Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:CA2835

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
03-06-2013
Datum publicatie
12-06-2013
Zaaknummer
201304697/2/V4
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 17 februari 2012 heeft de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201304697/2/V4.

Datum uitspraak: 3 juni 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[vreemdeling],

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 25 april 2013 in zaak nr. 12/8943 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.

Procesverloop

Bij besluit van 17 februari 2012 heeft de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen.

Bij uitspraak van 25 april 2013 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan geheel in stand blijven.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld.

Voorts heeft de vreemdeling de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. De vreemdeling heeft de voorzitter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat zij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat haar gedurende die periode opvang en verstrekkingen worden geboden.

2. Dat het besluit van 17 februari 2012 voor uitvoering vatbaar is en aan de vreemdeling een maatregel van bewaring is opgelegd, levert echter geen spoedeisend belang als bedoeld in artikel 8:81 van de Awb op. Bij dit oordeel is betrokken dat op dit moment niet duidelijk is dat en zo ja, op welke termijn uitzetting zal plaatsvinden. Indien de uitzetting van de vreemdeling daadwerkelijk wordt geĆ«ffectueerd, gaat de voorzitter er van uit dat - de gemachtigde van - de vreemdeling hierover tijdig zal worden geĆÆnformeerd. Voor zover het verzoek voorts strekt tot het verkrijgen van opvang en verstrekkingen, bestaat evenmin spoedeisend belang, omdat dit er niet toe kan leiden dat hem opvang en verstrekkingen worden geboden, nu aan de vreemdeling een maatregel van bewaring is opgelegd.

3. Het verzoek dient als kennelijk ongegrond te worden afgewezen.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.L.M. van Loo, ambtenaar van staat.

w.g. Borman w.g. Van Loo

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 3 juni 2013

418-775.