de Langeweg 2 ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied" en mede gelet op artikel 2, aanhef en onder 3, aanhef en onder a en b, van bijlage II van het Bor mogelijk is, zoals weergegeven op de bij deze uitspraak behorende kaart;

III. draagt de raad van de gemeente Terneuzen op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat het hiervoor vermelde onderdeel II, wordt verwerkt in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl;

IV. veroordeelt de raad van de gemeente Terneuzen tot vergoeding van bij [appellante] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 974,00 (zegge: negenhonderdvierenzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

V. gelast dat de raad van de gemeente Terneuzen aan [appellante] het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 318,00 (zegge: driehonderdachttien euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. N.S.J. Koeman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.J.A.M. Broekman, ambtenaar van staat.

w.g. Koeman w.g. Broekman

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 2 april 2014

12-803.