Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:BZ8721

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
03-04-2013
Datum publicatie
25-04-2013
Zaaknummer
201211420/1/V2
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 7 december 2012, hebben verzoekers de Afdeling verzocht de uitspraak van 20 februari 2012 in zaak nr. 201103180/1/V2, waarbij hun hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Zwolle, van 8 maart 2011 ongegrond is verklaard, te herzien.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201211420/1/V2.

Datum uitspraak: 3 april 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) op het verzoek van:

[vreemdeling A] en [vreemdeling B],

verzoekers,

om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2011 in zaak nr. 201103180/1/V2.

Procesverloop

Bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 7 december 2012, hebben verzoekers de Afdeling verzocht de uitspraak van 20 februari 2012 in zaak nr. 201103180/1/V2, waarbij hun hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Zwolle, van 8 maart 2011 ongegrond is verklaard, te herzien.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Op 1 januari 2013 is de Wet aanpassing bestuursprocesrecht in werking getreden. Uit het daarbij behorende overgangsrecht volgt dat het recht zoals dat gold vóór de inwerkingtreding van deze wet op dit geding van toepassing blijft.

2. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Awb kan een gedane uitspraak op verzoek van een partij worden herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de rechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

3. Het verzoek is ruim negen maanden na de uitspraak ingediend. Nu ter zake geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld, is dat onredelijk laat. Voor dit oordeel is aansluiting gezocht bij artikel 6:12, eerste en derde lid, van de Awb, waarin is bepaald dat een bezwaar of beroep dat niet aan een termijn is gebonden, niet-ontvankelijk wordt verklaard, indien het onredelijk laat is ingediend.

4. Het verzoek is om die reden niet-ontvankelijk.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Bosma, ambtenaar van staat.

w.g. Parkins-de Vin w.g. Bosma

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 3 april 2013

572-681.