Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:CA2079

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
05-06-2013
Datum publicatie
05-06-2013
Zaaknummer
201300224/1/R6
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 29 november 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Valkenburg Dorp" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201300224/1/R6.

Datum uitspraak: 5 juni 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B], handelend onder de naam "'t Joght V.O.F.", (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 1]), wonend te Rijnsburg, gemeente Katwijk,

2. [appellant sub 2], wonend te Valkenburg, gemeente Katwijk,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Katwijk,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 29 november 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Valkenburg Dorp" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1] en [appellant sub 2] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 16 mei 2013, waar [appellant sub 1B], bijgestaan door mr. H. van Wieringen, en de raad, vertegenwoordigd door ir. J.C. van der Laken, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het plan voorziet in een actuele bestemmingsregeling voor Valkenburg.

2. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

Het beroep van [appellant sub 1]

3. [appellant sub 1] kan zich niet verenigen met de bestemming "Gemengd-1" die aan het perceel [locatie sub 1] te Valkenburg is toegekend, voor zover geen detailhandel voor een kadowinkel en een vuurwerkwinkel is toegestaan.

4. De raad heeft ter zitting te kennen gegeven dat ten tijde van het vaststellen van het plan niet is onderkend dat in het pand in overeenstemming met het voorheen geldende plan "Dorp 1999" een kadowinkel was gevestigd. De raad stelt zich op het standpunt dat hij het gebruik van het perceel voor detailhandel als zodanig had moeten bestemmen.

Nu de raad zich wat betreft het plandeel [locatie sub 1] op een ander standpunt stelt dan hij in het bestreden besluit heeft gedaan en niet is gebleken dat gewijzigde omstandigheden hiertoe aanleiding hebben gegeven, moet worden geoordeeld dat het bestreden besluit wat dit onderdeel betreft niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid.

5. Ter zitting heeft de raad bevestigd dat een bestemming waarbij het gebruik voor detailhandel is toegelaten de verkoop van vuurwerk niet uitsluit. Voor de vestiging van een vuurwerkwinkel dient echter ook aan andere daarvoor geldende regels te worden voldaan, die in deze procedure niet aan de orde zijn. Voor zover de beroepsgronden daarop betrekking hebben, komen deze daarom thans niet voor bespreking in aanmerking.

6. In hetgeen [appellant sub 1] heeft aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit, voor zover dat ziet op het plandeel [locatie sub 1], is genomen in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep is gegrond, zodat het bestreden besluit in zoverre dient te worden vernietigd.

Het beroep van [appellant sub 2]

7. De Afdeling begrijpt het betoog van [appellant sub 2] aldus dat het zich richt tegen de in artikel 25, lid 2, van de planregels opgenomen bevoegdheid het plan te wijzigen in de bestemming "Wonen" voor zover het het plandeel aan de Bloemenlaan en Korenbloemlaan ten zuiden van zijn woning aan de [locatie sub 2] betreft. Hij voert aan dat door de bebouwing die mogelijk wordt gemaakt zijn vrije uitzicht op de bestaande bomen verloren gaat. Hij brengt in dit verband naar voren dat hem bij de aankoop van zijn perceel, 20 jaar geleden, is medegedeeld dat zijn uitzicht behouden zou blijven omdat in verband met de vliegroute van en naar het vliegveld Valkenburg geen bebouwing zou kunnen worden opgericht. Verder betoogt hij dat de nieuwe bebouwing het tekort aan parkeerplaatsen zal vergroten. Tenslotte vreest hij voor waardevermindering van zijn woning.

8. Ingevolge artikel 3.6, eerste lid en onder a, van de Wet ruimtelijke ordening kan bij een bestemmingsplan worden bepaald dat met inachtneming van de bij het plan te geven regels het college van burgemeester en wethouders binnen bij het plan te bepalen grenzen het plan kan wijzigen.

9. Aan het betrokken plandeel zijn, voor zover hier van belang, de bestemmingen "Groen", "Bedrijf" en "Verkeer-Verblijfsgebied" evenals de gebiedsaanduiding "Wro-zone-wijzigingsgebied" toegekend.

Ingevolge artikel 25, lid 2, van de planregels zijn burgemeester en wethouders bevoegd ter plaatse van de aanduiding "Wro-zone-wijzigingsgebied" de aldaar voorkomende bestemming(en) geheel of gedeeltelijk te wijzigen in de bestemmingen "Wonen", "Groen", "Verkeer" en "Water", mits wordt voldaan aan de in de onderdelen a tot en met h opgenomen regels.

Ingevolge onderdeel a mag het aantal woningen niet meer bedragen dan 19.

Ingevolge onderdeel d dient te worden voorzien in voldoende parkeerplaatsen, waarbij wordt voldaan aan de parkeernormen zoals opgenomen in de bijlage "Parkeernormenbeleid".

10. De strook waarop de door [appellant sub 2] bedoelde bomen zich bevinden en waaraan de bestemming "Groen" en de gebiedsaanduiding "Wro-zone-wijzigingsgebied" is toegekend, bevindt zich op een afstand van ongeveer 16 m van zijn woning. Deze strook is gesitueerd naast een perceel waarop reeds een woonbestemming rust, op een afstand van ongeveer 20 m van de woning van [appellant sub 2], en ten noorden van een perceel waaraan een bedrijfsbestemming, evenals de gebiedsaanduiding "Wro-zone-wijzigingsgebied", is toegekend. De bedrijfs- en woonbestemmingen laten reeds bebouwing toe. Ook in het voorheen geldende plan was de blijvende aanwezigheid van de bomen niet gegarandeerd. Het vliegveld Valkenburg is niet meer in gebruik, zodat zich in zoverre geen belemmeringen meer voordoen om woningen te realiseren. Gelet op het voorgaande heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat zich ten gevolge van het plan geen zodanige aantasting van het woon- en leefklimaat in de vorm van verlies van uitzicht van [appellant sub 2] voordoet, dat de raad daaraan doorslaggevende betekenis had moeten toekennen.

Omdat ingevolge artikel 25, lid 2, aanhef en onderdeel d, van de planregels dient te worden voorzien in voldoende parkeerplaatsen, heeft de raad zich voorts in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het toepassing geven aan de wijzigingsbevoegdheid niet zal leiden tot een onaanvaardbare toename van de parkeerdruk.

Wat de eventueel nadelige invloed van het plan op de waarde van de woning van [appellant sub 2] betreft, bestaat geen grond voor de verwachting dat die waardevermindering zodanig zal zijn dat de raad bij de afweging van de belangen hieraan een groter gewicht had moeten hechten dan aan de belangen die met de realisering van het plan aan de orde zijn.

11. In hetgeen [appellant sub 2] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet in redelijkheid het plan voor zover het de bedoelde wijzigingsbevoegdheid betreft heeft kunnen vaststellen.

12. Het beroep is ongegrond.

Proceskostenveroordeling

13. De raad dient ten aanzien van [appellant sub 1] op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld. Ten aanzien van [appellant sub 2] bestaat voor een proceskostenveroordeling geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep van [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B], handelend onder de naam "'t Joght V.O.F.", gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Katwijk van 29 november 2012, voor zover het het plandeel [locatie sub 1] betreft;

III. verklaart het beroep van [appellant sub 2] ongegrond;

IV. veroordeelt de raad van de gemeente Katwijk tot vergoeding van bij [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B], handelend onder de naam "'t Joght V.O.F.", in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 955,28 (zegge: negenhonderdvijfenvijftig euro en achtentwintig cent), waarvan € 944,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander;

V. gelast dat de raad van de gemeente Katwijk aan [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B], handelend onder de naam "'t Joght V.O.F.", het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 310,00 (zegge: driehonderdtien euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander.

Aldus vastgesteld door mr. J.C. Kranenburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Duursma, ambtenaar van staat.

w.g. Kranenburg w.g. Duursma

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 5 juni 2013

378.