Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:CA0145

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15-05-2013
Datum publicatie
15-05-2013
Zaaknummer
201208723/1/A1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 16 augustus 2011 heeft het college het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen negen carports en een appartementencomplex aan de Thorbeckestraat te Franeker buiten behandeling gesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201208723/1/A1.

Datum uitspraak: 15 mei 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant] en anderen, allen wonend te Franeker, gemeente Franekeradeel, (hierna tezamen in enkelvoud: [appellant]),

tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 7 augustus 2012 in zaak nr. 12/201 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Franekeradeel.

Procesverloop

Bij besluit van 16 augustus 2011 heeft het college het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen negen carports en een appartementencomplex aan de Thorbeckestraat te Franeker buiten behandeling gesteld.

Bij besluit van 20 december 2011 heeft het college naar aanleiding van het daartegen door [appellant] gemaakte bezwaar het besluit van 16 augustus 2011 herroepen en het verzoek om handhaving van [appellant] afgewezen.

Bij uitspraak van 7 augustus 2012 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 april 2013, waar [3 appellanten], en het college, vertegenwoordigd door drs. R.H. van Dalfsen, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Vast staat dat voor het appartementencomplex en de carports bij besluiten van 12 november 2002 respectievelijk 29 april 2004 vrijstelling van het destijds geldende bestemmingsplan en bouwvergunning is verleend en dat deze besluiten in rechte onaantastbaar zijn geworden met de uitspraken van de Afdeling van 2 februari 2005 in zaak nr. 200404653/1 respectievelijk van 25 oktober 2006 in zaak nr. 200600647/1.

2. Ingevolge artikel 20.3 van de voorschriften van het thans ter plaatse geldende bestemmingsplan "Franeker-Oost en Schalsumerplan" kunnen burgemeester en wethouders, ten behoeve van een goede woonsituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing.

3. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat de carports en het appartementencomplex in strijd zijn met de krachtens artikel 20.3 van de planvoorschriften door het college gestelde nadere eisen met betrekking tot de plaats en de afmetingen van de bebouwing, zodat het college bevoegd was handhavend op te treden. Daartoe voert hij aan dat de carports en het appartementencomplex in strijd zijn met de verkoop- en inschrijfvoorwaarden die golden in het kader van het gunningstraject en de voorwaarden die zijn verbonden aan de tussen [bedrijf] en de gemeente gesloten koopovereenkomst met betrekking tot de onderhavige gronden.

3.1. Dit betoog faalt. Anders dan [appellant] betoogt, betreffen de verkoop- en inschrijfvoorwaarden die golden in het kader van het gunningstraject noch de voorwaarden die aan de tussen [bedrijf] en de gemeente gesloten koopovereenkomst zijn verbonden, wat daar verder van zij, nadere eisen als bedoeld in artikel 20.3 van de planvoorschriften. De rechtbank heeft terecht overwogen dat dergelijke voorwaarden niet relevant zijn voor de vraag of het college op basis van het publiekrecht bevoegd was handhavend op te treden.

Nu voorts niet is gebleken dat de carports en het appartementencomplex in strijd zijn met het bestemmingsplan "Franeker-Oost en Schalsumerplan" of dat deze in afwijking van de daarvoor verleende bouwvergunning zijn gebouwd, heeft de rechtbank terecht overwogen dat het college niet bevoegd was daartegen handhavend op te treden.

4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Kos, ambtenaar van staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Kos

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2013

580.