Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:BZ9014

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-04-2013
Datum publicatie
01-05-2013
Zaaknummer
201301428/2/R6
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 20 december 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "De Koepel" (hierna: het plan) vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201301428/2/R6.

Datum uitspraak: 25 april 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

de stichting Stichting De Groene Koepel, gevestigd te Vught, en anderen,

verzoekers,

en

de raad van de gemeente Vught,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 20 december 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "De Koepel" (hierna: het plan) vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben de stichting en anderen beroep ingesteld.

Bij deze brief hebben de stichting en anderen de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 15 april 2013, waar de stichting en anderen, vertegenwoordigd door [voorzitter] en [gemachtigde], en de raad, vertegenwoordigd door C.C.P. van Steen, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. Het plan maakt de herontwikkeling van het gebied "De Koepel" in Vught tot woongebied mogelijk. Het plan biedt de juridisch-planologische basis voor fase I van de herontwikkeling. Fase I betreft de woningbouw in het zuidelijke deel van het plangebied.

3. Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening betreft in de eerste plaats het plandeel met de bestemming "Wonen - 2" wat betreft de gronden gelegen aan de John F. Kennedylaan en de Koepelweg te Vught. Op deze gronden maakt het plan de bouw van maximaal 11 vrijstaande woningen mogelijk.

4. De raad betoogt dat het verzoek moet worden afgewezen, omdat het beroep van de stichting in de hoofdzaak niet-ontvankelijk is. In de eerste plaats stelt de raad dat het beroepschrift namens de stichting slechts is ondertekend door [voorzitter], terwijl deze daartoe als voorzitter van de stichting niet zelfstandig bevoegd was.

Daarnaast betoogt de raad dat de stichting onvoldoende feitelijke werkzaamheden verricht om te kunnen worden aangemerkt als belanghebbende bij de vaststelling van het plan.

4.1. De voorzitter overweegt allereerst dat het beroepschrift niet alleen is ingediend door de stichting, maar tevens door [voorzitter] en [gemachtigde].

4.2. Het beroepschrift van de stichting en anderen is namens de stichting ondertekend door [voorzitter]. [voorzitter] is bij aangetekende brief van 15 februari 2013 door de Afdeling onder meer in de gelegenheid gesteld om aan te tonen dat hij bevoegd was namens de stichting beroep in te stellen. Deze bevoegdheid kon worden aangetoond door toezending van een (kopie van een) maximaal één jaar oud, gewaarmerkt uittreksel uit het Handelsregister, door toezending van de statuten en door toezending van een machtiging. Hiertoe heeft de Afdeling [voorzitter] tot en met 8 maart 2013 in de gelegenheid gesteld. [voorzitter] heeft de vertegenwoordigingsbevoegdheid bij brief van 26 februari 2013, en derhalve binnen de gestelde termijn, aangetoond.

4.3. Ingevolge artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht, in samenhang met artikel 8:6, eerste lid, en artikel 2 van Bijlage 2, kan een belanghebbende bij de Afdeling beroep instellen tegen een besluit omtrent vaststelling van een bestemmingsplan.

Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

Ingevolge het derde lid worden ten aanzien van rechtspersonen als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.

4.4. Voor de beantwoording van de vraag of een rechtspersoon belanghebbende is als bedoeld in artikel 1:2, eerste en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is bepalend of de rechtspersoon krachtens zijn statutaire doelstelling en blijkens zijn feitelijke werkzaamheden een rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken algemeen of collectief belang in het bijzonder behartigt.

De stichting komt blijkens haar statutaire doelstelling op voor het behoud van groen en recreatie in Vught-Noord, meer specifiek het behoud van het groene karakter van het gebied tussen de John F. Kennedylaan, Koepelweg, Zonneweilaan en Loonsebaan te Vught. Ter zitting heeft de stichting toegelicht dat haar feitelijke werkzaamheden sinds de oprichting in 2000 onder meer bestaan uit het deelnemen aan overleg met de gemeente en aan een klankbordgroep die zich bezighoudt met de inrichting van het gebied "De Koepel", en het uitbrengen van een digitale nieuwsbrief voor omwonenden van het gebied. Naar het voorlopig oordeel van de voorzitter is dit voldoende om aan te nemen dat de Afdeling in de hoofdzaak de stichting als belanghebbende bij de vaststelling van het plan zal aanmerken.

4.5. Gelet op het voorgaande ziet de voorzitter geen grond voor de verwachting dat de Afdeling het beroep in de hoofdzaak, voor zover ingesteld door de stichting, niet-ontvankelijk zal verklaren. Het verzoek dient dan ook niet reeds hierom te worden afgewezen.

5. De stichting en anderen hebben met name om het treffen van een voorlopige voorziening verzocht, omdat zij vrezen dat de gemeente zal overgaan tot het kappen van 53 bomen binnen het hiervoor bedoelde plandeel zodra het plan in werking treedt. Volgens hen gaat het om groen met een belangrijke natuurwaarde dat niet mag worden opgeofferd voor woningbouw. De stichting en anderen willen in ieder geval voorkomen dat de bomen worden gekapt voordat het plan onherroepelijk is.

5.1. Bij besluit van 19 juli 2012 heeft het college van burgemeester en wethouders van Vught (hierna: het college) aan de gemeente Vught een omgevingsvergunning verleend voor het kappen van 53 bomen op een perceel aan de Koepelweg. Dit is het gebied langs de Koepelweg en de John F. Kennedylaan waaraan in het plan de bestemming "Wonen - 2" is toegekend. Bij zijn besluit op bezwaar van 5 september 2012 heeft het college aan de omgevingsvergunning alsnog de voorwaarde verbonden dat geen gebruik van de vergunning mag worden gemaakt totdat het bestemmingsplan in werking is getreden.

5.2. De raad heeft ter zitting verklaard dat de gemeente wil beginnen met het bouwrijp maken van de grond zodra het plan in werking treedt. Dit geldt zowel voor het westelijke als voor het oostelijke deel van het plangebied. Behalve het kappen van de 53 bomen waarvoor de omgevingsvergunning is verleend, omvat dit tevens een aantal andere werkzaamheden.

Ter zitting is komen vast te staan dat de gemeente tijdens het broedseizoen, dat wil zeggen tot 15 augustus 2013, geen gebruik kan maken van de kapvergunning. Nu de hoofdzaak op 31 mei 2013 ter zitting zal worden behandeld, kan ervan worden uitgegaan dat de Afdeling voor 15 augustus 2013 uitspraak zal hebben gedaan in de hoofdzaak. Naar het oordeel van de voorzitter weegt het belang van de raad om voor de uitspraak in de hoofdzaak reeds andere werkzaamheden dan het kappen van bomen te verrichten op de hiervoor bedoelde gronden met de bestemming "Wonen - 2" niet op tegen het belang van de stichting en anderen bij het behoud van de bomen op deze gronden totdat de Afdeling op het beroep in hoofdzaak heeft beslist. Daarbij neemt de voorzitter in aanmerking dat niet kan worden uitgesloten dat de beoogde werkzaamheden zoals het ophogen van het terrein - hoewel daarvoor de 53 bomen niet hoeven te worden gekapt - nadelige gevolgen kunnen hebben voor deze bomen. Voorts neemt de voorzitter in aanmerking dat tot nu toe slechts enkele kavels zijn verkocht of in optie zijn genomen en dat deze kavels voornamelijk in het westelijke deel van het plangebied liggen, waarop het verzoek geen betrekking heeft.

6. Voor zover de stichting en anderen tevens hebben verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening ten aanzien van het plandeel met de bestemming "Verkeer" overweegt de Afdeling het volgende.

De stichting en anderen hebben betoogd dat de aanleg van een bouwweg binnen dit plandeel zal leiden tot schade aan de 53 bomen waarop de omgevingsvergunning voor het kappen betrekking heeft. Uit de verbeelding blijkt dat het bestemmingsvlak een breedte van ongeveer 8 m heeft. Ter zitting heeft de raad gesteld dat de bouwweg ongeveer 4 m breed zal zijn. De raad heeft daarbij verklaard dat de gemeente voornemens is de bouwweg in het midden van het bestemmingsvlak aan te leggen en niet direct naast de bomen. Gelet hierop ziet de voorzitter in zoverre geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

7. Gelet op het voorgaande ziet de voorzitter, na afweging van de betrokken belangen, aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.

8. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Vught van 20 december 2012, kenmerk GRIFBW/12-00878, voor zover het het plandeel met de bestemming "Wonen - 2" wat betreft de gronden gelegen aan de John F. Kennedylaan en de Koepelweg te Vught betreft;

II. wijst het verzoek voor het overige af;

III. gelast dat de raad van de gemeente Vught aan de Stichting De Groene Koepel en anderen het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 318,00 (zegge: driehonderdachttien euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.

Aldus vastgesteld door mr. N.S.J. Koeman, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R. Teuben, ambtenaar van staat.

w.g. Koeman w.g. Teuben

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 25 april 2013

483.