Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:CA2864

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
12-06-2013
Datum publicatie
12-06-2013
Zaaknummer
201209436/1/T1/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Tussenuitspraak bestuurlijke lus
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 6 juni 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Historische kern Delfgauw" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201209436/1/T1/R4.

Datum uitspraak: 12 juni 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Tussenuitspraak met toepassing van artikel 46, zesde lid, van de Wet op de Raad van State in het geding tussen:

1. [appellant sub 1], gevestigd te Delfgauw, gemeente Pijnacker-Nootdorp,

2. [appellant sub 2], wonend te Delfgauw, gemeente Pijnacker-Nootdorp,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 6 juni 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Historische kern Delfgauw" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1] en [appellant sub 2] beroep ingesteld.

De raad heeft geen verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 april 2013, waar [appellant sub 1], bijgestaan door mr. S. Pronk, advocaat te Delft, [appellant sub 2], bijgestaan door mr. S. van der Eijk, advocaat te Wateringen en de raad, vertegenwoordigd door R. van den Bosch en M.E. van Soldt, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting Grillroom Müko, vertegenwoordigd door [gemachtigde], gehoord.

Naar aanleiding van het verhandelde ter zitting heeft de raad, buiten bezwaren van partijen, nog stukken nagezonden.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 46, zesde lid, van de Wet op de Raad van State, zoals dit luidde ten tijde van belang, kan de Afdeling het bestuursorgaan opdragen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen.

[appellant sub 1]

2. [appellant sub 1] kan zich niet verenigen met de bestemming "Bedrijf" zonder nadere aanduiding die is toegekend aan het perceel Delftsestraatweg 131, waar haar bedrijf is gevestigd. Ingevolge artikel 3, lid 3.1.1, onder a, van de planregels zijn in deze bestemming bedrijven in de categorieën 1 en 2 van de bij het plan behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten toegelaten.

[appellant sub 1] betoogt dat de raad bij het bepalen van de bestemming van onjuiste feitelijke uitgangspunten is uitgegaan. Haar bedrijf omvat naast een doe-het-zelf winkel annex bouwmarkt tevens een houtzagerij annex timmerwerkplaats met houtopslag. Voor deze activiteiten, die volgens [appellant sub 1] al 139 jaar daar worden uitgeoefend, is een bedrijfsbestemming voor bedrijven in de milieucategorie 3.2 vereist, aldus [appellant sub 1].

2.1. De raad heeft ter zitting erkend dat de houtbewerkingsactiviteiten van [appellant sub 1] méér omvatten dan alleen een ondergeschikte houtzagerij ten behoeve van een bouwmarkt. De raad heeft tevens gesteld dat hij de bestaande activiteiten van [appellant sub 1] als zodanig heeft willen bestemmen, en dat een bestemming voor bedrijven in milieucategorie 3.1 geëigend zou zijn. Nu de raad zich in zoverre ter zitting op een ander standpunt heeft gesteld dan in het bestreden besluit, zonder dat gewijzigde feiten of omstandigheden daar aanleiding toe geven, is het besluit in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid, hetgeen in strijd is met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht.

3. [appellant sub 1] betoogt dat de in het plan opgenomen wijzigingsbevoegdheden ter plaatse van de gronden met de gebiedsaanduidingen "wro-zone - wijzigingsgebied 3" en "wro-zone - wijzigingsgebied 4" in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening. Ten onrechte heeft de raad geen onderzoek gedaan naar de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de woningbouw, die met toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in deze gebieden kan worden mogelijk gemaakt, aldus [appellant sub 1]. [appellant sub 1] betoogt dat de raad bij de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid ten onrechte is uitgegaan van een hindercontour van slechts 30 meter, behorend bij een bedrijf van milieucategorie 1 of 2, terwijl voor de houtzagerij, behorend tot milieucategorie 3.2, voor geluid een contour van minimaal 100 meter had moeten worden aangehouden.

[appellant sub 1] betoogt in dit verband dat de raad bij de beoordeling van de hindercontour van haar bedrijf ten onrechte ervan is uitgegaan dat de wijzigingsgebieden moeten worden aangemerkt als "gemengd gebied". Volgens haar wordt bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid een rustige woonwijk mogelijk gemaakt.

3.1. De raad betoogt dat in de planregels is vastgelegd dat de wijzigingsbevoegdheid alleen mag worden uitgeoefend indien daardoor geen belemmeringen ontstaan voor het bedrijf van [appellant sub 1]. De raad betoogt voorts dat hij terecht is uitgegaan van gemengd gebied, nu onder meer een kinderdagverblijf, een kerkgebouw en een doorgaande weg aanwezig zijn. Ter zitting heeft de raad gesteld dat niet alleen naar het wijzigingsgebied, maar naar de bredere omgeving is gekeken.

3.2. In artikel 20, lid 20.3, van de planregels is ten aanzien van "wro-zone - wijzigingsgebied 3" bepaald dat het college van burgemeester en wethouders bevoegd is, voor zover de gronden zijn gelegen binnen het op de verbeelding aangewezen 'wijzigingsgebied 3', de bestemming(en) te wijzigen naar de bestemmingen Wonen, Tuin, Verkeer - Verblijfsgebied Water en Groen. Hierbij geldt onder meer de randvoorwaarde dat:

"3. uit oogpunt van milieuzonering de bedrijfsactiviteiten op het perceel Delftsestraatweg 131 geen belemmeringen veroorzaakt: in geval van (gedeeltelijke) projectie van woningen of andere milieugevoelige bestemmingen binnen de milieucontour van 30 meter van het bouwbedrijf is akoestisch onderzoek noodzakelijk om vast te stellen of overlastbeperkende maatregelen getroffen moeten worden".

Ten aanzien van wijzigingsgebied 4 is bepaald dat het college van burgemeester en wethouders bevoegd is, voor zover de gronden zijn gelegen binnen het op de verbeelding aangewezen 'wijzigingsgebied 4', de bestemming(en) te wijzigen naar de bestemmingen Maatschappelijk, Groen, Verkeer - Verblijfsgebied, Wonen en Tuin. Hierbij geldt onder meer de randvoorwaarde dat:

"4. uit oogpunt van milieuzonering het bedrijf aan de Delftsestraatweg 131 geen belemmeringen veroorzaakt: onderzoek naar geluid, geur, stof en gevaar in verband met dit bedrijf is noodzakelijk;

5. bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid dienen milieugevoelige functies zodanig gesitueerd te worden dat deze niet [leiden] tot directe beperkingen in de bedrijfsvoering op het direct aansluitende bedrijfsperceel met de bestemming "Bedrijf" (cat. 1 en 2) waarbinnen houtbewerking-, en timmerwerkzaamheden een onderdeel vormen".

3.3. Gelet op de hiervoor weergegeven bepalingen is de raad uitgegaan van de aanwezigheid van een bedrijf in de milieucategorieën 1 en 2, overeenkomstig de aan het perceel van [appellant sub 1] toegekende bestemming. Nu dit uitgangspunt, gelet op hetgeen is overwogen onder 3, niet meer overeenkomt met het thans door de raad ingenomen standpunt, is het bestreden besluit ook in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid. Dit betoog slaagt.

3.4. Ten behoeve van verdere besluitvorming overweegt de Afdeling ten aanzien van de stelling van de raad dat de wijzigingsgebieden gemengd gebied zijn, waarvoor de aan te houden afstanden tussen bedrijfs- en woonbestemmingen in navolging van de brochure "Bedrijven en Milieuzonering", editie 2009, van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, met één stap mogen worden verkleind, als volgt. De raad kon wijzigingsgebied 4, gelet op de beoogde bestemming van zowel wonen als maatschappelijke voorzieningen en de direct aangrenzende gronden met de bestemming "Bedrijf" en "Maatschappelijk" in redelijkheid aanmerken als gemengd gebied.

In wijzigingsgebied 3 zijn alleen woonbestemmingen voorzien en aangrenzend aan het gebied liggen eveneens alleen gronden met de bestemming "Wonen". Gelet daarop kon de raad in redelijkheid wijzigingsgebied 3 niet aanmerken als een gemengd gebied.

[appellant sub 2]

4. Het beroep van [appellant sub 2] is gericht tegen de bestemming "Gemengd" met de aanduiding "horeca" die is toegekend aan het perceel Delftsestraatweg 152 te Delfgauw. Door de grillroom, die in strijd met de voorheen geldende bestemming reeds aanwezig is, aldus achteraf te legaliseren is [appellant sub 2] volgens hem voor een voldongen feit geplaatst.

Hij betoogt dat zijn woon- en leefklimaat wordt aangetast. Hij wijst er in dit verband op dat hij geurhinder ondervindt als gevolg van de geuren uit het restaurant. Ook ondervindt hij geluidoverlast, welke ingevolge de openingsuren van het restaurant tot in de late uren voortduurt. Voorts wordt volgens [appellant sub 2] geregeld afval achtergelaten nabij zijn woning. [appellant sub 2] betoogt voorts dat het restaurant zal leiden tot een aanzienlijke toename van verkeersbewegingen, alsmede tot een toename van de parkeerdruk, temeer daar door de exploitant geen parkeerplaatsen zijn gerealiseerd. [appellant sub 2] stelt in dit verband dat ook de doelstelling van het bestemmingsplan om leefbaarheid en woonkwaliteit voorop te stellen door de verkeerstoename in het gedrang komt.

De raad heeft volgens hem naar deze aspecten geen onderzoek verricht en is ook niet ingegaan op hetgeen hij in zijn zienswijzen naar voren heeft gebracht, zodat het besluit in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid.

4.1. De raad betoogt dat het pand ook voorheen in gebruik was als horecagelegenheid, namelijk een chinees restaurant. Gelet daarop dient een bestemming overeenkomstig het gebruik te worden gegeven.

4.2. Vast staat dat het, inmiddels door brand verwoeste, chinese restaurant in strijd met het voorgaande bestemmingsplan in gebruik was, en dat de vestiging van de thans aanwezige grillroom eveneens daarmee in strijd was. De Afdeling wijst in dit verband op de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 10 november 2010, reg. nr. AWB 10/2070 WW44 en de uitspraak in hoger beroep van de Afdeling van 10 augustus 2011, met nr. 201012296/1/H1 inzake het beroep van [appellant sub 2] tegen de aan de exploitant van de grillroom verleende bouwvergunning. Gelet daarop maakt de aanduiding "horeca" planologisch gezien een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk. De enkele omstandigheid dat het gebruik al gedurende langere tijd gaande is, rechtvaardigt een bestemming overeenkomstig dit gebruik niet. Aan het mogelijk maken van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling dient dan ook een afweging inzake de ruimtelijke aanvaardbaarheid ten grondslag te liggen, waarin niet alleen het bestaande feitelijk gebruik en de belangen van de gebruiker van het perceel worden betrokken, maar ook de overige belangen die met de bestemmingswijziging zijn gemoeid, waaronder de belangen die zijn gemoeid met de effecten op de leefomgeving van, onder meer, [appellant sub 2].

Nu de raad ten aanzien van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van deze nieuwe bestemming slechts heeft gesteld dat bestaand gebruik is gerespecteerd berust het plan voor zover het betreft de aanduiding "horeca" op het perceel Delftsestraatweg 152 te Delfgauw niet op een deugdelijke motivering.

5. De Afdeling ziet in het belang van een spoedige beëindiging van het geschil aanleiding de raad op te dragen om binnen 13 weken na verzending van deze uitspraak de onder 2.1, 3.3 en 4.2 genoemde gebreken in het bestreden besluit te herstellen. Daartoe zal de Afdeling een termijn stellen. De raad dient:

- met inachtneming van hetgeen onder 2.1 is overwogen een nieuwe planregeling vast te stellen voor het plandeel ter plaatse van het perceel Delftsestraatweg 131, waarin aan het bedrijf van [appellant sub 1] een passende bestemming wordt toegekend;

- met inachtneming van hetgeen is overwogen onder 3.3 en 3.4 te onderzoeken of en onder welke voorwaarden, gelet op de vast te stellen nieuwe planregeling voor het perceel Delftsestraatweg 131, de plandelen "wro-wijzigingsgebied 3" en "wro-wijzigingsgebied 4" deel kunnen blijven uitmaken van het plan, en indien dat nodig wordt geoordeeld in zoverre het besluit te wijzigen door het vaststellen van een nieuwe planregeling voor die plandelen;

- met inachtneming van hetgeen is overwogen onder 4.2, zo nodig na het verrichten van onderzoek, op toereikende wijze te motiveren dat de bestemming "Gemengd" met de aanduiding "horeca" ter plaatse van het perceel Delftsestraatweg 152 ruimtelijk aanvaardbaar is, dan wel het besluit in zoverre te wijzigen door het vaststellen van een nieuwe planregeling voor dit plandeel.

Voor het vaststellen van een nieuwe planregeling behoeft geen toepassing te worden gegeven aan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Het nieuwe besluit dient op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te worden gemaakt.

6. De Afdeling ziet aanleiding om de hierna vermelde voorlopige voorziening te treffen teneinde onomkeerbare gevolgen te voorkomen.

7. In de einduitspraak zal worden beslist over de proceskosten en vergoeding van het betaalde griffierecht.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. draagt de raad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp op om binnen 13 weken na de verzending van deze tussenuitspraak:

- met inachtneming van hetgeen onder 2.1 is overwogen een nieuwe planregeling vast te stellen voor het plandeel ter plaatse van het perceel Delftsestraatweg 131, waarin aan het bedrijf van [appellant sub 1] een passende bestemming wordt toegekend;

- met inachtneming van hetgeen is overwogen onder 3.3 en 3.4 te onderzoeken of en onder welke voorwaarden, gelet op de vast te stellen nieuwe planregeling voor het perceel Delftsestraatweg 131, de plandelen "wro-wijzigingsgebied 3" en "wro-wijzigingsgebied 4" deel kunnen blijven uitmaken van het plan, en indien dat nodig wordt geoordeeld in zoverre het besluit te wijzigen door het vaststellen van een nieuwe planregeling voor die plandelen;

- met inachtneming van hetgeen is overwogen onder 4.2, zo nodig na het verrichten van onderzoek, op toereikende wijze te motiveren dat de bestemming "Gemengd" met de aanduiding "horeca" ter plaatse van het perceel Delftsestraatweg 152 ruimtelijk aanvaardbaar is, dan wel het besluit in zoverre te wijzigen door het vaststellen van een nieuwe planregeling voor dit plandeel.

- het gewijzigde besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en de Afdeling de uitkomst mede te delen.

II. treft de voorlopige voorziening dat het besluit van de raad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp van 6 juni 2012, voor zover dit ziet op de bestemming "Gemengd" met de aanduiding "horeca" op het perceel Delftsestraatweg 152 te Delfgauw, wordt geschorst totdat de Afdeling einduitspraak heeft gedaan.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, voorzitter, en mr. M.A.A. Mondt-Schouten en mr. J. Hoekstra, leden, in tegenwoordigheid van mr. H.E. Postma, ambtenaar van staat.

w.g. Diepenbeek w.g. Postma

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 12 juni 2013

539.