Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:CA3681

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19-06-2013
Datum publicatie
19-06-2013
Zaaknummer
201205598/1/A3
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMID:2012:1491, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 7 augustus 2009 heeft de RDW het verzoek van [appellante] om wijziging op het kentekenbewijs van het bouwjaar van het voertuig met kenteken [nummer] (hierna: het voertuig) afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201205598/1/A3.

Datum uitspraak: 19 juni 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te Axel, gemeente Terneuzen,

tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 26 april 2012 in zaak nr. 11/409 in het geding tussen:

[appellante]

en

de directie van de Dienst Wegverkeer (hierna: RDW).

Procesverloop

Bij besluit van 7 augustus 2009 heeft de RDW het verzoek van [appellante] om wijziging op het kentekenbewijs van het bouwjaar van het voertuig met kenteken [nummer] (hierna: het voertuig) afgewezen.

Bij besluit van 6 januari 2010 heeft de RDW het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 8 juli 2010 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 9 maart 2011 heeft de Afdeling het door [appellante] daartegen ingestelde hoger beroep gegrond verklaard, de aangevallen uitspraak vernietigd, het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van de RDW van 6 januari 2010 vernietigd.

Bij besluit van 8 april 2011 heeft de RDW het bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 26 april 2012 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

De RDW heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 juni 2013, waar [appellante], bijgestaan door mr. M. Gideonse, advocaat te Apeldoorn, en de RDW, vertegenwoordigd door mr. C.B.J. Maenhout, werkzaam bij de RDW, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 42, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: Wvw) is er een kentekenregister. Dit register is een basisregistratie.

Ingevolge artikel 42a, eerste lid, worden de gegevens in het kentekenregister onderscheiden in:

a. authentieke en niet-authentieke gegevens;

b. gevoelige en niet-gevoelige gegevens.

Ingevolge het tweede lid worden als authentieke gegevens aangemerkt:

a. gegevens die op grond van een bindend besluit van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen verplicht op het kentekenbewijs zijn opgenomen voor zover de desbetreffende gegevens niet reeds op grond van een andere wettelijk bepaling als authentiek zijn aangemerkt;

(…).

Ingevolge artikel 43e, eerste lid, kan een belanghebbende, indien hij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat een gegeven dat bij of krachtens deze wet als authentiek is aangemerkt of een niet-authentiek gegeven onjuist of ten onrechte wel, dan wel ten onrechte niet in het kentekenregister is opgenomen, onder opgave van die redenen aan de Dienst Wegverkeer een verzoek doen tot wijziging, verwijdering of opneming van dat gegeven.

Ingevolge het tweede lid beslist de Dienst Wegverkeer naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in het eerste lid over wijziging, verwijdering of opneming van het betreffende gegeven en bericht de belanghebbende die het verzoek heeft gedaan over deze beslissing.

Ingevolge artikel 7, eerste lid, aanhef en onder c, van het Kentekenreglement worden gegevens omtrent de voertuigstatus als authentieke gegevens of categorieën daarvan als bedoeld in artikel 42a van de Wvw aangewezen.

Volgens de Nota van Toelichting bij de wijziging van het kentekenreglement in 2008 (Stb. 2008,196) wordt onder de voertuigstatus verstaan: informatie over de geldigheid van het kentekenbewijs en de verplichtingen die daaraan zijn verbonden. (…). Daarnaast betreft het informatie over het tijdstip van de eerste toelating van het voertuig in Nederland en aan wie het document deel IA voor het eerst is verstrekt.

2. De RDW heeft aan het besluit van 8 april 2011 tot handhaving van de weigering van het afgeven van een nieuw kentekenbewijs ten grondslag gelegd dat enerzijds het bouwjaar van het voertuig niet een gegeven is dat wordt opgenomen in het kentekenregister en anderzijds dat de datum van eerste toelating (hierna: DET) niet kan worden gewijzigd omdat artikel 2.2, derde lid van de Regeling voertuigen een lex specialis is en de formele vaststelling van de DET regelt. Aan de hand van dit artikel kan de DET niet worden gewijzigd.

3. De rechtbank heeft aan de ongegrondverklaring van het beroep van [appellante] ten grondslag gelegd dat het bouwjaar van een voertuig, zijnde het jaar waarin het betrokken voertuig is gefabriceerd, niet als een authentiek gegeven als bedoeld in artikel 43e van de Wvw kan worden aangemerkt. Nu voorts niet is aangetoond dat het voertuig reeds vóór 1987 voor het eerst op de weg is toegelaten, heeft de RDW het verzoek op goede gronden afgewezen, aldus de rechtbank.

4. [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat zij een verzoek om wijziging van de DET heeft gedaan, in plaats van een wijziging van het bouwjaar. De vraag of het bouwjaar een authentiek gegeven is, is derhalve niet relevant. Wel dienen het bouwjaar en de DET in onderlinge samenhang te worden bezien. Zij verwijst hierbij naar de uitspraak van de Afdeling van 9 maart 2011 in zaak nr. 201008108/1/H3.

Daarnaast stelt [appellante] dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat niet is aangetoond dat het voertuig reeds voor 1987 voor het eerst op de weg is toegelaten. De RDW had bij de beoordeling van het verzoek om wijziging van het kentekenbewijs moeten uitgaan van het chassisnummer waaruit het bouwjaar blijkt. De RDW heeft niet aangetoond dat dit gegeven, zijnde het chassisnummer, onjuist is, dan wel dat er van een ander gegeven moet worden uitgegaan. De RDW dient bij de beoordeling van een dergelijk verzoek uit te gaan van dit voorhanden zijnde objectiveerbare en verifieerbare gegeven.

4.1. [appellante] heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de vraag of het bouwjaar een authentiek gegeven is, niet relevant is. In artikel 43e van de Wvw staat dat ook niet authentieke gegevens die onjuist in het register zijn opgenomen door de RDW kunnen worden gewijzigd. Daarbij komt dat het bouwjaar en de DET in dit geval in onderlinge samenhang moeten worden bezien. Een onjuist bouwjaar betekent tevens een onjuiste DET. Aangezien de DET wel een authentiek gegeven is, dient deze correct in het register te worden opgenomen. Hiervoor is derhalve een juist bouwjaar nodig. In zoverre slaagt het betoog.

4.2. Hierbij dient echter in aanmerking te worden genomen dat het bouwjaar niet gelijk wordt gesteld aan het fabricagejaar. In de bekendmaking van 22 juli 1985 (Stcrt. 1985,150) inzake vermelding bouwjaar op kentekenbewijzen motorvoertuigen staat in artikel B, aanhef en onder II, vermeld dat het jaar van aflevering als bouwjaar kan worden aangemerkt. In de Nadere regeling vermelding bouwjaar op kentekenbewijzen voor motorvoertuigen van 13 oktober 1992 (Stcrt. 1992,199) wordt een toelichting gegeven op de bekendmaking van 22 juli 1985. Hieruit volgt dat indien een motorvoertuig reeds in een of meer andere landen tot de openbare weg is of was toegelaten het jaar waarin deze toelating geschiedde als bouwjaar wordt vermeld. Het bouwjaar en de DET hangen derhalve samen, maar het fabricagejaar is voor het vaststellen van het bouwjaar niet bepalend.

De auto van [appellante] is in 1989 uit de Verenigde Staten van Amerika geïmporteerd. In het kentekenbewijs is 1987 als bouwjaar opgenomen. [appellante] heeft niet aannemelijk gemaakt dat het voertuig reeds in 1986 op de openbare weg is toegelaten. Voorts heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat bij het afgeven van het kentekenbewijs in 1989 fouten zijn gemaakt en het op het kentekenbewijs opgenomen bouwjaar niet op de juiste wijze is vastgesteld. De omstandigheid dat volgens het chassisnummer het voertuig is geproduceerd in 1986 is hiertoe niet voldoende, nu het fabricagejaar in de zin van voormelde bekendmaking en het bouwjaar niet met elkaar hoeven te corresponderen. [appellante] heeft derhalve geen gegronde reden, als bedoeld in artikel 43e, eerste lid, van de Wvw, aangevoerd om aan te nemen dat het bouwjaar onjuist in het kentekenregister is opgenomen.

5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd met verbetering van de gronden waarop deze rust.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, voorzitter, en mr. J.C. Kranenburg en mr. A. Hammerstein, leden, in tegenwoordigheid van mr. P. Klein, ambtenaar van staat.

w.g. Slump w.g. Klein

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 19 juni 2013

176-773.