Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:CA2831

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
05-06-2013
Datum publicatie
12-06-2013
Zaaknummer
201303088/3/R4 en 201303088/2/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 22 januari 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "De Contreie, herziening I (2012)" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201303088/3/R4 en 201303088/2/R4.

Datum uitspraak: 5 juni 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) en, met toepassing van artikel 8:86 van die wet, op het beroep, in het geding tussen onder meer:

[appellant], wonend te Oosterhout,

appellant,

en

de raad van de gemeente Oosterhout,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 22 januari 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "De Contreie, herziening I (2012)" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer [appellant] beroep ingesteld.

[appellant] heeft de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 27 mei 2013, waar [appellant] en de raad, vertegenwoordigd door P.C.H. van der Made, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Partijen hebben ter zitting toestemming gegeven onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

Overwegingen

1. In dit geval kan nader onderzoek redelijkerwijs niet bijdragen aan de beoordeling van de zaak en bestaat ook overigens geen beletsel om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

2. Ingevolge de artikelen 3:11, 3:15 en 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt het ontwerpplan ter inzage gelegd voor de duur van zes weken en kunnen gedurende deze termijn zienswijzen naar voren worden gebracht bij de raad. Ingevolge artikel 3.12 in samenhang met artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) geeft de raad voorafgaand aan de terinzagelegging in een of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen en de terinzagelegging tevens in de Staatscourant wordt geplaatst en voorts langs elektronische weg geschiedt, en het ontwerp-besluit met de hierbij behorende stukken tevens langs elektronische weg beschikbaar wordt gesteld.

[appellant], heeft geen zienswijze tegen het ontwerpplan naar voren gebracht bij de raad. Ingevolge artikel 8.2, eerste lid, van de Wro en artikel 6:13 van de Awb, kan beroep slechts worden ingesteld tegen het besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan door de belanghebbende die tegen het ontwerpplan tijdig een zienswijze naar voren heeft gebracht. Dit is slechts anders indien een belanghebbende redelijkerwijs niet kan worden verweten dat hij niet tijdig een zienswijze naar voren heeft gebracht. Deze omstandigheid doet zich niet voor. Geen rechtvaardiging is gelegen in de door [appellant] gestelde omstandigheid dat hij niet in staat was zienswijzen in te dienen door de ziekte van zijn zoon van 1,5 jaar, omdat deze vanaf 22 januari 2013 gedurende vier weken is opgenomen in een kliniek, reeds omdat de termijn voor het indienen van zienswijzen daaraan voorafgaand van 25 oktober 2012 tot en met 5 december 2012 liep. Ook is geen rechtvaardiging gelegen in de omstandigheid dat zijn zoon de drie maanden voorafgaand aan de opname meerdere aanvallen per week heeft gehad. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van verzoeker, indien hij zelf niet in staat is zijn belangen te behartigen, om zorg te dragen voor de behartiging van zijn belangen door anderen.

In het betoog van [appellant] dat hij geen zienswijze heeft ingediend omdat hij het ontwerpplan niet kon vinden op de website van de gemeente nadat hij in het huis-aan-huisblad kennis had genomen van de terinzagelegging van het besluit is evenmin een rechtvaardiging gelegen voor het niet indienen van een zienswijze. [appellant] had, nu hij wel op de hoogte was van de terinzagelegging, bij de raad kunnen informeren naar de vindplaats van het ontwerpplan op de website.

3. Gelet op het voorgaande is het beroep is niet-ontvankelijk.

4. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

II. wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. T.L.J. Drouen, ambtenaar van staat.

w.g. Van Buuren w.g. Drouen

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 5 juni 2013

271-725.