Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2014:1156

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
02-04-2014
Datum publicatie
02-04-2014
Zaaknummer
201307137/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 18 juni 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied 2009, herziening Hexelseweg 63" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Wet ruimtelijke ordening
Wet ruimtelijke ordening 3.1
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JBO 2014/87 met annotatie van D. van der Meijden

Uitspraak

201307137/1/R1.

Datum uitspraak: 2 april 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant] en anderen, allen wonend te Wierden,

en

de raad van de gemeente Wierden,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 18 juni 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied 2009, herziening Hexelseweg 63" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 februari 2013, waar [appellant] en anderen, vertegenwoordigd door ing. M.H. Middelkamp, en de raad, vertegenwoordigd door G.J. Sluiskes en M. Stevens-Welleweerd, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [belanghebbende], vertegenwoordigd door [directeur], als partij gehoord.

Overwegingen

1. Ingevolge de artikelen 3:11, 3:15 en 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt het ontwerpplan ter inzage gelegd voor de duur van zes weken en kunnen gedurende deze termijn zienswijzen naar voren worden gebracht bij de raad.

[appellant] heeft geen zienswijze tegen het ontwerpplan naar voren gebracht.

Ingevolge artikel 8:1 van de Awb, in samenhang gelezen met artikel 8:6 van de Awb en artikel 2 van bijlage 2 bij de Awb alsmede met artikel 6:13 van de Awb, kan geen beroep worden ingesteld tegen het besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan door een belanghebbende die tegen het ontwerpplan niet tijdig een zienswijze naar voren heeft gebracht, tenzij hem redelijkerwijs niet kan worden verweten dit te hebben nagelaten.

Deze omstandigheid doet zich niet voor. Het beroep voor zover ingesteld door [appellant] is niet-ontvankelijk.

2. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

3. Het plan is vastgesteld ter uitvoering van de tussen de gemeente Wierden enerzijds en onder meer [belanghebbende] anderzijds gesloten overeenkomst "Rood voor Rood met gesloten beurs, Hexelseweg 67 te Wierden en Zuthemerweg 23 te Laag Zuthem" (hierna: de Rood voor Rood overeenkomst). Als compensatie voor de sloop van vrijgevallen agrarische bebouwing op de percelen Hexelseweg 67 in Wierden en Zuthemerweg 23 in Laag Zuthem, gemeente Raalte, voorziet het plan in de bestemming "Wonen" voor de gronden aan de Hexelseweg 63. Het plan maakt onder meer het oprichten van een woning en bijgebouwen mogelijk.

4. [appellant] en anderen betogen dat ten onrechte aan het beleid "Rood voor Rood met gesloten beurs gemeente Wierden" zoals dat op 27 mei 2008 door de raad is vastgesteld is getoetst, terwijl daarnaast de raad het standpunt inneemt dat het plan past in het bij besluit van 10 mei 2011 gewijzigde beleid. De daarin opgenomen overgangsrechtelijke regeling ziet alleen op reeds ingediende bouwaanvragen, aldus [appellant] en anderen, en daarvan is in dit geval geen sprake.

4.1. De raad heeft de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan het Rood voor Rood beleid dat gold op het moment dat het principeverzoek om met toepassing van dat beleid een nieuwe woning te mogen bouwen is ingediend, in oktober 2010. Deze handelwijze is in overeenstemming met het in het Rood voor Rood beleid, zoals gewijzigd bij besluit van 10 mei 2011, opgenomen overgangsrecht, waarin is opgenomen dat voor aanvragen die zijn ingediend voor de wijziging van het beleid, het beleid geldt zoals dat gold ten tijde van de indiening van de aanvraag. Daarbij betrekt de Afdeling dat de overgangsregeling ziet op principeverzoeken om toepassing van het Rood voor Rood beleid en niet op bouwaanvragen. De raad heeft de voorgenomen ontwikkeling dan ook terecht getoetst aan het Rood voor Rood beleid dat gold ten tijde van het principeverzoek.

5. [appellant] en anderen betogen dat de gesloopte bebouwing in strijd met het door de raad gevoerde beleid voor de tweede keer is ingezet om een burgerwoning mogelijk te maken.

5.1. De raad heeft aangegeven dat in ruil voor de sloop van voormalige bedrijfsgebouwen aan de Zuthemerweg 23 en de Hexelseweg 67 nog geen nieuwe woning is gebouwd. Er is geen onherroepelijk bestemmingsplan op basis waarvan een omgevingsvergunning voor de bouw van een Rood voor Rood woning kan worden verleend. Het eerdere plan dat een basis bood voor een woning is bij uitspraak van de Afdeling van 28 november 2012, in zaak nr. 201201718/1/R1, vernietigd. De raad heeft zich gelet daarop naar het oordeel van de Afdeling terecht op het standpunt geteld dat in zoverre niet in strijd met het Rood voor Rood beleid is gehandeld.

6. [appellant] en anderen betogen dat in strijd met het Rood voor Rood beleid op het perceel Hexelseweg 67 niet alle agrarische bedrijfsactiviteiten zijn gestaakt, nu één van de stallen blijft staan voor opslag en stalling van werktuigen en het houden van dieren.

6.1. Uitgangspunt van het Rood voor Rood beleid is de sloop van het gehele complex met voormalige (agrarische) bedrijfsgebouwen op de slooplocaties. Het beleid maakt hergebruik voor een andere functie van bedrijfsgebouwen mogelijk zolang minimaal 850 m2 bedrijfsgebouwen gesloopt wordt. Daarvan is in dit geval sprake. [appellant] en anderen hebben niet aannemelijk gemaakt dat niet alle bedrijfsmatige agrarische activiteiten op het perceel Hexelseweg 67 zijn gestaakt. Het beleid staat niet in de weg aan het hobbymatig houden van enkele dieren in de op het perceel Hexelseweg 67 behouden stal van 200 m2. Dat in de toekomst, na een wijziging van de woonbestemming die aan het perceel Hexelseweg 67 is toegekend, de stal weer zou kunnen worden gebruikt voor agrarische bedrijfsdoeleinden, betekent niet dat geen toepassing mocht worden gegeven aan het Rood voor Rood beleid.

Het betoog faalt.

7. [appellant] en anderen betogen dat met het bestreden besluit in strijd is gehandeld met het Rood voor Rood beleid, omdat niet voldoende bebouwing is gesloopt. Indien bebouwing behouden blijft, zoals in dit geval, dient er voor die gebouwen drie maal zoveel te worden gesloopt als wordt teruggebouwd. Volgens [appellant] en anderen dient geen 850 m2, maar 1150 m2 aan gebouwen gesloopt te worden.

7.1. De raad heeft het verzoek getoetst aan het Rood voor Rood beleid zoals dat gold ten tijde van het principeverzoek. Daarin is opgenomen dat het mogelijk is om deel te nemen aan een Rood voor Rood project, maar één of meer schuren te laten staan voor hergebruik. Hierbij geldt dat in totaal maximaal 300 m2 (voormalige) bedrijfsbebouwing aanwezig mag blijven. Het plan voldoet hieraan, aldus de raad, nu de te behouden stal 200 m2 groot is. Nu het toepasselijke Rood voor Rood beleid een eis aan de hoeveelheid te slopen gebouwen zoals door [appellant] en anderen aangevoerd, niet kent, overweegt de Afdeling dat met de sloop van 850 m2 aan bedrijfsgebouwen niet in strijd is gehandeld met dat beleid.

8. [appellant] en anderen betogen dat de gesloopte bebouwing aan de Zuthemerweg 23 in Raalte ten onrechte is ingezet voor het project waarop het plan betrekking heeft. Deze bebouwing is in 2007 gesloopt, terwijl het verzoek om op het perceel Hexelseweg 63 een nieuw woning te mogen bouwen uit 2010 dateert. In het kader van het Rood voor Rood beleid mag deze sloop daarom niet worden meegenomen. Voorts lijkt de gesloopte bebouwing in Raalte al eerder te zijn ingezet in het kader van een Rood voor Rood project in Hellendoorn. Ook staat het beleid volgens [appellant] en anderen niet toe dat gesloopte bebouwing buiten de gemeente Wierden wordt betrokken bij een Rood voor Rood project in die gemeente.

8.1. De raad stelt dat de eigenaar van het perceel Zuthemerweg 23 de stallen op zijn perceel heeft gesloopt onder de voorwaarde dat financiering van sloop en herinrichting van het erf kon plaatsvinden via de Rood voor Rood regeling. Het college van burgemeester en wethouders van Raalte heeft hiermee ingestemd. Aldus kon volgens de raad de ruimtelijke kwaliteitswinst op dit perceel reeds in een vroeg stadium behaald worden. Naar het oordeel van de Afdeling is voldoende verzekerd dat de sloop van de bedrijfsbebouwing aan de Zuthemerweg 23 is geschied met het oog op de toepassing van het Rood voor Rood beleid. Dat beleid staat er op zichzelf niet aan in de weg dat de sloop plaatsvindt voorafgaand aan het verzoek om een burgerwoning te bouwen. Volgens de raad is de gesloopte bebouwing niet aangewend in het kader van de bouw van een woning in de gemeente Hellendoorn. In hetgeen [appellant] en anderen hebben aangevoerd is geen aanleiding gelegen om daaraan te twijfelen. Voorts stelt de raad zich terecht op het standpunt dat het volgens het toepasselijke Rood voor Rood beleid mogelijk is om percelen in andere gemeenten in de provincie Overijssel te betrekken bij de toepassing van het Rood voor Rood beleid.

Het betoog faalt.

9. [appellant] en anderen betogen dat het in strijd met de uitgangspunten van het Rood voor Rood beleid is om zowel aan de twee slooppercelen als aan het onderhavige plangebied woonbestemmingen toe te kennen. Ten onrechte is niet op de slooppercelen Hexelseweg 67 en Zuthemerweg 23 zelf teruggebouwd. In 2007 is aan de Zuthemerweg 23 een nieuwe woning gebouwd. Kennelijk kan nieuwbouw aldaar niet worden uitgesloten, aldus [appellant] en anderen.

9.1. De raad stelt dat met toepassing van het Rood voor Rood beleid één extra woning wordt gebouwd, namelijk aan de Hexelseweg 63 in Wierden. De slooplocaties aan de Zuthemerweg 23 en de Hexelseweg 67 hadden beide voorheen een agrarische bedrijfsbestemming, waarbij op elk perceel bij recht één woning was toegestaan. Na beëindiging van de agrarische activiteiten op de erven is de functie van woning gewijzigd naar burgerwoning met een woonbestemming. Deze handelwijze is volgens de raad in overeenstemming met het Rood voor Rood beleid. In hoofdstuk 4 van het Rood voor Rood beleid is aangegeven dat een voormalige agrarische bedrijfswoning kan worden bestemd als burgerwoning. Op de slooppercelen is geen extra woning gebouwd. De nieuw gebouwde woning op het perceel Zuthemerweg 23 betreft een vervangende woning.

9.2. Voor zover [appellant] en anderen zich richten tegen de aan de slooppercelen toegekende woonbestemmingen, overweegt de Afdeling dat die percelen buiten het plangebied vallen, zodat het planologisch regime voor die percelen in deze procedure niet ter toetsing staat. Het Rood voor Rood beleid staat niet in de weg aan het bouwen van een compensatiewoning op een ander perceel dan de slooppercelen. In hetgeen [appellant] en anderen hebben aangevoerd, is voorts geen aanleiding gelegen om aan te nemen dat op de slooppercelen een extra woning is gebouwd.

Het betoog faalt.

10. [appellant] en anderen betogen dat de Rood voor Rood overeenkomst in strijd is met het Rood voor Rood beleid, nu in de overeenkomst een ontbindingsclausule voorkomt in plaats van het volgens hen in het beleid voorgeschreven kostenverhaal in geval van nalatigheid van de verzoeker. Voorts betogen zij dat aan de ontbindingsvoorwaarde in de overeenkomst is voldaan, omdat het vorige bestemmingsplan dat in het kader van het Rood voor Rood project is opgesteld, is vernietigd.

10.1. In artikel 8, tweede lid, van de Rood voor Rood overeenkomst is bepaald dat deze overeenkomst wordt ontbonden zodra onherroepelijk vast komt te staan dat de herziening van het bestemmingsplan ten behoeve van de beoogde woningbouwkavel buiten toedoen van de gemeente niet in werking zal treden.

10.2. De Afdeling kan in deze procedure geen oordeel geven over de rechtmatigheid en de uitleg van een privaatrechtelijke overeenkomst, ter zake waarvan de burgerlijke rechter bevoegd is. Deze beroepsgrond kan de rechtmatigheid van het plan niet aantasten.

11. Volgens [appellant] en anderen zijn aan de gronden in het plangebied ten onrechte de dubbelbestemming "Waarde - archeologische verwachtingswaarde" en de aanduiding "milieuzone-grondwaterbeschermingsgebied" toegekend. Het is onzorgvuldig dat het archeologisch en grondwaterkwaliteitsonderzoek niet al voor de vaststelling van het plan is uitgevoerd.

11.1. Ingevolge artikel 5, lid 5.2, van de planregels mag op de voor "Waarde - Archeologische verwachtingswaarde" aangewezen gronden, in afwijking van hetgeen in de overige regels is bepaald, niet worden gebouwd.

Ingevolge artikel 5, lid 5.2.1, aanhef en onder a, is het bepaalde in lid 5.2 niet van toepassing op bouwwerken en -projecten met een oppervlakte van niet meer dan 2.500 m2.

11.2. [appellant] en anderen betwisten niet dat de oppervlakte van het perceel Hexelseweg 63 kleiner is dan 2.500 m2. Ook betwisten zij niet het standpunt van de raad dat uit artikel 5, lid 5.2.1, aanhef en onder a, van de planregels volgt dat in dit geval een archeologisch onderzoek niet nodig is. Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad het plan niet zonder nader onderzoek naar de archeologische waarden had mogen vaststellen.

11.3. [appellant] en anderen hebben hun standpunt dat een grondwaterkwaliteitsonderzoek had moeten worden gedaan niet onderbouwd. Mede in aanmerking genomen aard en omvang van het plangebied alsmede dat het waterschap Regge en Dinkel over de met het plan beoogde ontwikkeling een positief wateradvies heeft afgegeven, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad het plan niet zonder nader onderzoek naar de bescherming van het grondwater had mogen vaststellen.

12. Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond.

13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep voor zover ingesteld door [appellant] niet-ontvankelijk;

II. verklaart het beroep voor het overige ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, ambtenaar van staat.

w.g. Van Sloten w.g. Zwemstra

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 2 april 2014

91.