Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:BZ9721

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
02-05-2013
Datum publicatie
08-05-2013
Zaaknummer
201301054/4/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 11 december 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Deurningerbeek" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201301054/4/R1.

Datum uitspraak: 2 mei 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker A] en [verzoekster B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [verzoeker]), beiden wonend te Deurningen, gemeente Dinkelland,

en

de raad van de gemeente Dinkelland,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 11 december 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Deurningerbeek" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [verzoeker] beroep ingesteld.

[verzoeker] heeft de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 23 april 2013, waar [verzoeker] en het waterschap Regge en Dinkel, vertegenwoordigd door F.J. Koop, werkzaam bij het waterschap, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. Het bestemmingsplan voorziet in een wijziging van de loop van de Deurningerbeek. Deze aanpassing maakt deel uit van de landinrichting Saasveld-Gammelke.

3. [verzoeker] vreest voor de aanleg van een wandelpad langs de oever van de Deurningerbeek ter hoogte van zijn perceel [locatie], nu het plan ondanks privaatrechtelijke afspraken met onder meer het waterschap als eigenaar van de desbetreffende gronden ten onrechte geen waarborgen tegen een wandelpad en recreatief medegebruik ter plaatse bevat. Hij wijst in dit verband op de inmiddels aangevangen werkzaamheden voor de herinrichting, waarbij bomen zijn gekapt.

4. De voorzitter overweegt dat [verzoeker] geen bezwaar heeft tegen de aanpassing van de loop van de Deurningerbeek en de werkzaamheden die in dat verband benodigd zijn. De aangevangen werkzaamheden betekenen naar het oordeel van de voorzitter niet dat ondanks de gemaakte afspraken ter hoogte van het perceel van [verzoeker] een wandelpad wordt aangelegd langs de oever van de Deurningerbeek. Ter zitting heeft het waterschap toegelicht dat het langs de oever te realiseren pad dient voor het noodzakelijke onderhoud van de beek en dat het met een hek kan worden afgesloten. Gelet hierop is naar het oordeel van de voorzitter met het verzoek geen spoedeisend belang gemoeid dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt.

5. Het verzoek dient te worden afgewezen.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, ambtenaar van staat.

w.g. Parkins-de Vin w.g. Zwemstravoorzitter

ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 2 mei 2013

91.

Verzonden: 2 mei 2013

Voor eensluidend afschrift,

de secretaris van de Raad van State,

mr. H.H.C. Visser