Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:CA2842

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
06-06-2013
Datum publicatie
12-06-2013
Zaaknummer
201301984/2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 20 december 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Sint-Oedenrode Oost" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201301984/2/R3.

Datum uitspraak: 6 juni 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker], wonend te Sint-Oedenrode,

en

de raad van de gemeente Sint-Oedenrode,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 20 december 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Sint-Oedenrode Oost" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] beroep ingesteld.

[verzoeker] heeft de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 20 juni 2013, waar [verzoeker], vertegenwoordigd door mr. J.A.J.M. van Houtum, en de raad, vertegenwoordigd door J.C.A.M. den Otter, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. [verzoeker], die op de hoek van de Merodestraat en de Van Duppenstraat te Sint-Oedenrode woont, kan zich niet verenigen met het plan voor zover dat vier woningen mogelijk maakt op de gronden achter zijn huis. Hij voert aan dat de afstand van de woningen, die al enige tijd geleden zijn gebouwd, tot zijn woning zodanig klein is dat zijn vrije uitzicht en privacy onaanvaardbaar worden aangetast. De raad had volgens hem niet uit kunnen gaan van de ruimtelijke onderbouwing die ten grondslag is gelegd aan dit plandeel, nu deze onderbouwing uitgaat van de woningen zoals die reeds zijn gebouwd en niet van de maximale mogelijkheden die het plandeel biedt. In dat kader voert hij nog aan dat het plandeel het mogelijk maakt dat bijgebouwen tot op de perceelsgrens worden gebouwd en dat het plandeel meer bebouwing toestaat dan thans feitelijk inmiddels aanwezig is. Tot slot betoogt hij dat met de vier woningen een onaanvaardbaar dichte bebouwingsconcentratie is ontstaan aan dit deel van de Van Duppenstraat. Volgens hem bood het perceel achter zijn huis slechts ruimte voor maximaal drie woningen.

3. De raad stelt over de inpassing in de omgeving dat met de vier woningen aan de Van Duppenstraat de ruimte tussen de wijk Eerschot en de Eerschotsestraat en het onbebouwde perceel aan de Van Duppenstraat kunnen worden opgevuld. Verder wordt het gebied Eerschotsestraat-Heistraat-Merodestraat-Van Duppenstraat met het plandeel stedenbouwkundig voltooid. De schaal en massa van de woningen detoneren niet met de omgeving en zijn passend op deze plek, aldus de raad, omdat aansluiting is gezocht bij de bouwhoogtes en zijdelingse afstanden tot de perceelsgrenzen van woningen in de omgeving. Verder betoogt de raad dat aan het belang van de realisatie van het plandeel een groter gewicht toekomt dan aan het belang van [verzoeker]. De raad wijst er in dit verband op dat volgens het gemeentelijk beleid inbreiding binnen stedelijk gebied de voorkeur geniet boven uitbreiding buiten het stedelijk gebied. Over het verlies van uitzicht stelt de raad dat weliswaar de gronden waarop thans de woningen staan voorheen onbebouwd waren, maar dat het vorige plan bedrijfsgebouwen toestond met een goothoogte tot 6 meter. Verder wijst hij er op dat in woningen op straathoeken per definitie de aantasting van privacy groter is dan bij woningen verder daarvandaan en dat [verzoeker] geen eeuwigdurend recht op een vrij uitzicht heeft. Tot slot wijst hij er op dat de dichtstbijgelegen woning, op het perceel Van Duppenstraat 7, op 22 meter afstand tot de woning van [verzoeker] ligt. Vanuit die woning is enkel zicht op de woning van [verzoeker] vanuit een raam in het trappenhuis, zodat niet voor een onaanvaardbare aantasting van de privacy behoeft te worden gevreesd.

4. Aan de percelen Van Duppenstraat 1, 3, 5 en 7 is de bestemming "Wonen" toegekend.

Ingevolge artikel 19, lid 19.1, van de planregels zijn de voor "Wonen" aangewezen gronden bestemd voor:

a. wonen (...).

Ingevolge lid 19.2.2, onder 'Hoofdgebouw of uitbreiding van hoofdgebouw' onder c, in samenhang met de verbeelding geldt voor gebouwen binnen het bouwvlak een maximale goothoogte van 7 meter.

Ingevolge het bepaalde onder e, dient de dakconstructie van een hoofdgebouw te bestaan uit een kap, met een minimale dakhelling van 15o en een maximale dakhelling van 65o.

Ingevolge het bepaalde onder g, bedraagt de minimale afstand tot de zijdelingse perceelsgrens 3 meter.

Ingevolge lid 19.2.2, onder "Bijbehorende bouwwerken, onder b, c en d, mogen de maximale goothoogte en de maximale bouwhoogte bij volledig platte afdekking niet meer dan 3,30 meter bedragen en is de dakhelling (bij kapconstructie) vrij.

5. Voor de vier woningen woningen is bij besluit van 1 mei 2013 een vergunning verleend. Hiertegen heeft [verzoeker] bij brief van 28 mei 2013 bezwaar gemaakt. Een beslissing op dit bezwaar is nog niet genomen.

6. Vast staat dat in de ruimtelijke onderbouwing die voor de vier woningen aan de Van Duppenstraat is opgesteld, is uitgegaan van de woningen zoals die inmiddels zijn gerealiseerd. Verder staat vast dat het plan nog mogelijkheden biedt om meer bebouwing te realiseren dan thans het geval is. Zo kunnen bijvoorbeeld de bijgebouwen worden verhoogd tot zes meter. Verder is het bebouwingspercentage van 50%, zoals bedoeld in artikel 2, lid 3 onder e, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht op het achtererf nog niet bereikt. De raad heeft niet inzichtelijk wat de ruimtelijke gevolgen zijn voor de privacy en het uitzicht van [verzoeker] bij de maximale invulling van het plandeel en de overige bouwmogelijkheden uit het Besluit omgevingsrecht en in hoeverre hij die gevolgen aanvaardbaar acht. Onder deze omstandigheden acht de voorzitter het niet uitgesloten dat in de bodemprocedure zal worden geoordeeld dat het bestreden besluit is genomen in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid en dat het bestreden besluit in zoverre niet in stand zal blijven in die procedure. Gelet hierop bestaat aanleiding om het besluit waarbij het bestemmingsplan "Sint-Oedenrode" is vastgesteld bij wijze van voorlopige voorziening te schorsen voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Wonen" voor de percelen Van Duppenstraat 1, 3, 5 en 7.

7. De raad dient op hierna te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Sint-Oedenrode van 20 december 2012, kenmerk 69/2012, tot vaststelling van het bestemmingsplan "Sint-Oedenrode Oost", voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Wonen" ter plaatse van de percelen Van Duppenstraat 1, 3, 5 en 7;

II. veroordeelt de raad van de gemeente Sint-Oedenrode tot vergoeding van bij [verzoeker] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 944,00 (zegge: negenhonderdvierenveertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

III. gelast dat de raad van de gemeente Sint-Oedenrode aan [verzoeker] het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 156,00 (zegge: honderdzesenvijftig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. W.S. van Helvoort, ambtenaar van staat.

w.g. Van Diepenbeek w.g. Van Helvoort

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 6 juni 2013

361.