Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:CA2846

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
05-06-2013
Datum publicatie
12-06-2013
Zaaknummer
201302958/1/V3
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 6 januari 2013 heeft de staatssecretaris de vreemdeling opgedragen om de Europese Unie onmiddellijk te verlaten. Dit besluit is aangehecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201302958/1/V3.

Datum uitspraak: 5 juni 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[vreemdeling],

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 28 januari 2013 in zaak nr. 13/763 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.

Procesverloop

Bij besluit van 6 januari 2013 heeft de staatssecretaris de vreemdeling opgedragen om de Europese Unie onmiddellijk te verlaten. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 28 januari 2013 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht.

De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van 25 februari 2013 in zaak nr. 201301205/1/V3 is uitspraak gedaan op het door de vreemdeling ingestelde hoger beroep. Daarin is overwogen dat hetgeen in het hogerberoepschrift is aangevoerd en aan artikel 85, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 voldoet, niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak kan leiden. Omdat het aldus aangevoerde geen vragen opwerpt die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoording behoeven, is, gelet op artikel 91, tweede lid, van deze wet, met dat oordeel volstaan.

2. Het door de vreemdeling thans ingediende hogerberoepschrift is identiek aan het voor de uitspraak van 25 februari 2013 ingediende hogerberoepschrift en geeft reeds daarom geen aanleiding tot een ander dan het in die uitspraak neergelegde oordeel.

3. Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, ambtenaar van staat.

w.g. Lubberdink w.g. Van de Kolk

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 5 juni 2013

347-765.