Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:CA1282

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22-05-2013
Datum publicatie
29-05-2013
Zaaknummer
201302835/1/R1 en 201302835/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 17 december 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Kernen 2010, 1e herziening" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201302835/1/R1 en 201302835/2/R1.

Datum uitspraak: 22 mei 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) en, met toepassing van artikel 8:86 van die wet, op het beroep, in het geding tussen:

[appellant A] en [appellante B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant]), wonend te Berg en Terblijt, gemeente Valkenburg aan de Geul,

en

de raad van de gemeente Valkenburg aan de Geul,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 17 december 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Kernen 2010, 1e herziening" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

[appellant] heeft de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 23 april 2013, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. J. Schepers, advocaat te Maastricht, is verschenen. Voorts is ter zitting [belanghebbende], bijgestaan door mr. F.K.H. Oostveen, als partij gehoord.

Partijen hebben toestemming gegeven onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

Overwegingen

1. In dit geval kan nader onderzoek redelijkerwijs niet bijdragen aan de beoordeling van de zaak en bestaat ook overigens geen beletsel om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

2. Het plan voorziet, voor zover van belang, voor een gedeelte van het perceel kadastraal bekend BER01, sectie D, nummer 780, te Berg en Terblijt (hierna: het plandeel), in de bestemming "Agrarisch met waarden - landschappelijke en natuurlijke waarden".

3. [appellant] kan zich met de aan het plandeel toegekende bestemming niet verenigen. De ontsluiting via het plandeel van zijn aangrenzende percelen met nummers 778 en 779 wordt belemmerd door onder meer een houten hekwerk. Een bestemming "Verkeer" ter plaatse van het plandeel is voor die ontsluiting noodzakelijk, aldus [appellant].

3.1. De raad stelt zich op het standpunt dat met de aan het plandeel toegekende bestemming de feitelijke situatie ter plaatse wordt weergegeven. Het gaat om agrarisch gebied in de vorm van een weiland waarop paarden worden gehouden, en een landweggetje. Voor de door [appellant] nagestreefde ontsluiting van de naastgelegen percelen is toestemming nodig van de eigenaren van het perceel waartoe het plandeel behoort, ongeacht de uitkomst van dit geschil, aldus de raad.

3.2. De voorzitter overweegt dat gelet op artikel 5, lid 5.1, aanhef en onder d, van de planregels behorende bij het bestemmingsplan "Kernen 2010", welke bepaling ingevolge de planregels bij het onderhavige plan van toepassing blijft, het plandeel mede is bestemd voor verkeersdoeleinden. Het planologisch regime ter plaatse van het plandeel staat aldus niet in de weg aan de ontsluiting van voormelde aangrenzende percelen van [appellant]. Om gebruik te mogen maken van de in het plandeel begrepen gronden ter ontsluiting van de percelen van [appellant] is toestemming benodigd van de eigenaren van die gronden. De vraag of [appellant] via het plandeel toegang moet krijgen tot zijn percelen is van privaatrechtelijke aard en kan daarom in deze procedure niet aan de orde komen. Gelet op het feitelijke gebruik valt niet in te zien dat het standpunt van de raad om ter plaatse van het plandeel geen bestemming "Verkeer" op te nemen onredelijk is.

4. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de voorzitter geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan in zoverre strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Het beroep is ongegrond.

5. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep ongegrond;

II. wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, ambtenaar van staat.

w.g. Parkins-de Vin w.g. Zwemstra

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 22 mei 2013

91.