Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:CA2833

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
03-06-2013
Datum publicatie
12-06-2013
Zaaknummer
201203463/1/V4
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBSGR:2012:BW4024, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 10 maart 2012 heeft de minister een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen, bepaald dat de vreemdeling Nederland onmiddellijk dient te verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd. Dit besluit is aangehecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201203463/1/V4.

Datum uitspraak: 3 juni 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[vreemdeling],

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Haarlem, van 27 maart 2012 in zaak nrs. 12/8299 en 12/8297 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel.

Procesverloop

Bij besluit van 10 maart 2012 heeft de minister een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen, bepaald dat de vreemdeling Nederland onmiddellijk dient te verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 27 maart 2012 heeft de voorzieningenrechter, voor zover thans van belang, het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, voor zover in het kader van de terugkeerverplichting is bepaald dat de vreemdeling Nederland onmiddellijk dient te verlaten en voor zover het het uitgevaardigde inreisverbod betreft. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht.

De minister (thans: de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie) heeft een verweerschrift ingediend.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Onder de staatssecretaris wordt tevens verstaan: diens rechtsvoorganger.

2. De vreemdeling klaagt in zijn enige grief dat de voorzieningenrechter ten onrechte niet is ingegaan op de beroepsgrond over strafbaarstelling van overtreding van het inreisverbod.

De voorzieningenrechter heeft echter het door de staatssecretaris bij besluit van 10 maart 2012 tegen de vreemdeling uitgevaardigde inreisverbod vernietigd. De vreemdeling heeft derhalve geen rechtens te beschermen belang bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep.

3. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Engelhart, ambtenaar van staat.

w.g. Lubberdink w.g. Engelhart

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 3 juni 2013

307-643.