Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:CA1315

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29-05-2013
Datum publicatie
29-05-2013
Zaaknummer
201209814/1/A1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij afzonderlijke besluiten van 10 maart 2011 heeft het college geweigerd aan Hotel Courage Sionshof ontheffing en bouwvergunning eerste fase te verlenen voor de uitbreiding van hotel Courage op het perceel Nijmeegsebaan 53 te Nijmegen (hierna: het perceel).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201209814/1/A1.

Datum uitspraak: 29 mei 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Hotel Courage Sionshof B.V., gevestigd te Nijmegen, en [appellant],

(hierna: hotel Courage Sionshof)

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 4 september 2012 in

zaak nr. 11/4924 in het geding tussen:

Hotel Courage Sionshof

en

het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen.

Procesverloop

Bij afzonderlijke besluiten van 10 maart 2011 heeft het college geweigerd aan Hotel Courage Sionshof ontheffing en bouwvergunning eerste fase te verlenen voor de uitbreiding van hotel Courage op het perceel Nijmeegsebaan 53 te Nijmegen (hierna: het perceel).

Bij besluit van 10 oktober 2011 heeft het college het door

Hotel Courage Sionshof daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 4 september 2012 heeft de rechtbank het door

Hotel Courage Sionshof daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft Hotel Courage Sionshof hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

Desgevraagd hebben partijen toestemming verleend, als bedoeld in

artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), om in het geding uitspraak te doen zonder zitting. Vervolgens heeft de Afdeling bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Het bouwplan bestaat uit een uitbreiding van het hotel op het perceel. Het bouwplan voorziet in een mansardekap-achtig dak, met verschillende knikken in de dakvlakken. De visueel meest in het oog springende knik in het dak ligt op een hoogte van 11,84 m. De bovenkant van de goot ligt voor een groot gedeelte op een hoogte van 8,88 m. In de achtergevel van het bouwplan zijn twee door deze gootlijn stekende gevelvlakken opgenomen, die doorlopen op de derde en vierde verdieping. Een vergelijkbaar door de gootlijn stekend gevelvlak is in de rechter zijgevel van het bouwplan opgenomen.

2. Ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Sionshof I" heeft het perceel de bestemming "Horecabedrijven".

Ingevolge hoofdstuk II, onder H, aanhef en onder a, van de planvoorschriften zijn de gronden welke op de kaart voor "Horecabedrijven" zijn aangewezen, bestemd voor de bouw van horecabedrijven met daarbij behorende bijgebouwen, bouwwerken en werken, met dien verstande, dat de maximum hoogte van de bebouwing is vastgesteld op het aantal meters als op de kaart is aangegeven.

Ingevolge hoofdstuk I, aanhef en onder C, onder 3, wordt onder de hoogte van een gebouw verstaan: de hoogte van de bovenkant van de goot, het boeiboord of het bouwdeel dat de plaats van de goot of het boeiboord inneemt boven peil; schoorstenen, liftkokers, ketelruimten en antennes vallen hierbuiten.

Ingevolge de plankaart is de maximum bebouwingshoogte op het perceel ter plaatse van het bouwplan 9 m.

3. Hotel Courage Sionshof betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het bouwplan niet in strijd is met de toegestane maximum bebouwingshoogte van 9 m en ten onrechte heeft geoordeeld dat het bouwplan daarom in strijd is met het bestemmingsplan. Zij voert daartoe aan dat het bouwplan nergens een goot, boeiboord of bouwdeel heeft hoger dan 9 m. Ter toelichting stelt zij dat de knik in de kap op 11,84 m niet kan worden aangemerkt als goot, zoals het college bij verlening van bouwvergunningen voor vergelijkbare mansardekappen met een dergelijke knik ook heeft besloten.

3.1. De twee door de gootlijn stekende gevelvlakken in de achtergevel en één dergelijk gevelvlak in de rechter zijgevel van het bouwplan kunnen niet worden aangemerkt als incidentele verhogingen. Deze drie gevelvlakken zijn immers 6,37 m breed tot een hoogte van ongeveer 11,84 m, vanaf welke hoogte zij een puntdak vormen met een hoogte van ongeveer 14,75 m. De hoogte van het bouwplan is derhalve meer dan is toegestaan in de planvoorschriften van het bestemmingsplan, zoals de rechtbank terecht heeft overwogen.

Dat, zoals Hotel Courage Sionshof stelt, het college andere bouwplannen met mansardekap bij vergelijkbare planvoorschriften wel in overeenstemming met het bestemmingsplan heeft geacht en bouwvergunning heeft verleend, kan, wat daar ook van zij, reeds niet slagen, omdat blijkens de overgelegde foto’s deze niet dergelijke door de gootlijn stekende gevelvlakken in de kapconstructie hebben.

Het betoog faalt.

4. Hotel Courage Sionshof betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college haar ten onrechte geen gelegenheid heeft geboden om het bouwplan aan te passen aan het bestemmingsplan.

4.1. Er bestaat geen grond voor het oordeel dat het college, nadat werd geconstateerd dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan, Hotel Courage Sionshof in de gelegenheid had moeten stellen haar bouwplan aan te passen. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 28 maart 2007 in zaak nr. 200604714/1), is het college weliswaar onder omstandigheden gerechtigd en in bepaalde gevallen zelfs verplicht om de indiener van de aanvraag in de gelegenheid te stellen die aanvraag te wijzigen of aan te vullen, maar daarbij moet het gaan om wijzigingen van ondergeschikte aard.

Onder verwijzing naar rechtsoverweging 3.1 moeten de door de gootlijn stekende gevelvlakken uit het bouwplan verwijderd worden om de strijdigheid met de bebouwingsvoorschriften op te heffen. Het bouwplan zal met die wijzigingen in de kapconstructie in betekenende mate afwijken van het thans voorliggende bouwplan, nu daarmee onder meer een kleinere vloeroppervlakte en volume op de derde en vierde verdieping van het bouwplan ontstaat. De wijzigingen zijn niet van ondergeschikte aard. De rechtbank is derhalve terecht ervan uitgegaan dat het college niet verplicht was Hotel Courage Sionshof in de gelegenheid te stellen de aanvraag te wijzigen.

Het betoog faalt.

5. Hotel Courage Sionshof betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat geen bouwvergunning van rechtswege is verleend. Zij voert daartoe aan dat het bouwplan niet in strijd is met het bestemmingsplan en het college de beslistermijn ruimschoots heeft overschreden.

5.1. Dit betoog faalt. Onder verwijzing naar rechtsoverweging 3.1 wordt overwogen dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan. Ingevolge artikel 46, derde lid, van de Woningwet, zoals dit luidde ten tijde van belang en voor zover hier van belang, gelden de in het eerste lid genoemde beslistermijnen niet als het bouwplan, waarop de aanvraag betrekking heeft, in strijd is met het bestemmingsplan. De rechtbank heeft terecht overwogen dat geen bouwvergunning van rechtswege is verleend.

6. Nu geen gronden zijn aangevoerd tegen de weigering van de verlening van de ontheffing, blijft deze in stand en is de rechtbank terecht ervan uitgegaan dat het college de bouwvergunning moest weigeren nu de strijdigheid met het bestemmingsplan niet is opgeheven. Hetgeen

Hotel Courage Sionshof voor het overige heeft aangevoerd, behoeft geen bespreking, omdat dat niet ertoe kan leiden dat de bouwvergunning moet worden verleend.

7. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. V. van Dorst, ambtenaar van staat.

w.g. Troostwijk w.g. Van Dorst

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 29 mei 2013

357-761.