Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:CA3647

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19-06-2013
Datum publicatie
19-06-2013
Zaaknummer
201205557/1/A2
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBBRE:2012:1341, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 9 december 2010 heeft het Faunafonds een aanvraag van [appellante] om een tegemoetkoming in de door grauwe ganzen veroorzaakte schade aan het hooi van graszaad afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201205557/1/A2.

Datum uitspraak: 19 juni 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], gevestigd te [plaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 12 april 2012 in zaak nr. 11/6181 in het geding tussen:

[appellante]

en

het bestuur van het Faunafonds (hierna: het Faunafonds).

Procesverloop

Bij besluit van 9 december 2010 heeft het Faunafonds een aanvraag van [appellante] om een tegemoetkoming in de door grauwe ganzen veroorzaakte schade aan het hooi van graszaad afgewezen.

Bij besluit van 10 mei 2011 heeft het Faunafonds het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 12 april 2012 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

Het Faunafonds heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 februari 2013, waar [appellante], vertegenwoordigd door ir. W.C. van Nieuwenhuijzen, en het Faunafonds, vertegenwoordigd door mr. W. van Dijk en H.G. Engberink, beiden werkzaam bij het Faunafonds, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 83, eerste lid, aanhef en onder b, van de Flora- en faunawet (hierna: de Ffw) is er een Faunafonds, dat tot taak heeft het in de daarvoor in aanmerking komende gevallen verlenen van tegemoetkomingen in geleden schade, aangericht door dieren behorende tot beschermde inheemse diersoorten.

Ingevolge artikel 84, eerste lid, wordt een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 83, eerste lid, aanhef en onder b, slechts verleend voor zover een belanghebbende schade lijdt of zal lijden aangericht door dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, en die schade redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven. Een tegemoetkoming wordt naar billijkheid bepaald.

Ter invulling van de beoordelingsruimte die het Faunafonds op grond van artikel 84, eerste lid, van de Ffw toekomt, heeft het de Regeling vaststelling beleidsregels schadevergoeding Faunafonds (hierna: de Regeling) vastgesteld.

Volgens artikel 2, aanhef, kan het bestuur de grondgebruiker op zijn verzoek een tegemoetkoming verlenen in door beschermde inheemse diersoorten aan de landbouw, de bosbouw of de visserij aangerichte schade.

Volgens artikel 9, eerste lid, aanhef en onder l, wordt geen tegemoetkoming verleend indien schade is aangericht aan gebouwen, installaties, bouwwerken, geoogste gewassen, opgeslagen of verpakte voedergewassen.

2. In het besluit van 9 december 2010 heeft het Faunafonds overwogen dat [appellante] niet voor een tegemoetkoming in de door hem geleden schade aan het hooi van graszaad in aanmerking komt, omdat haar verzoek betrekking heeft op een bijproduct. Graszaad wordt beschouwd als het hoofdproduct en het hooi daarvan als bijproduct. Indien schade wordt toegebracht aan een bijproduct is het hoofdgewas reeds geoogst. Schade aangericht aan bijproducten komt, gelet op artikel 9, eerste lid, aanhef en onder l, van de Regeling, niet voor vergoeding in aanmerking, aldus het Faunafonds.

Aan het besluit van 10 mei 2011, heeft het Faunafonds, volgens de ter zitting bij de rechtbank daarop gegeven toelichting, primair ten grondslag gelegd dat [appellante] niet voor een tegemoetkoming in de door haar geleden schade aan het hooi van graszaad in aanmerking komt, omdat het hooi moet worden aangemerkt als reeds geoogst gewas. Subsidiair heeft het Faunafonds aan het besluit ten grondslag gelegd dat schade aangericht aan bijproducten niet voor vergoeding in aanmerking komt.

3. [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het hooi geen reeds geoogst gewas betreft. In dat kader heeft zij ter zitting nader toegelicht dat volgens "Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal" een gewas geoogst is als het gemaaid, verzameld en onder dak is gebracht. Nu het hooi, om verkocht te kunnen worden, na het oogsten van het graszaad een aantal dagen op het land moest blijven liggen om te drogen, was het niet verzameld en onder dak gebracht, waardoor het hooi nog niet geoogst was, aldus [appellante].

3.1. Uit artikel 9, eerste lid, aanhef en onder l, van de Regeling volgt dat geen tegemoetkoming in geleden schade wordt toegekend indien de schade is aangericht aan een geoogst gewas. De term ‘geoogst gewas’ is niet in de Regeling, noch in de nadere toelichting daarop gedefinieerd. Het Faunafonds heeft zich in het besluit van 9 december 2010 op het standpunt gesteld dat een tegemoetkoming in geleden schade aan een bijproduct op grond van voormelde bepaling kan worden geweigerd, omdat het hoofdgewas is geoogst. De Afdeling wijst er evenwel op dat in artikel 9 van de Regeling geen onderscheid wordt gemaakt tussen hoofd- en bijproducten. Evenmin volgt elders uit de regeling, dan wel uit de Ffw dat zodanig onderscheid gemaakt moet worden. Met de enkele stelling dat het graszaad ten tijde van belang geoogst was, heeft het Faunafonds niet gemotiveerd dat het hooi eveneens als een geoogst gewas in de zin van voormelde bepaling moet worden aangemerkt.

In het besluit van 10 mei 2011 heeft het Faunafonds zich alsnog op het standpunt gesteld dat het hooi een geoogst gewas is. Dat standpunt heeft het Faunafonds in het besluit niet nader gemotiveerd. Uit het verhandelde ter zitting van de Afdeling volgt dat het Faunafonds het standpunt inneemt dat een grondgebruiker in beginsel zelf verantwoordelijk is voor de bescherming van zijn gewas tegen schade door dieren, indien het is geoogst. De achtergrond van artikel 9 is volgens het Faunafonds dat in tegenstelling tot gewassen die nog op het land staan, reeds geoogste gewassen in beginsel veilig kunnen worden gesteld en daarmee volledig kunnen worden beschermd tegen faunaschade. Zodra een gewas los is van de grond, en het derhalve door de ondernemer van het land kan worden gehaald, wordt eventuele schade aan dat gewas volgens het Faunafonds geacht tot het ondernemersrisico te behoren. Deze nadere motivering vindt evenwel geen steun in de Regeling, noch in de toelichting daarop. Evenmin is deze opvatting geformuleerd in een nadere beleidsregel. Voor zover het Faunafonds ter zitting bij de Afdeling te kennen heeft gegeven dat het een vaste gedragslijn is dat geen tegemoetkoming in geleden schade wordt toegekend als het schade aan gewassen betreft die zijn losgemaakt van de grond, wordt overwogen dat het Faunafonds deze gedragslijn niet aannemelijk heeft kunnen maken, nu de besluitvorming in deze zaak daarvan geen blijk geeft. Uit het voorgaande volgt dat de Afdeling, anders dan de rechtbank, van oordeel is dat het Faunafonds op grond van de geldende regelgeving niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat in dit geval een tegemoetkoming in de geleden schade kon worden geweigerd.

Het betoog slaagt al daarom.

4. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep tegen het besluit van 10 mei 2011 gegrond verklaren. Dat besluit komt voor vernietiging in aanmerking. De Afdeling zal op na te melden wijze in de zaak voorzien. Het primaire besluit van 9 december 2010 zal worden herroepen. De Afdeling zal bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.

4.1. Het Faunafonds dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 12 april 2012 in zaak nr. 11/6181;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;

IV. vernietigt het besluit van het bestuur van het Faunafonds van 10 mei 2011, kenmerk FF 4648/87546;

V. herroept het besluit van 9 december 2010, kenmerk FF 4648.8.87546;

VI. bepaalt dat het bestuur van het Faunafonds aan [appellante] een tegemoetkoming van € 1.275,00 dient te verstrekken;

VII. bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

VIII. veroordeelt het bestuur van het Faunafonds tot vergoeding van bij [appellante] in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 45,20 (zegge: vijfenveertig euro en twintig cent);

IX. gelast dat het bestuur van het Faunafonds aan [appellante] het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 768,00 (zegge: zevenhonderdachtenzestig euro) voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, voorzitter, en mr. A. Hammerstein en mr. P.A. Koppen, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, ambtenaar van staat.

w.g. Hagen w.g. Van Meurs-Heuvel

voorzitter ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 19 juni 2013

47-752.