Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:CA3597

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
12-06-2013
Datum publicatie
19-06-2013
Zaaknummer
201304133/2/A3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Op 19 juni 2012 heeft het college besloten om een geïntegreerd contract voor het veervervoer over het Noordzeekanaal en het IJ met ingang van 1 juli 2013 voor de duur van vier jaar met GVB Veren B.V (hierna: GVB) te sluiten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201304133/2/A3.

Datum uitspraak: 12 juni 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), hangende het hoger beroep van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Connexxion Water B.V., gevestigd te Alkmaar,

verzoekster,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van 4 april 2013 in de zaken nrs. 13/939 en 13/946 in het geding tussen:

Connexxion

en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam.

Procesverloop

Op 19 juni 2012 heeft het college besloten om een geïntegreerd contract voor het veervervoer over het Noordzeekanaal en het IJ met ingang van 1 juli 2013 voor de duur van vier jaar met GVB Veren B.V (hierna: GVB) te sluiten.

Bij besluit van 15 januari 2013 heeft het college het door Connexxion daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 4 april 2013 heeft de voorzieningenrechter het door Connexxion daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft Connexxion hoger beroep ingesteld. Voorts heeft zij de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 6 juni 2013, waar Connexxion, vertegenwoordigd door mr. M.C. de Smidt, advocaat te Rotterdam, en mr. L. van Dijk, H.P.J. Maas en M. Meche, allen werkzaam in haar dienst, en het college, vertegenwoordigd door mrs. P. Oosterlaken en A. Ocko en drs. K. Amain, allen werkzaam in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het verzoek strekt er toe om bij wijze van voorlopige voorziening de overdracht van de exploitatie van de veerverbindingen van Connexxion naar GVB uit te doen stellen.

2. Niet in geschil is dat de bij het besluit van 19 juni 2012 voorziene inbesteding niet plaatsvindt ter uitvoering van enig publiekrechtelijk wettelijk voorschrift. Naar voorlopig oordeel deelt het besluit daartoe voorts, anders dan de maatregelen, waarover in de uitspraak van 3 maart 2004 in zaak nr. 200301605/1 is geoordeeld, niet in het publiekrechtelijke karakter van de concessie, krachtens dewelke het Noordzeekanaal in de negentiende eeuw is aangelegd. Door de inbesteding wordt weliswaar van exploitant van de veerverbindingen over het Noordzeekanaal gewisseld, doch dit raakt niet aan de instandhouding van die verbindingen. Naar voorlopig oordeel heeft de voorzieningenrechter met juistheid geoordeeld dat het college het tegen het besluit van 19 juni 2012 gemaakte bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat het louter ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling, als bedoeld in artikel 8:3 van de Algemene wet bestuursrecht, is genomen. Aan te nemen valt dan ook dat de aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

3. Gelet hierop, bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. H. Herweijer, ambtenaar van staat.

w.g. Loeb w.g. Herweijer

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 12 juni 2013

640.