Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:CA2841

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
06-06-2013
Datum publicatie
12-06-2013
Zaaknummer
201304008/2/A1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 18 juni 2012 heeft het college H.P.M. Onroerend Goed gelast het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van het perceel Luchthavenweg 47/49 te Eindhoven ten behoeve van een autoparkeerbedrijf te beëindigen en beëindigd te houden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201304008/2/A1.

Datum uitspraak: 6 juni 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), hangende het hoger beroep van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid H.P.M. Onroerend Goed B.V., gevestigd te Eindhoven,

verzoekster,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant van 18 april 2013 in de zaken nrs. 13/791 en 13/792 in het geding tussen:

H.P.M. Onroerend Goed

en

het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven.

Procesverloop

Bij besluit van 18 juni 2012 heeft het college H.P.M. Onroerend Goed gelast het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van het perceel Luchthavenweg 47/49 te Eindhoven ten behoeve van een autoparkeerbedrijf te beëindigen en beëindigd te houden.

Bij besluit van 16 januari 2013 heeft het het door H.P.M. Onroerend Goed daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, voor zover het betrekking heeft op de omvang van de last, voor het overige ongegrond en het besluit onder aanvulling van de motivering ervan in stand gelaten.

Bij uitspraak van 18 april 2013 heeft de voorzieningenrechter het door H.P.M. Onroerend Goed daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft H.P.M. Onroerend Goed hoger beroep ingesteld. Zij heeft voorts de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 30 mei 2013, waar H.P.M. Onroerend Goed, vertegenwoordigd R.P.L. Hertroijs, bijgestaan door mr. M.J.G. Pennings, advocaat te Eindhoven, en het college, vertegenwoordigd door B. Timmersmans, werkzaam in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het verzoek strekt er toe de besluiten van 18 juni 2012 en 16 januari 2013 te schorsen. H.P.M. Onroerend Goed heeft daaraan ten grondslag gelegd dat zij, door uitvoering te moeten geven aan de last, voordat in de bodemprocedure over de rechtmatigheid ervan is beslist, onevenredig en onherstelbaar nadeel zal lijden.

1.1. H.P.M. Onroerend Goed heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij onevenredige en onherstelbare nadeel zal leiden, zodat geen aanleiding bestaat om het voor het kunnen treffen van een voorlopige voorziening vereiste spoedeisend belang aan te nemen. Hiertoe wordt in aanmerking genomen dat H.P.M. Onroerend Goed ter zitting niet heeft betwist dat zij, indien zij schade lijdt door gevolg te geven aan de last, terwijl die haar ten onrechte is opgelegd, de gemeente tot vergoeding van die schade kan aanspreken. Voorts wordt in aanmerking genomen dat, voor zover H.P.M. Onroerend Goed stelt dat zij de inkomsten uit het gebruik van het perceel niet kan missen, zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij door het uitvoering geven aan de last in een financiële noodsituatie komt te verkeren.

De conclusie is dat het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden afgewezen.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. N.D.T. Pieters, ambtenaar van staat.

w.g. Loeb w.g. Pieters

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 6 juni 2013

473.