Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:CA2019

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
05-06-2013
Datum publicatie
05-06-2013
Zaaknummer
201204850/1/A2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 14 mei 2010 heeft de Belastingdienst het aan [wederpartij] toegekende voorschot kinderopvangtoeslag voor het jaar 2008 herzien en op nihil vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201204850/1/A2.

Datum uitspraak: 5 juni 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de Belastingdienst/Toeslagen,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 maart 2012 in zaak nr. 11/3584 in het geding tussen:

[wederpartij]

en

de Belastingdienst.

Procesverloop

Bij besluit van 14 mei 2010 heeft de Belastingdienst het aan [wederpartij] toegekende voorschot kinderopvangtoeslag voor het jaar 2008 herzien en op nihil vastgesteld.

Bij besluit van 17 juni 2011 heeft de Belastingdienst het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 29 maart 2012 heeft de rechtbank het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 17 juni 2011 vernietigd en de Belastingdienst opgedragen binnen zes weken na verzending van de uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de Belastingdienst hoger beroep ingesteld.

[wederpartij] heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

Met toestemming van partijen heeft de Afdeling afgezien van behandeling van de zaak ter zitting en het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken.

Ingevolge artikel 6:8, eerste lid, vangt de termijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.

Ingevolge artikel 6:9, eerste lid, is een bezwaarschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen.

Ingevolge het tweede lid is een bezwaarschrift bij verzending per post tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

Ingevolge artikel 6:11 blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

Ingevolge artikel 1a, eerste lid, van de Wet kinderopvang (hierna: de Wko), zoals deze luidde ten tijde van belang, is daarop de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (hierna: de Awir) van toepassing, met uitzondering van artikel 49.

Ingevolge artikel 35 van de Awir vangt de termijn voor het instellen van bezwaar, in afwijking van artikel 6:8 van de Awb, aan op de dag na die van dagtekening van de beschikking, tenzij de dagtekening is gelegen vóór de dag van bekendmaking.

2. De Belastingdienst heeft aan zijn besluit van 17 juni 2011 een niet-verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn ten grondslag gelegd.

3. De Belastingdienst betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij de verzending van het besluit van 14 mei 2010 niet aannemelijk heeft gemaakt. Hij voert hiertoe aan dat hij in zijn brief aan de rechtbank van 21 december 2011 heeft uiteengezet dat hij het besluit geautomatiseerd heeft vastgesteld, uitgeprint en per batch aan TNT Post ter verzending heeft aangeboden. De situatie hier aan de orde is vergelijkbaar met die, vermeld in de uitspraken van de Afdeling van 1 februari 2012 in zaak nr. 201104229/1/A2 en van 21 maart 2012 in zaak nr. 201106974/1/A2. Nu zich in de desbetreffende periode geen problemen bij het verzenden van besluiten hebben voorgedaan, moet het ervoor worden gehouden dat het besluit van 14 mei 2010 op de gestelde datum is verzonden, aldus de Belastingdienst.

3.1. De Belastingdienst heeft in dit geval, anders dan in de aangehaalde zaken, geen printafdrukken overgelegd uit het door hem gehanteerde DACAS-systeem en Digitaal Archief Systeem, waaruit het door hem gestelde met betrekking tot de verzending van het besluit zou kunnen blijken. Evenmin heeft de Belastingdienst in dit geval een uitdraai overgelegd uit het postregistratiesysteem of de verzendadministratie, noch enig ander stuk waarmee hij de - bij brief van 21 december 2011 gestelde - verzending aannemelijk heeft gemaakt. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de enkele stelling dat besluiten van de Belastingdienst geautomatiseerd worden verwerkt en verzonden, onvoldoende is om deze verzending aannemelijk te achten. Het betoog faalt.

4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. De Belastingdienst dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. bevestigt de aangevallen uitspraak;

II. veroordeelt de Belastingdienst/Toeslagen tot vergoeding van bij [wederpartij] in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 437,00 (zegge: vierhonderdzevenendertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

III. bepaalt dat van de Belastingdienst/Toeslagen een griffierecht van € 466,00 (zegge: vierhonderdzesenzestig euro) wordt geheven.

Aldus vastgesteld door mr. F.C.M.A. Michiels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Poot, ambtenaar van staat.

w.g. Michiels w.g. Poot

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 5 juni 2013

362-615.