Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:BZ9762

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
08-05-2013
Datum publicatie
08-05-2013
Zaaknummer
201201607/1/A3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 1 december 2010 is een aanvraag van [appellant] om verlenging van zijn rijbewijs afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201201607/1/A3.

Datum uitspraak: 8 mei 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Dordrecht,

tegen de uitspraak van de rechtbank Dordrecht van 30 december 2011 in zaak nr. 11/554 in het geding tussen:

[appellant]

en

de burgemeester van Dordrecht.

Procesverloop

Bij besluit van 1 december 2010 is een aanvraag van [appellant] om verlenging van zijn rijbewijs afgewezen.

Bij besluit van 17 maart 2011 heeft de burgemeester het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 30 december 2011 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De burgemeester heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 21 februari 2013, waar [appellant], bijgestaan door mr. G.E.M. Later, advocaat te Den Haag en B.P. den Butter, tolk, en de burgemeester, vertegenwoordigd door drs. G.A. Mulder, G.F. Bieleveld en R.W. Janssen, allen werkzaam in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Ter zitting is gebleken dat de burgemeester inmiddels aan [appellant] een rijbewijs heeft afgegeven. Gevraagd naar het belang bij het hoger beroep, heeft [appellant] doen verklaren dat hij om principiƫle redenen de vraag beantwoord wenst te zien of het besluit van 17 maart 2011 rechtmatig was.

Belang bij een tegen een besluit van een bestuursorgaan aangewend rechtsmiddel bestaat echter slechts, indien betrokkene door het rechtsmiddel een resultaat kan bereiken dat deze daarzonder niet kan bereiken. Indien dat niet het geval is, kan van de bestuursrechter geen uitspraak worden gevraagd uitsluitend vanwege de principiƫle betekenis daarvan.

Nu voorts de zijdens [appellant] voor het eerst ter zitting gestelde ten gevolge van het in beroep bestreden besluit geleden schade niet tot op zekere hoogte aannemelijk is gemaakt, dient het hoger beroep wegens het ontbreken van belang daarbij niet-ontvankelijk te worden verklaard.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, en mr. B.P. Vermeulen en mr. G.M.H. Hoogvliet, leden, in tegenwoordigheid van mr. P. Klein, ambtenaar van staat.

w.g. Loeb w.g. Klein

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 8 mei 2013

280-598.