Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:CA0640

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22-05-2013
Datum publicatie
22-05-2013
Zaaknummer
201209189/1/A1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 5 oktober 2011 heeft het college aan TexelEnergie een reguliere bouwvergunning met tijdelijke ontheffing verleend voor het oprichten van twee containers voor een houtgestookte kachel op de percelen, plaatselijk bekend Hallerweg ongenummerd te Den Burg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201209189/1/A1.

Datum uitspraak: 22 mei 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant] en anderen, allen wonend te Den Burg, gemeente Texel,

tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 9 augustus 2012 in zaak nr. 11/3099 in het geding tussen:

[appellant] en anderen

en

het college van burgemeester en wethouders van Texel.

Procesverloop

Bij besluit van 5 oktober 2011 heeft het college aan TexelEnergie een reguliere bouwvergunning met tijdelijke ontheffing verleend voor het oprichten van twee containers voor een houtgestookte kachel op de percelen, plaatselijk bekend Hallerweg ongenummerd te Den Burg.

Bij uitspraak van 9 augustus 2012 heeft de rechtbank het door [appellant] en anderen daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben [appellant] en anderen hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

TexelEnergie heeft daartoe in de gelegenheid gesteld, een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 april 2013, waar [2 appellanten], bijgestaan door mr. K.J. Harting, en het college, vertegenwoordigd door mr. N.A.M. Priems, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het bouwplan voorziet in het oprichten van twee containers voor een houtgestookte kachel ten behoeve van een tijdelijke duurzame energievoorziening voor het warmtenet van woonwijk "De 99" en is in strijd met de ingevolge het bestemmingsplan "Den Burg" geldende bestemming "Groendoeleinden". Om realisering ervan mogelijk te maken heeft het college ontheffing verleend als bedoeld in artikel 3.22 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: de Wro), eindigend op 2 december 2016. Voorts heeft het college reguliere bouwvergunning verleend met instandhoudingstermijn tot 2 december 2016.

2. Ingevolge artikel 3.22, eerste lid, van de Wro, zoals deze bepaling luidde ten tijde van belang, kunnen burgemeester en wethouders met het oog op de voorziening in een tijdelijke behoefte voor een bepaalde termijn ontheffing verlenen van een bestemmingsplan. De termijn kan ten hoogste vijf jaar belopen. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.

3. [appellant] en anderen betogen dat de rechtbank heeft miskend, dat het college niet in redelijkheid ontheffing heeft kunnen verlenen. Hiertoe voeren zij aan dat het college niet heeft aangetoond dat behoefte bestaat aan de energievoorziening. Voorts voeren zij aan dat het college bij de afweging van de betrokken belangen onvoldoende rekening heeft gehouden met hun belangen. Verder voeren zij, onder verwijzing naar een e-mail van de verantwoordelijk wethouder van de gemeente Texel, aan dat niet zeker is dat het bouwplan zal worden uitgevoerd.

3.1. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat het college aannemelijk heeft gemaakt, dat behoefte bestaat aan de houtgestookte installatie, nu de huidige installatie in de wintermaanden een tekort in vermogen heeft van circa 250 Kilowatt. Hierbij heeft de rechtbank terecht van belang geacht dat de eigenaar van de woningen in de woonwijk, woningbouwvereniging Wontij, in strenge winters klachten van bewoners over de kou heeft ontvangen. Dit standpunt van het college wordt kracht bijgezet door de brief van Wontij van 27 november 2012, waarin nogmaals wordt gewezen op het gebrek aan capaciteit van de huidige installatie.

Ter zitting heeft het college toegelicht dat met de e-mail van de verantwoordelijk wethouder is bedoeld dat TexelEnergie wil investeren in een permanente plaats voor de houtgestookte installatie. Mochten de daarvoor benodigde toestemmingen op korte termijn worden ontvangen, dan zal TexelEnergie geen uitvoering geven aan het bouwplan voor de tijdelijke installatie. Dit betekent dat het bouwplan vooralsnog zal worden uitgevoerd en aan de email een andere betekenis toekomt dan [appellant] en anderen betogen.

De rechtbank heeft voorts terecht overwogen dat geen grond bestaat voor het oordeel, dat het college de belangen van [appellant] en anderen zwaarder had moeten laten wegen dan de belangen die met het bouwplan zijn gediend. Weliswaar worden bomen en struiken op het perceel verwijderd om plaats te maken voor de containers, maar het college en TexelEnergie hebben bevestigd dat na de verwijdering van de containers bomen en struiken worden herplant. Dat deze bomen niet direct tot volle wasdom zullen komen, betekent niet dat het college de betrokken belangen niet zorgvuldig heeft afgewogen. De rechtbank heeft derhalve met juistheid geoordeeld, dat het college in redelijkheid ontheffing kon verlenen.

Het betoog faalt.

4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van Driel, ambtenaar van staat.

w.g. Bijloos w.g. Van Driel

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 22 mei 2013

414-776.