Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:BZ9008

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-04-2013
Datum publicatie
01-05-2013
Zaaknummer
201211026/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 1 november 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Kern 's-Graveland en landgoederen" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201211026/2/R1.

Datum uitspraak: 23 april 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoekster A]en [verzoeker B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [verzoeker]), wonend te [woonplaats],

en

de raad van de gemeente Wijdemeren,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 1 november 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Kern 's-Graveland en landgoederen" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] beroep ingesteld.

[verzoeker] heeft de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 4 april 2013, waar [verzoeker] in persoon en de raad, vertegenwoordigd door drs. B. Burema, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Verder is ter zitting de vereniging Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland (hierna: Natuurmonumenten), vertegenwoordigd door A. Ouwehand, bijgestaan door mr. M. Bekooy, advocaat te Zwolle, als belanghebbende gehoord.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. Het verzoek van [verzoeker] heeft betrekking op de aanduidingen "maatschappelijk" en "kantoor" voor het plandeel met de bestemming "Gemengd-2" op het landgoed Jagtlust, gelegen aan de Leeuwenlaan 42. Deze aanduidingen maken het mogelijk bebouwing ten behoeve van een kantoorfunctie en culturele en maatschappelijke voorzieningen op te richten. [verzoeker] stelt dat de door de aanduiding mogelijk gemaakte en op korte termijn te realiseren kantoor- en vergaderruimte met bijbehorende overnachtingsmogelijkheid zal leiden tot een toename van het verkeer van en naar het landgoed. Hij vreest met name dat de aan het achterste deel van Jagtlust te situeren kantoor- en vergaderruimte zal worden ontsloten vanaf de achterzijde van dat landgoed, via het onverharde deel van de Leeuwenlaan en de Corverslaan. Hierdoor zal de hoeveelheid verkeer op de Corverslaan volgens hem sterk toenemen. Het motorgeluid en het licht van de koplampen zullen leiden tot een verstoring van de natuur in het Corversbos, aldus [verzoeker].

2.1. De raad is er bij de vaststelling van het plan van uitgegaan dat gebruikers van de kantoor- en vergaderruimte het landgoed zullen oprijden via het verharde deel van de Leeuwenlaan aan de voorkant van Jagtlust en vervolgens zullen parkeren bij de kantoor- en vergaderruimte.

Natuurmonumenten, de eigenaar van het landgoed, heeft de raad bij haar zienswijze op het ontwerpplan verzocht om in het plan te voorzien in een parkeerplaats op de gronden met de bestemming "Agrarisch met waarden" en de bestemming "Bos", nabij de kruising van de Corverslaan en het verharde deel van de Leeuwenlaan. De raad heeft dit verzoek bij de vaststelling van het plan afgewezen en hierbij te kennen gegeven dat op Jagtlust binnen de bestemming "Gemengd-2" voldoende parkeermogelijkheden aanwezig zijn. Natuurmonumenten heeft tegen de hierop betrekking hebbende plandelen beroep ingesteld. In haar beroepschrift, zoals ter zitting toegelicht, heeft Natuurmonumenten gesteld dat, indien de bezoekers van de kantoor- en vergaderruimte dienen te parkeren op de buitenplaats zelf, het niet mogelijk is om deze parkeervoorzieningen te ontsluiten op het verharde deel van de Leeuwenlaan aan de voorzijde van Jagtlust. Hiervoor is te weinig ruimte en dit zou bovendien afbreuk doen aan de inrichting van Jagtlust en de belangen van de gebruikers daarvan, aldus Natuurmonumenten.

Van de achterzijde van Jagtlust loopt een paadje naar het onverharde deel van de Leeuwenlaan.

De voorzitter leidt uit het vorenstaande af dat de kans niet onaanzienlijk is dat, anders dan de raad heeft beoogd, bezoekers de voorziene kantoor- en vergaderruimte zullen bereiken langs de achterzijde van Jagtlust, via de Corverslaan en het onverharde deel van de Leeuwenlaan, waardoor de hoeveelheid verkeer op de Corverslaan zal toenemen. Niet uitgesloten is dat dit nadelige effecten zal hebben op de natuur in het Corversbos. Nu niet blijkt dat de raad hiermee bij de vaststelling van het plan rekening heeft gehouden acht de voorzitter niet uitgesloten dat het plan, voor zover het betreft de aanduidingen "maatschappelijk" en "kantoor" voor het plandeel met de bestemming "Gemengd-2" voor het perceel Leeuwenlaan 42, in de bodemprocedure niet in stand zal blijven. Bij afweging van de betrokken belangen bestaat aanleiding ter voorkoming van onevenredig nadeel bij wijze van voorlopige voorziening het plan in zoverre te schorsen.

3. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Wijdemeren van 1 november 2012 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Kern 's-Graveland en landgoederen", voor zover het betreft de aanduidingen "maatschappelijk" en "kantoor" voor het plandeel met de bestemming "Gemengd-2" voor het perceel Leeuwenlaan 42;

II. gelast dat de raad van de gemeente Wijdemeren aan [verzoekster A]en [verzoeker B] het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 156,00 (zegge: honderdzesenvijftig euro) vergoedt met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander.

Aldus vastgesteld door mr. T.G. Drupsteen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, ambtenaar van staat.

w.g. Drupsteen w.g. Matulewicz

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 april 2013

45-656.