Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:CA1303

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24-05-2013
Datum publicatie
29-05-2013
Zaaknummer
201301854/2/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 13 december 2012 heeft de raad, kenmerk 1100716/5690, het bestemmingsplan "Culemborg-West" (hierna: het plan) vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201301854/2/R2.

Datum uitspraak: 24 mei 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

1. de stichting Stichting Leefbaarheid Prijsseweg, gevestigd te Culemborg,

2. Bewonersplatform Culemborg-West, gevestigd te Culemborg,

verzoekers,

en

de raad van de gemeente Culemborg,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 13 december 2012 heeft de raad, kenmerk 1100716/5690, het bestemmingsplan "Culemborg-West" (hierna: het plan) vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben onder meer de Stichting en het Bewonersplatform beroep ingesteld.

De Stichting en het Bewonersplatform hebben de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 17 april 2013, waar de Stichting, vertegenwoordigd door J.W.C.M. Jansen, het Bewonersplatform, vertegenwoordigd door A.J.B. van de Laar en J.E. de Vries en de raad, vertegenwoordigd door mr. M. van Geilswijk, advocaat te Rotterdam, en S. Teurlings-Out, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. Het plan voorziet in een actualisatie van het planologische regime voor de wijken Parijsch-Noord en Goilberdingen aan de westzijde van Culemborg. Het plan biedt onder meer een juridisch-planologisch kader voor het openstellen van dwarsverbindingen tussen de wijken Parijsch-Noord en Goilberdingen, de uitbreiding van het winkelcentrum Parijsch aan de Prijsseweg tot een maximale verkoopoppervlakte van 3.800 m2 en het toekennen van de aanduiding ‘horeca categorie IV’ aan de bestemming "Maatschappelijk" betreffende de gronden aan de Prijsseweg 1.

3. Daargelaten de vraag of het Bewonersplatform voldoende structuur bezit om aangemerkt te kunnen worden als een belanghebbende die in rechte kan opkomen tegen het bestreden besluit, kan er twijfel bestaan over de vraag of het Bewonersplatform ontvankelijk is in zijn beroep en verzoek om voorlopige voorziening, nu onduidelijk is of het Bewonersplatform als zodanig een zienswijze tegen het ontwerpplan naar voren heeft gebracht. Nu echter de drie personen, Van de Laar, De Vries en De Ruiter, die zich onder de naam Bewonersplatform Culemborg-West presenteren, naast het verzoek om voorlopige voorziening, ook het beroepschrift hebben ondertekend, een door hen ondertekende zienswijze tegen het ontwerpplan hebben ingediend en in het plangebied wonen, gaat de voorzitter in deze procedure er vanuit dat het Bewonersplatform ontvankelijk is in zijn verzoek. De voorzitter laat in deze procedure in het midden of degene die de drie genoemde personen hebben gemachtigd in hun beroep en hun verzoek kunnen worden ontvangen.

Openstellen van dwarsverbindingen

4. De Stichting en het Bewonersplatform betogen dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd, nu het nut en de noodzaak van het plan niet is aangetoond. Voorts betogen de Stichting en het Bewonersplatform dat een ondeugdelijke belangenafweging heeft plaatsgevonden tussen enerzijds het belang van het openstellen van de dwarsverbindingen en anderzijds het belang van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de bewoners en de verkeersveiligheid van de bewoners en gebruikers van voorzieningen in de wijken Parijsch-Noord en Goilberdingen. Daarbij is volgens de Stichting en het Bewonersplatform niet aangetoond dat de economische uitvoerbaarheid van het plan is gegarandeerd.

4.1. De raad stelt dat met het plan geen wijzigingen plaatsvinden in de hoofdverkeerstructuur van de gemeente. Volgens de raad leidt het openstellen van de dwarsverbindingen op de Eemweg/Kerkuilweg en de Hermelijnsingel/Papiermolenweg niet tot een grote toename van het verkeer in absolute zin, maar neemt het aantal motorvoertuigen op de Prijsseweg wel fors toe. Deze toename is volgens de raad aanvaardbaar omdat de verkeersintensiteit op de Prijsseweg binnen de bandbreedte blijft die volgens het CROW acceptabel is. Verder stelt de raad dat de Prijsseweg een hoofdroute voor langzaam verkeer blijft en de wegen die zijn gesitueerd in oost-westelijke richting erftoegangswegen met een maximum snelheid van 30 km/h blijven. Deze wegen kennen volgens de raad geen wettelijke geluidszone. Evenwel, zo stelt de raad, blijkt uit onderzoeken dat de maximale grenswaarde van 63 dB uit de Wet geluidhinder (hierna: Wgh) op de gevel van de woningen in het plangebied niet wordt overschreden. In dit verband stelt de raad zich op het standpunt dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de omwonenden.

4.2. Ingevolge artikel 10, lid 10.1, onder a, van de planregels zijn de voor "Groen-2-gemengd" aangewezen gronden bestemd voor ontsluitingsroutes voor gemotoriseerd verkeer.

4.3. De huidige ontsluiting voor het autoverkeer van de desbetreffende wijken is naar het zuiden georiënteerd, terwijl de fietsbewegingen binnen de wijken met name in oost-westelijke richting plaatsvinden. Ter zitting heeft de raad toegelicht dat het openstellen van de dwarsverbindingen primair tot doel heeft de bereikbaarheid tussen de wijken Parijsch-Noord en Goilberdingen voor het autoverkeer te verbeteren. Voorts wordt volgens de raad met het openstellen van de dwarsverbindingen de bereikbaarheid van het centrum van Culemborg voor de bewoners van deze wijken verbeterd. Volgens de raad zijn ten aanzien van de bereikbaarheid binnen de gemeente in het rapport ‘Onderzoek bereikbaarheid voorzieningen gemeente Culemborg’ van 28 november 2007, uitgevoerd door Grontmij (hierna: het rapport van Grontmij), verschillende scenario’s in beeld gebracht en heeft de raad naar aanleiding van het onderzoek het nut en de noodzaak van het openstellen van de dwarsverbindingen afgewogen.

De voorzitter is van oordeel dat de raad onvoldoende heeft gemotiveerd dat de verbindingen tussen de wijken Parijsch-Noord en Goilberdingen in de huidige situatie ontoereikend zijn. Voorts heeft de raad vooralsnog niet aannemelijk gemaakt dat de bereikbaarheid van het centrum van Culemborg voor de bewoners van deze wijken dermate verbetert dat daaraan meer gewicht moet worden toegekend dan aan het belang van de bewoners bij het niet openstellen van de dwarsverbindingen voor autoverkeer. Hierbij neemt de voorzitter in aanmerking dat de huidige ontsluiting van deze wijken naar het zuiden georiënteerd is, zodat het autoverkeer met name via de Wethouder Schoutenweg naar het centrum rijdt. De overige toegangswegen naar het centrum zijn, zowel ter hoogte van de Jan van Riebeeckstraat als aan de noordzijde van de Otto van Reesweg, zodanig ingericht dat ter plaatse van de onderdoorgangen van het spoor richting het centrum slechts een doorgang met één auto tegelijk mogelijk is. Voorts zullen aanvullende verkeersvoorzieningen moeten worden getroffen om te voorkomen dat de maximale verkeersintensiteit op de Jan van Riebeeckstraat wordt overschreden. Gelet hierop is naar het oordeel van de voorzitter niet buiten twijfel dat de raad het openstellen van de dwarsverbindingen voor het autoverkeer om de bereikbaarheid van de wijken Parijsch-Noord en Goilberdingen, zowel ten opzichte van elkaar als ten opzichte van het centrum, te verbeteren in redelijkheid nuttig en noodzakelijk heeft kunnen achten.

4.4. De voorzitter overweegt verder dat de raad zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat uit de Wgh in dit geval geen verplichtingen voortvloeien, omdat het openstellen van de dwarsverbindingen wegen betreft waar een maximumsnelheid van 30 km/u blijft gelden. Dit neemt echter niet weg dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden vastgesteld of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Om vast te stellen of daarvan sprake is en met het oog op een zorgvuldige belangenafweging, is in opdracht van de raad door Regio Rivierenland een akoestisch onderzoek uitgevoerd om de gevolgen van het plan voor omwonenden inzichtelijk te maken. De resultaten hiervan zijn neergelegd in het rapport ‘Akoestisch onderzoek verkeerslawaai: bestemmingsplan Culemborg West openstellen dwarsverbindingen’ van 20 november 2012 (hierna: het rapport). Uit het rapport blijkt dat na het openstellen van de dwarsverbindingen het geluidsniveau bij 99 woningen en één school boven de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB van de gevel van woningen komt te liggen. Naar het oordeel van de voorzitter komt daarmee de geluidsbelasting op de gevel van een aanzienlijk aantal woningen boven voornoemde waarde te liggen. Gelet hierop is niet buiten twijfel dat door het openstellen van de dwarsverbindingen voor autoverkeer zonder dat duidelijk is of, en zo ja welke, geluidreducerende maatregelen kunnen worden genomen, sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de bewoners van de wijken.

4.5. Voorts is niet in geschil dat het openstellen van de dwarsverbindingen een toename van het autoverkeer op deze wegen ten opzichte van de huidige feitelijke situatie tot gevolg heeft. De Prijsseweg is een hoofdroute voor langzaam verkeer. Op grond hiervan is deze weg volgens de raad te karakteriseren als een erftoegangsweg. Volgens de raad blijven de verkeersintensiteiten na realisatie van het plan onder de 5.000 tot 6.000 motorvoertuigen per etmaal die volgens het CROW acceptabel worden geacht in een dergelijke 30 km/u zone en zijn daarmee geen negatieve gevolgen voor de verkeersafwikkeling en de verkeersveiligheid te verwachten. Vast staat dat aan de Prijsseweg onder meer maatschappelijke voorzieningen als een school, een kinderdagverblijf en een winkelcentrum zijn gevestigd. Ook aan de Papiermolenweg is een school gevestigd. De raad heeft ter zitting toegelicht dat de parkeerplaatsen op deze wegen haaks ten opzichte van de rijbaan zijn gerealiseerd en deze wegen niet zijn voorzien van verhoogde trottoirs.

Gezien de relatief smalle wegen in het plangebied en de afwezigheid van verhoogde trottoirs, alsmede de omstandigheid dat het autoverkeer elkaar in twee richtingen dient te kruisen, heeft de raad niet toereikend gemotiveerd of de combinatie van haaks parkeren, de intensiteit van het autoverkeer ter plaatse van deze wegen en de functie van de Prijsseweg van hoofdroute voor langzaam verkeer vanuit een oogpunt van verkeersveiligheid aanvaardbaar is te achten. Daarbij is in aanmerking genomen dat een onderzoek naar de verkeersveiligheid in het kader van een goede ruimtelijke ordening dient plaats te vinden en niet kan worden doorgeschoven naar de besluitvorming ter zake van verkeersbesluiten die nog moeten worden genomen.

4.6. Verder is naar het oordeel van de voorzitter niet buiten twijfel dat, gelet op de in het rapport van Grontmij genoemde bedragen ten aanzien van de inrichting van de in het geding zijnde wegen volgens het uitgangspunt van Duurzaam Veilig, de financiële uitvoerbaarheid van het plan in zoverre is gewaarborgd, nu de raad voor het openstellen van de dwarsverbindingen kennelijk een budget beschikbaar heeft gesteld van niet meer dan € 700.000,-.

5. Gelet op het voorgaande en in aanmerking genomen de betrokken belangen alsmede de onomkeerbare gevolgen die kunnen ontstaan door de inwerkingtreding van het plan voordat de Afdeling in de bodemprocedure uitspraak heeft gedaan, ziet de voorzitter aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening voor zover het bestreden besluit betrekking heeft op het plandeel met de bestemming "Groen-2-gemengd" dat een ontsluitingsroute voor gemotoriseerd verkeer, zoals opgenomen in artikel 10, lid 10.1, onder a, van de planregels, ter plaatse van de Eemweg/Kerkuilweg en de Hermelijnsingel/Papiermolenweg mogelijk maakt en het plandeel met de bestemming "Verkeer-Verblijfsgebied" ter plaatse van de blocker op de Prijsseweg.

Uitbreiding winkelcentrum Parijsch

6. De Stichting richt zich tegen de uitbreiding van het bestaande winkelcentrum Parijsch, dat een verkoopoppervlakte heeft van 2.500 m2, tot een maximale verkoopoppervlakte van 3.800 m2. Zij betoogt dat met voornoemde uitbreiding in plaats van het beoogde wijkwinkelcentrum een stadswinkelcentrum mogelijk wordt gemaakt. De uitbreiding van het winkelcentrum leidt volgens de Stichting tot verkeersoverlast op de Prijsseweg, nu de door het plan veroorzaakte verkeersbewegingen niet binnen de capaciteit van de bestaande wegenstructuur kunnen worden afgewikkeld.

6.1. De raad heeft ter zitting aangegeven dat inmiddels twee concrete initiatieven kenbaar zijn gemaakt ten aanzien van de uitbreiding van het winkelcentrum Parijsch. Verder heeft de raad ter zitting naar voren gebracht dat hij wat de parkeervoorzieningen betreft in voldoende mate rekening heeft gehouden met het aantal benodigde parkeerplaatsen ten behoeve van de uitbreiding van het winkelcentrum. Voorts heeft hij ter zitting toegelicht dat de bestaande infrastructuur is berekend op ontwikkelingen zoals de uitbreiding van het winkelcentrum. Uit de stukken, waaronder het rapport ‘Verkeerseffecten openstellen dwarsverbindingen Culemborg’ van 12 oktober 2012, opgesteld door Goudappel Coffeng, blijkt echter niet dat de verkeerseffecten door uitbreiding van het winkelcentrum op de desbetreffende wegen zijn onderzocht.

Nu niet is gebleken dat de verwachte verkeersintensiteit door uitbreiding van het winkelcentrum op de wegen rondom dit gebied, waaronder de Prijsseweg, is berekend en mede gelet op hetgeen de voorzitter in rechtsoverweging 4.5. heeft overwogen, heeft de raad naar het oordeel van de voorzitter niet inzichtelijk gemaakt dat de in het plan voorziene uitbreiding van het winkelcentrum geen nadelige gevolgen heeft voor de verkeersveiligheid en de leefbaarheid van de wijken Parijsch-Noord en Goilberdingen.

6.2. Gelet op het voorgaande en in aanmerking genomen de betrokken belangen alsmede de onomkeerbare gevolgen die kunnen ontstaan door de inwerkingtreding van het plan voordat de Afdeling in de bodemprocedure uitspraak heeft gedaan, ziet de voorzitter aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening voor zover het bestreden besluit betrekking heeft op artikel 5, lid 5.1, onder e, van de planregels, voor zover dat detailhandel met een verkoopoppervlakte van meer dan 2.500 m2 mogelijk maakt ter plaatse van het plandeel met de bestemming "Centrum-1".

Aanduiding ‘horeca categorie IV’

7. De Stichting betoogt dat het toekennen van de aanduiding ‘horeca categorie IV’ aan de bestemming "Maatschappelijk" betreffende de gronden aan de Prijsseweg 1 in strijd is met het ‘Integraal horecabeleid gemeente Culemborg’ (hierna: het horecabeleid). Voorts vreest de Stichting voor een toename van het autoverkeer en parkeeroverlast op de Prijsseweg, zodat de veiligheid van het langzaam verkeer in het geding komt.

7.1. In artikel 1, onder aj, van de planregels is bepaald dat onder de aanduiding ‘horeca categorie IV’ horecabedrijven vallen waar in hoofdzaak bedrijfsmatig kleinere etenswaren worden verstrekt en waar naast de etenswaren in hoofdzaak alcoholvrije drank wordt verstrekt. Naar het oordeel van de voorzitter heeft de Stichting onvoldoende gemotiveerd dat de aanduiding ‘horeca categorie IV’ op voornoemde plaats in strijd is met het horecabeleid. Voorts heeft de raad, gelet op de omschrijving van deze aanduiding in de planregels, alsmede de beperkte omvang van de bebouwing binnen deze aanduiding zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de aanduiding ‘horeca categorie IV’ niet leidt tot onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. Daarbij is mede in aanmerking genomen dat de raad ter zitting heeft toegelicht dat op de gronden aan de Prijsseweg 1 voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen worden gerealiseerd. Gelet hierop verwacht de voorzitter niet dat het bestreden besluit, voor zover dat betrekking heeft op deze aanduiding, in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, zodat het verzoek in zoverre moet worden afgewezen.

Proceskosten

8. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Culemborg van 13 december 2012, kenmerk 1100716/5690, voor zover het betreft:

1. het plandeel met de bestemming "Groen-2-gemengd" dat een ontsluitingsroute voor gemotoriseerd verkeer, zoals opgenomen in artikel 10, lid 10.1, onder a, van de planregels, ter plaatse van de Eemweg/Kerkuilweg en de Hermelijnsingel/Papiermolenweg mogelijk maakt;

2. het plandeel met de bestemming "Verkeer-Verblijfsgebied" ter plaatse van de blocker op de Prijsseweg;

3. artikel 5, lid 5.1, onder e, van de planregels, voor zover dat detailhandel met een verkoopoppervlakte van meer dan 2.500 m2 mogelijk maakt ter plaatse van het plandeel met de bestemming "Centrum-1";

II. wijst het verzoek van de stichting Stichting Leefbaarheid Prijsseweg voor het overige af;

III. veroordeelt de raad van de gemeente Culemborg tot vergoeding van bij de stichting Stichting Leefbaarheid Prijsseweg in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 30,68 (zegge: dertig euro en achtenzestig cent);

veroordeelt de raad van de gemeente Culemborg tot vergoeding van bij Bewonersplatform Culemborg-West in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 30,68 (zegge: dertig euro en achtenzestig cent);

IV. gelast dat de raad van de gemeente Culemborg aan verzoekers het door hen voor de behandeling van de verzoeken betaalde griffierecht ten bedrage van € 318,00 (zegge: driehonderdachttien euro) voor de stichting Stichting Leefbaarheid Prijsseweg en € 160,00 (zegge: honderdzestig euro) voor Bewonersplatform Culemborg-West vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P.J.A.M. Broekman, ambtenaar van staat.

w.g. Drupsteen w.g. Broekman

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 mei 2013

12-772.