Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:CA0150

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15-05-2013
Datum publicatie
15-05-2013
Zaaknummer
201211293/1/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 16 oktober 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Schiermonnikoog - Dorp - Herziening 2010" gedeeltelijk opnieuw vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201211293/1/R4.

Datum uitspraak: 15 mei 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant A] en [appellant B], wonend te Schiermonnikoog,

en

de raad van de gemeente Schiermonnikoog,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 16 oktober 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Schiermonnikoog - Dorp - Herziening 2010" gedeeltelijk opnieuw vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellanten] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De raad, [appellanten] en de stichting Stichting De Promenade, belanghebbende, hebben toestemming, als bedoeld in artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), verleend, waarna de Afdeling het onderzoek heeft gesloten.

Overwegingen

1. Het plan is gedeeltelijk opnieuw vastgesteld naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling van 12 september 2012, nr. 201107142/1/R4. Hierbij heeft de Afdeling het besluit van de raad van 19 april 2011 tot vaststelling van het plan "Schiermonnikoog - Dorp - Herziening 2010" vernietigd, voor zover het betreft de plandelen met de bestemming "Maatschappelijk" en het plandeel met de bestemming "Verkeer-Verblijf" die zien op de gronden aan de Torenstreek. Het plan is, voor zover van belang, afgestemd op het bouwplan voor het beoogde bezoekerscentrum aan de noordzijde van het dorp.

2. [appellanten] betogen dat het plan ten onrechte niet aansluit bij het bouwplan, omdat de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de uitvoering van het bouwplan is ingetrokken. Dit brengt mee dat de adviezen van Hûs en Hiem welstandsadvisering en monumentenzorg, de adviezen van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg en het onderzoek naar de effecten op de omgeving betrekking hebben op een bouwplan dat niet langer bestaat.

3. De toetsing van het bestreden besluit door de Afdeling wordt verricht aan de hand van de feiten zoals die zich voordeden en het recht dat gold ten tijde van het nemen van het bestreden besluit. De intrekking van de aanvraag om een bouwvergunning dateert van 19 oktober 2012, dus van na het nemen van het bestreden besluit. De intrekking kan reeds daarom niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit.

4. Het betoog faalt reeds hierom. Overigens is voor de vaststelling van een bestemmingsplan niet vereist dat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de uitvoering van een bouwplan dat met het desbetreffende bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, is ingediend. In de voornoemde uitspraak van de Afdeling van 12 september 2012 gaf de omstandigheid dat geen aanvraag om een omgevingsvergunning voor de uitvoering van een bouwplan was ingediend die overeenkwam met de maximale bouwmogelijkheden, ook geen aanleiding voor het oordeel dat de onder 1 genoemde plandelen waren vastgesteld in strijd met artikel 3:2 van de Awb. De aanleiding voor het oordeel dat die plandelen waren vastgesteld in strijd met artikel 3:2 van de Awb was gelegen in de omstandigheid dat de raad niet had onderzocht of de door het plan geboden maximale bouwmogelijkheden geen onevenredige afbreuk zouden doen aan het beschermd dorpsgezicht, en dat de raad had nagelaten onderzoek te doen met het oog op de maximale planologische mogelijkheden. Ter voorlichting van partijen heeft de Afdeling in de uitspraak van 12 september 2012 voorts onder meer overwogen dat de raad ervoor kan kiezen om de maximale mogelijkheden van een vast te stellen planologische regeling voor het bezoekerscentrum af te stemmen op het concrete bouwplan voor het bezoekerscentrum. Dat heeft de raad bij de gedeeltelijke nieuwe vaststelling gedaan.

5. In hetgeen [appellanten] hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan, voor zover bestreden, strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Het beroep is ongegrond.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. M.A.A. Mondt-Schouten, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W. van Steenbergen, ambtenaar van staat.

w.g. Mondt-Schouten w.g. Van Steenbergen

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2013

528-786.