Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:BZ9057

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
01-05-2013
Datum publicatie
01-05-2013
Zaaknummer
201207017/1/A2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 29 oktober 2010 heeft het dagelijks bestuur het besluit tot verlening van subsidie voor een haalbaarheidsonderzoek naar het indampen van groentesappen ingetrokken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201207017/1/A2.

Datum uitspraak: 1 mei 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid AquaExplorer B.V., gevestigd te Leeuwarden,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 31 mei 2012 in zaak nr. 11/1061 in het geding tussen:

AquaExplorer

en

het dagelijks bestuur van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland.

Procesverloop

Bij besluit van 29 oktober 2010 heeft het dagelijks bestuur het besluit tot verlening van subsidie voor een haalbaarheidsonderzoek naar het indampen van groentesappen ingetrokken.

Bij besluit van 1 september 2011 heeft het dagelijks bestuur het door AquaExplorer daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 31 mei 2012 heeft de rechtbank het door AquaExplorer daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft AquaExplorer hoger beroep ingesteld.

Het dagelijks bestuur heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 maart 2013, waar AquaExplorer, vertegenwoordigd door mr. I. van der Meer, advocaat te Leeuwarden, vergezeld van [bestuurder A] en R.B. Olthof, en het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. S.E. van der Heijden en drs. C. van Rosendal, beiden werkzaam bij het Samenwerkingsverband Noord-Nederland, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 4:48, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) kan het bestuursorgaan, zolang de subsidie niet is vastgesteld, de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen, indien de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid.

Ingevolge artikel 1, aanhef en onder c, van de Subsidieregeling Noordelijke Innovatie OndersteuningsFaciliteit 2008 (hierna: de NIOF 2008) wordt in deze regeling verstaan onder deskundige: iemand die op grond van opleiding en ervaring gekwalificeerd moet worden geacht om een opdracht uit te voeren in het kader van een op grond van deze regeling gesubsidieerde activiteit. De deskundige is onafhankelijk.

Ingevolge artikel 4, eerste lid, komen voor subsidie in aanmerking ontwikkelingsprojecten van en vermarkting door ondernemingen.

Ingevolge het tweede lid, aanhef en onder d, worden als subsidiabele kosten hierbij in aanmerking genomen voor wat betreft een haalbaarheidsonderzoek: kosten van het inschakelen van een deskundige voor het doen van onderzoek naar de technische of bedrijfseconomische mogelijkheden voor en gevolgen van de uitbreiding van de productie met een voor de onderneming nieuw product, nieuwe dienst of technisch nieuwe werkwijze.

Ingevolge artikel 13, aanhef en onder a, kan de subsidie onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:48 en 4:50 van de Awb worden ingetrokken of ten nadele van de subsidieontvanger worden gewijzigd, indien het project niet wordt uitgevoerd volgens de voorschriften van deze regeling.

2. Namens AquaExplorer heeft TechnologieCentrum Noord-Nederland bij brief van 23 december 2008, aangevuld op 8 januari 2009, een aanvraag om subsidie in het kader van de NIOF 2008 ingediend voor een haalbaarheidsonderzoek naar het indampen van groentesappen door middel van Dynamic Vapor Recompression (DVR). Op het aanvraagformulier is vermeld dat als onafhankelijk deskundige bij het onderzoek is betrokken de afdeling Life Sciences van de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden (hierna: NHL). Verder is op dit formulier bij de vraag of de opgegeven deskundige nog andere relaties heeft met de aanvragende onderneming dan onafhankelijk deskundige het antwoord "nee" aangekruist.

Bij besluit van 18 februari 2009 heeft het dagelijks bestuur AquaExplorer subsidie voor dit haalbaarheidsonderzoek verleend, tot een bedrag van maximaal € 32.000,00. Hierbij is bepaald dat aan de verleningsbeschikking de regels en voorwaarden zijn verbonden zoals opgenomen in de NIOF 2008.

2.1. Aan de na bezwaar gehandhaafde intrekking van de subsidieverleningsbeschikking heeft het dagelijks bestuur onder meer ten grondslag gelegd dat [bestuurder A] en [bestuurder B], de bestuurders van de vennootschappen die behoren tot het verband van ondernemingen waartoe ook AquaExplorer behoort, tijdens de duur van het haalbaarheidsonderzoek ook werkzaam waren bij de NHL. Gelet op de omstandigheid dat [bestuurder A] en [bestuurder B] zowel aan AquaExplorer als aan de NHL zijn verbonden en AquaExplorer daarbij op het aanvraagformulier ten onrechte geen melding van de relaties tussen de NHL en [bestuurder A] en [bestuurder B] heeft gemaakt, heeft het dagelijks bestuur zich op het standpunt gesteld dat de door AquaExplorer ingeschakelde deskundige niet als een onafhankelijk deskundige kan worden beschouwd, zodat niet is voldaan aan artikel 4, tweede lid, aanhef en onder d, in samenhang met artikel 1, aanhef en onder c, van de NIOF 2008.

3. AquaExplorer betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het dagelijks bestuur in de omstandigheid dat [bestuurder A] en [bestuurder B] werkzaam waren bij de NHL ten onrechte aanleiding heeft gezien zich op het standpunt te stellen dat het haalbaarheidsonderzoek niet is verricht door een onafhankelijk deskundige. Daartoe voert zij aan dat in een andere procedure om een subsidie op grond van de NIOF 2008 die was aangevraagd door Medimetrica, een zustervennootschap van AquaExplorer, het dagelijks bestuur als eis heeft gesteld dat [bestuurder A] en [bestuurder B] niet bij het project betrokken mogen zijn. AquaExplorer stelt dat het dagelijks bestuur aldus heeft geaccepteerd dat de afdeling Life Sciences van de NHL als deskundige bij het project betrokken kan zijn, zolang [bestuurder A] en [bestuurder B] zich afzijdig houden van het te verrichten onderzoek. Voorts wijst AquaExplorer op de conclusies van het door Ernst & Young verrichte verificatieonderzoek.

3.1. Niet in geschil is dat [bestuurder A] en [bestuurder B] via de besloten vennootschappen [vennootschap A] en [vennootschap B], die elk 50% van de aandelen van BioExplorer bv bezitten, rechtstreeks invloed hebben op de andere vennootschappen binnen de holding, waaronder AquaExplorer.

3.2. De voor subsidie in aanmerking komende kosten bij een haalbaarheidsonderzoek zijn, zo bepaalt artikel 4, tweede lid, onder d, van de NIOF 2008, de kosten van het inschakelen van een deskundige. Uit artikel 1, aanhef en onder c, van de NIOF 2008 volgt dat een voor het uitvoeren van een opdracht in te schakelen deskundige in beginsel geen andere relaties met de aanvragende onderneming mag hebben. De vraag op het aanvraagformulier naar het eventuele bestaan van andere relaties van de deskundige is daarom relevant.

Het dienstverband met de NHL van [bestuurder A] en [bestuurder B], ten tijde van belang beiden directeur van AquaExplorer, brengt mee dat er een relatie was tussen AquaExplorer en de NHL die ertoe leidt dat de advisering door de NHL mogelijk niet onafhankelijk is. Voor de beoordeling van de aanvraag betreft het essentiële informatie. De rechtbank heeft daarom terecht overwogen dat AquaExplorer bij de aanvraag melding had moeten maken van de relatie tussen [bestuurder A] en [bestuurder B] en de NHL, al dan niet voorzien van een toelichting.

De rechtbank heeft voorts terecht geoordeeld dat het dagelijks bestuur zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat het onderzoek niet is uitgevoerd door een onafhankelijk deskundige in de zin van artikel 1, aanhef en onder c, van de NIOF 2008, zodat de kosten daarvan niet subsidiabel zijn. Daaraan doet niet af dat, naar AquaExplorer stelt, [bestuurder A] en [bestuurder B] niet aan het haalbaarheidsonderzoek hebben meegewerkt en de bij het onderzoek betrokken medewerkers onafhankelijk van hen hebben gewerkt, nu dit niet uitsluit dat de relatie van [bestuurder A] en [bestuurder B] met de NHL in enige vorm invloed heeft gehad op het onderzoek. Om dezelfde reden kan het door AquaExplorer aangevoerde, dat de rechtbank heeft miskend dat het dagelijks bestuur in het besluit van 1 september 2011 ten onrechte de NHL - als instituut - als de ingeschakelde deskundige heeft aangemerkt en deze een natuurlijk persoon moet zijn, evenmin leiden tot het ermee beoogde doel. Het verificatieonderzoek is door Ernst & Young verricht met betrekking tot een ander project van AquaExplorer, namelijk het haalbaarheidsonderzoek ten behoeve van een systeem om snelle detectie van virussen in drinkwater mogelijk te maken, en is niet uitgebracht in deze zaak. Reeds hierom heeft het dagelijks bestuur aan de conclusies van het verificatieonderzoek niet het gewicht hoeven toekennen dat AquaExplorer daaraan gehecht wil zien.

3.3. Dat in het geval van Medimetrica, een andere vennootschap binnen de holding van BioExplorer, het dagelijks bestuur de onderneming de relatie van [bestuurder A] en [bestuurder B] met de NHL niet heeft tegengeworpen, betekent niet dat het dagelijks bestuur in het geval van AquaExplorer gehouden was dienovereenkomstig te handelen. Medimetrica en AquaExplorer zijn afzonderlijke vennootschappen en drijven elk een eigen onderneming. Hoewel zij dezelfde bestuurder hebben, dienen zij derhalve niet met elkaar te worden vereenzelvigd, maar moeten zij als verschillende aanvragers worden aangemerkt. Voorts heeft het dagelijks bestuur ter zitting uiteengezet dat in het geval van Medimetrica de informatie over deze relatie langs andere weg bekend was geworden en in dat geval niet is gehandeld overeenkomstig zijn vaste uitvoeringspraktijk, zodat de situatie van Medimetrica een uitzondering betreft.

Het betoog faalt.

4. Gelet op het onder 3.2 en 3.3 overwogene heeft het dagelijks bestuur het besluit tot intrekking van de subsidieverlening bij besluit van 1 september 2011 terecht gehandhaafd. Hetgeen AquaExplorer overigens heeft aangevoerd behoeft daarom geen bespreking meer.

5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, voorzitter, en mr. N. Verheij en mr. G.M.H. Hoogvliet, leden, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van staat.

w.g. Slump w.g. Lodder

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 1 mei 2013

17-710.