Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2013:BZ8437

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24-04-2013
Datum publicatie
24-04-2013
Zaaknummer
201207766/1/A1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 1 november 2010 heeft het dagelijks bestuur aan I.B.S. Exploitatie B.V. (hierna: I.B.S.) onder vrijstelling van het bestemmingsplan bouwvergunning verleend voor het veranderen van een bedrijfsruimte naar fitnessruimte op het perceel aan de Ceintuurbaan 181-183 te Rotterdam.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201207766/1/A1.

Datum uitspraak: 24 april 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid Sporting Club "De Uitweg" B.V. (hierna: "De Uitweg") en [appellante] (hierna: [appellante]), beide gevestigd te Rotterdam,

tegen de uitspraken van de rechtbank 's-Gravenhage van 11 januari 2012 en 27 juni 2012 in zaken nrs. 11/7093 en 11/7970 in het geding tussen:

"De Uitweg" en [appellante]

en

het dagelijks bestuur van de deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek.

Procesverloop

Bij besluit van 1 november 2010 heeft het dagelijks bestuur aan I.B.S. Exploitatie B.V. (hierna: I.B.S.) onder vrijstelling van het bestemmingsplan bouwvergunning verleend voor het veranderen van een bedrijfsruimte naar fitnessruimte op het perceel aan de Ceintuurbaan 181-183 te Rotterdam.

Bij besluit van 19 juli 2011 heeft het dagelijks bestuur het door "De Uitweg" en [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij tussenuitspraak van 11 januari 2012 heeft de rechtbank het dagelijks bestuur in de gelegenheid gesteld om binnen tien weken na verzending van de uitspraak een aan het besluit van 19 juli 2011 klevend gebrek te herstellen en zo nodig een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van hetgeen de rechtbank in de uitspraak heeft overwogen, dan wel binnen vier weken na verzending van deze uitspraak mee te delen dat van de herstelmogelijkheid geen gebruik zal worden gemaakt, en iedere verdere beslissing aangehouden. Deze uitspraak is aangehecht.

Op 7 februari 2012 heeft het dagelijks bestuur het besluit van 19 juli 2011 aangevuld in die zin dat ook uitdrukkelijk vrijstelling wordt verleend voor het gebruik van het naast het gebouw gelegen terrein als parkeerplaats.

Bij einduitspraak van 27 juni 2012 heeft de rechtbank, voor zover thans van belang, het beroep dat "De Uitweg" en [appellante] hebben ingesteld tegen het besluit van 19 juli 2011, zoals aangevuld op 7 februari 2012, gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand blijven. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen de uitspraken van de rechtbank hebben "De Uitweg" en [appellante] hoger beroep ingesteld.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft I.C.S. een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Het dagelijks bestuur heeft een verweerschrift ingediend.

"De Uitweg" en [appellante] hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 februari 2013, waar [appellante], vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. K. Vreeker, is verschenen. Voorts is daar I.B.S., vertegenwoordigd door mr. S.A.P. van den Berg, advocaat te Den Haag, en M. Rustwat, gehoord.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

2. De Afdeling overweegt ambtshalve als volgt.

3. "De Uitweg", die op 14 november 2012 is uitgenodigd voor de zitting van 5 februari 2013, is bij vonnis van 8 januari 2013 door de rechtbank Rotterdam in staat van faillissement verklaard. "De Uitweg" is niet ter zitting verschenen. Mede gelet op de mededeling per faxbericht aan de Afdeling van mr. L.Th.A. Boender, curator in het faillissement, van 4 februari 2013 dat hij de procedure niet zal overnemen als bedoeld in artikel 27 van de Faillissementswet, wat daarvan zij, acht de Afdeling geen aanwijzingen aanwezig voor een zogeheten doorstart van de gefailleerde vennootschap, zodat moet worden aangenomen dat de activiteiten van "De Uitweg" zijn beëindigd. Gelet hierop is de Afdeling van oordeel dat "De Uitweg" thans geen procesbelang meer heeft.

4. Het hoger beroep van "De Uitweg" is niet-ontvankelijk.

5. [appellante] is eigenares van het pand waar "De Uitweg" was gevestigd, gelegen op ongeveer 400 m van het bouwperceel. Op grond van de ter plaatse van dit pand geldende bestemming zijn daarin uiteenlopende activiteiten toegestaan. Gezien deze mogelijkheden kan, wat er zij van een bij [appellante] aanwezige vrees dat de verhuurbaarheid van haar pand zal worden aangetast door realisering van het bouwplan, worden gesproken van een multifunctioneel pand dat niet slechts ten behoeve van een gebruik als fitnesscentrum, maar voor allerhande doeleinden kan worden verhuurd. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat het pand ook in bouwkundige zin voor die doeleinden geschikt is. Voorts is niet aannemelijk gemaakt dat de vermogenspositie van [appellante] door realisering van het bouwplan op andere wijze nadelig zal worden beïnvloed. Het voorgaande leidt de Afdeling tot het oordeel dat het belang van [appellante] niet rechtstreeks is betrokken bij het besluit van 19 juli 2011, zoals aangevuld op 7 februari 2012, zodat zij niet als belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2 van de Awb kan worden aangemerkt. De enkele, niet nader onderbouwde stelling van [appellante] dat in het pand investeringen zijn gedaan om het geschikt te maken als fitnessruimte, is onvoldoende voor een ander oordeel. Gelet op het voorgaande, had het dagelijks bestuur het door [appellante] tegen de verleende vrijstelling en bouwvergunning gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk moeten verklaren. De rechtbank heeft dat niet onderkend.

6. Het hoger beroep van [appellante] is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd voor zover deze betrekking heeft op [appellante]. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het door [appellante] tegen het besluit van 19 juli 2011, zoals aangevuld op 7 februari 2012, ingestelde beroep gegrond verklaren, dat besluit vernietigen voor zover het dagelijks bestuur daarbij het door [appellante] tegen het besluit van 1 november 2010 gemaakte bezwaar ongegrond heeft verklaard en dit bezwaar alsnog niet-ontvankelijk verklaren.

7. Het dagelijks bestuur dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep van Sportingclub De Uitweg B.V. niet-ontvankelijk;

II. verklaart het hoger beroep van [appellante] gegrond;

III. vernietigt de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage in zaken nrs. 11/7093 en 11/7970 voor zover deze betrekking heeft op [appellante];

IV. verklaart het door [appellante] bij de rechtbank ingestelde beroep tegen het besluit van het dagelijks bestuur van de deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek van 19 juli 2011, kenmerk UIT-01358/Z-00668 zoals aangevuld op 7 februari 2012, kenmerk UIT-02529/Z-02001, gegrond;

V. vernietigt dat besluit voor zover het dagelijks bestuur daarbij het door [appellante] tegen het besluit van 1 november 2010 gemaakte bezwaar ongegrond heeft verklaard;

VI. verklaart het door [appellante] tegen dat besluit gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk;

VII. bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

VIII. veroordeelt het dagelijks bestuur van de deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek tot vergoeding van bij [appellante] in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 944,00 (zegge: negenhonderdvierenveertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

IX. gelast dat het dagelijks bestuur van de deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek aan [appellante] het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 466,00 (zegge: vierhonderdzesenzestig euro) voor de behandeling van het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, voorzitter, en mr. N. Verheij en mr. D.J.C. van den Broek, leden, in tegenwoordigheid van mr. D.A.B. Montagne, ambtenaar van staat.

w.g. Slump w.g. Montagne

Voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 april 2013

374-619.